Hussein valt scherp uit naar fundamentalisten

AMMAN, 20 JUNI. De Jordaanse koning Hussein heeft gisteren een scherpe aanval gedaan op de moslim-fundamentalisten in het land, die hij onder andere van “psychologisch terrorisme” beschuldigde. Hussein deed dat in zijn aanstellingsbrief aan het nieuwe, door pro-Westerse liberalen en technocraten gedomineerde kabinet van premier Taher al-Masri. Het kabinet wordt - in tegenstelling tot het vorige, dat een pro-Iraakse koers volgde - door de fundamentalistische Moslimbroederschap geboycot. De Moslimbroederschap is met 22 zetels het grootste blok in het 80 zetels tellende Jordaanse parlement.

De koning noemde de Broederschap niet met zoveel woorden, maar hij liet er geen misverstand over bestaan op wie zijn kritiek was gericht.

Hij zei dat Jordanie een alomvattende regeling wenst van de Palestijnse kwestie. “Maar we zijn niet enthousiast over bloedvergieten. We zijn een natie die een vrede nastreeft die onze rechten waarborgt en een goed leven verschaft voor onze toekomstige generaties”. De Moslimbroederschap stelt dat in een heilige oorlog met Israel moet worden afgerekend.

Hussein viel scherp uit naar religieuze mentoren en predikers die jongeren aanzetten tot zelfmoordacties tegen Israel, door hun een verblijf in de hemel aan te bieden wanneer ze sterven. Israelische militairen hebben de afgelopen maanden verscheidene jongeren doodgeschoten die met de koran in de hand probeerden in Israel te infiltreren. “(..) Moskeeen, media en scholen moeten zich ervan onthouden de jongeren op te ruien en hen naar hun dood te drijven door zelfmoord als martelaarschap te beschrijven. Bij God, dit is een onvergeeflijke misdaad, die geen enkel verband houdt met religie of moraliteit.”

De koning besteedde ook aandacht aan de pogingen van fundamentalistische ministers in het vorige kabinet om op de scholen de seksen te scheiden en bepaalde leerboeken te verbieden. “We zijn een land dat zich niet de weelde kan veroorloven van een verouderd onderwijssysteem”, schreef hij. “De onderwijspolitiek is de essentie van de aanpasbaarheid van de maatschappij, en niemand heeft het recht haar van haar koers af te brengen op basis van persoonlijk of ideologisch geloof.” (Reuter, AP)