Kleurloze held in Sherwood Forest

Robin Hood. Regie: John Irvin. Met: Patrick Bergin, Uma Thurman, Jeroen Krabbe, Jurgen Prochnow. Amsterdam, City 7; Rotterdam, Cinerama 3; Den Haag, Cineac Buitenhof 2.

De race wie deze zomer de eerste Robin Hood-film in de bioscopen zou brengen is met een neuslengte voorsprong gewonnen door 20th Century Fox, ten nadele van The Prince of Thieves met Kevin Costner. Het zou echter een pyrrusoverwinning blijken. Nog afgezien van de vraag waar deze plotseling hernieuwde aandacht voor de held van Sherwood Forest vaan komt, roept de erbarmelijke kwaliteit van de door John Irvin geregisseerde Robin Hood heel wat raadsels op. Feit is dat de door Fox gefinancierde, engelse produktie tegelijkertijd in Amerika werd gepresenteerd als televisiefilm van tweeeneenhalf uur en in Europa als bioscoopfilm van ruim anderhalf uur. Ook staat de aanvankelijk als regisseur genoemde John McTiernan (Die Hard, The Hunt for Red October) nu als executive producer in de credits vermeld. Op de een of andere manier moet de wedstrijd met de andere Robin Hood en de onverwte supersterstatus van concurrent en Oscarwinnaar Costner tot paniek geleid hebben. Ook de Engelse Robin Hood, Patrick Bergin, zag zijn prestige plotseling verhoogd door het succes van zijn titelrol in Sleeping with the Enemy, maar zijn vertolking is even wezenloos als die van Jurgen Prochnow en Jeroen Krabbe in hun hoedanigheid van Normandische vijanden. Slechts Uma Thurman als maid Marian geeft enige levendigheid aan de fletse vertoning, zij het dat Bergins onveen om door de travestie van zijn schildknaap heen te kijken elke geloofwaardigheid tart.

Het is maar een van de vele verbijsterende elementen in deze, althans in de korte bioscoopversie, slordig afgeraffelde kostuumfilm. Er wordt houterig geacteerd, op het niveau van een kinderserie die nog heel wat van Paul Verhoevens Floris zou kunnen leren. Het verhaaltje springt van de hak op de tak en sluit elke identificatie met de vrijbuiters van het woud uit. De enige artistieke bevlieging lijkt de keuze om de winterse beelden van Engeland onder Normandische dwingelandij in het laboratorium nog verder te ontkleuren, totdat aan het slot, wanneer de bevrijding gloort, de zon in bijna obscene kleuren doorbreekt.

De haastige uitbreng in slechts drie kopieen doet vermoeden dat Fox er zelf ook niet meer in gelooft dat deze Robin Hood meer publiek zou kunnen trekken dan enkele verdwaalde scholieren in de zomervakantie.

Zelfs onze nationale trots Jeroen Krabbe, die eerder nagenoeg zijn internationale debuut maakte onder dezelfde regisseur in Turtle Diary, kan de film niet redden van een wisse dood.