Kernopslag

J.A. Goedkoop bood op 13 juni een ingeklede bespreking van de proefschriften J. Groote - H.R. Weerkamp: Radiation Damage in NaCl, 1990, Groningen; en J. Prij 'On the Design of a Radioactive Waste Repository', 1991, Twente.

De inkleding van de bespreking houdt verband met de al jaren lopende poging om kernafval ondergronds te dumpen, en de politiek georganiseerde afwijzing daarvan.

Het lijkt met de bespreking van het bewuste onderwerp te gaan om een discussie tussen deskundigen, waarvan het bewijsgehalte het merendeel van de Nedese bevolking vermoedelijk zal ontgaan. Dit type wetenschapsjournalistiek is voor een gemiddelde lezer misschien niet ontoegankelijk voor wat betreft het begrip van de gebruikte terminologie ('rendement van energieopslag is de 0,065%'; 'In de sterkst bestraalde preparaten bleek ongeveer 1 kilojoule per gram te zijn opgeslagen'; 'een zekere grenswaarde'). Toch betwijfel ik of een gemiddelde lezer in staat is het door Groote - Weerkamp gehanteerde theoree model in zijn volle consequenties te overzien.

Ik denk dat ik gezien de huidige stand van technologie, eerder tegenstander dan voorstander van kernenergie ben. Maar ik geef nieuwe ontwikkelingen graag een kans. Ongelukken met kerncentrales liggen mij echter nog in het geheugen. Ik heb recent kennisgenomen van uiteenlopende visies op de gevolgen van het kerncentrale-ongeluk in Tsjernobyl.

Als ik in deze kontekst het stuk van Goedkoop lees, voel ik me wat om de tuin geleid. Hij vermeldt weliswaar dat het bij dumpen van kernafval gaat om hoog-radioactief materiaal uit kerncentrales en opwerkingsfabrieken. Echter, hij gaat niet in op risico-factoren ten aanzien van kerncentrales die in allerlei andere sectoren van deze brede discussie voortdurend aan de orde worden gesteld. Voor hem (als deskundige wetenschapsman) is dit kennelijk een gegeven, dat hier buiten de discussie kan staan.

Goedkoop acht het vermoedelijk zijn taak de lezer gerust tllen ten aanzien van de mogelijke gevolgen van de ondergrondse berging van hoog-radioactief materiaal. Tegenover een 'tijdbom', 'thermische schokgolven' en 'behoorlijke scheuren', spreekt hij van veranderingen die men in het laboratorium 'zo mooi' in het zout teweeg brengt, en van een 'stille wereld', die daar 'natuurlijke herstelprocessen'

tegenover stelt. Door slechts op een aspect van de problemen rond kernenergie, namelijk de opslag van kernafval in te gaan, laat Goedkde te veronderstellen complexiteit van het totale besluitvormingsgebied buiten beschouwing.

Op dat totale gebied is mijns inziens een vergaande onzekerheidsstelling van toepassing die tot onbeslisbaarheden leidt.

Deze geven eerder aanleiding tot opschorting, dan tot invoering.