Kans op opwindende finale tegen Duitsland bij EK Parijs; Hockeyteam blij met Engelsen

PARIJS, 20 JUNI. Een hockeywedstrijd tussen Nederland en Duitsland staat net zoals bij het voetbal altijd garant voor spanning en opwinding. Als finale van een groot toernooi zou zo'n ontmoeting nog meer inhoud krijgen. Maar het komt er bij de hockeymannen bijna nooit van. Een keer eerder, bij het EK van '70 in Brussel, stonden beide landen tegenover elkaar in de eindstrijd. De Duitsers wonnen toen met 3-1.

Bij het zesde Europese kampioenschap dat nu in Parijs wordt gespeeld is er een heel redelijke kans dat de Nederlanders en de Duitsers na eenentwintig jaar eindelijk weer om goud en zilver gaan strijden.

Oranje moet dan morgen in de halve finale van Engeland winnen en Duitsland van de Sovjet-Unie. Gisteravond klopte het scenario in ieder geval nog perfect. Duitsland eindigde na een 3-2 zege in de stromende regen tegen Engeland op de eerste plaats in poule B en ontliep daarmee een vroegtijdige confrontatie met de winnaar van de andere groep, Nederland.

De voorkeur van de Nederlanders in Parijs ging vooraf ook uit naar een wedstrijd tegen Engeland in de halve finale. Die ploeg achten ze minder sterk dan Duitsland. Assistent-bondscoach Harrie Delmee, de technische man binnen de begeleiding, verwacht dat bij de laatste vier de strafcorner de doorslag zal geven. “En die is bij de Engelsen minder dan bij Nederland en Duitsland.” Sean Kerly, de in de nationale ploeg teruggekeerde steraanvaller, is de cornerschutter bij Engeland geworden. Dat lijkt niet meer dan een noodoplossing te zijn.

“Je ziet aan hem dat hij geen echte cornerman is”, aldus Delmee. De cijfers wijzen dat ook uit. Nederland scoorde tot nu toe zeventien maal uit de strafcorner, Duitsland elf maal en Engeland zeven maal. De Duitser Fischer en Bovelander ontlopen elkaar niet veel met hun schot.

Volgens Delmee is Bovelander veelzijdiger dan zijn kale collega. Hij heeft ook het voordeel Gijs Weterings naast zich te hebben staan. Die heeft ook een vlijmscherp schot in huis. In de laatste poulewedstrijd tegen Italie (9-0), gistermiddag, kreeg Weterings bij een strafcorner twee keer de bal voor zijn stick geschoven en hij was beide malen succesvol. “Met het schot van Weterings is het makkelijk om tot scoren te komen als ik een schijnpush maak”, constateert Bovelander.

De 25-jarige verdediger van Bloemendaal scoorde tegen Italie drie keer en staat nu op een totaal van liefst zestien treffers, een evenaring van het EK-record van Paul Litjens uit '78.

Nederlands enige zorg voor morgen lijkt de beginfase tegen de Engelsen. Oranje kreeg het bij dit zeer zwak bezette EK nog niet een keer zwaar te verduren. Engeland wel, met de wedstrijden tegen Duitsland van gisteravond en eerder tegen Spanje. “We moeten”, beseft Bovelander, “morgen drie of vier passen harder lopen dan tot nu toe het geval was.” “Daarom”, weet aanvoerder Marc Delissen, “moeten we zorgen dat we ons de eerste tien a vijftien minuten niet laten verrassen. Daarna zullen we wel gewend zijn aan het tempo en aan de tegenstand.”

Volgens Delmee kan het funest zijn als Nederland morgen op achterstand komt. “Dan graven die Engelsen zich helemaal op eigen helft in. Daar zijn ze meesters in.” Engeland heeft een ervaren ploeg. De gemiddelde leeftijd ligt ongeveer twee jaar hoger dan die van Nederland, 26,2 om 24,3. In de ploeg van coach Hughes zitten nog vijf basisspelers die drie jaar geleden in Seoul met Groot-Brittannie het Olympische goud wonnen. Batchelor, Grimley, Kerly en Potter stopten weliswaar evenals vijf van hun collega's met internationaal hockey, maar kwamen later op hun besluit terug.

Met name de 32-jarige Sean Kerly is belangrijk voor de ploeg. Hij kwam er na Soeul tot zijn grote spijt achter dat het Olympische goud niet eenvoudig in klinkende munt was om te zetten. Kerly is inmiddels als vertegenwoordiger van een fabrikant van kunstgras werkzaam en hij hoopt nu nog een Olympische Spelen te kunnen meemaken. Hij vindt het echter te zwaar om en voor zijn club Southgate en voor de nationale ploeg uit te komen en wil komend seizoen in een lagere klasse gaan spelen. Social hockey noemt hij dat zelf. Dat wordt hem niet door iedereen in Engeland in dank afgenomen. Maar de Britse teamleiding staat niet onwelwillend tegenover Kerly's plan.

De Engelse routinier is nog steeds een schrik voor de vijandelijke defensies. “Hij heeft”, aldus bondscoach Rob Bianchi, “hier en daar wat minder haar, maar dat komt waarschijnlijk omdat hij zich steeds voor de ballen gooit.” Kerly was gisteravond na afloop teleurgesteld over het feit dat Nederland de tegenstander van de Engelse ploeg is in de halve finale. “Tegen de Russen hadden we zeker de finale bereikt.” Coach Norman Hughes vertoonde na afloop van het verloren duel tegen Duitsland echter geen enkel spoor van bezorgdheid. “Wij zijn niet bang van de Nederlanders en zij niet van ons. Mooi toch? We moeten gewoon geen strafcorners weggeven. Dat is duidelijk. Wij hebben tegen Duitsland zelf twee keer gescoord uit een corner. Dat is het bewijs dat onze vorm een duidelijke stijgende lijn vertoont bij dit EK.”