'Hoge Duitse economische groei vlakt af'; Bundesbank bezorgder over inflatie en tekorten

BONN, 20 JUNI. De Duitse Bundesbank begint zich grotere zorgen te maken over de oplopende prijzen en loonkosten en de tekorten van regering en lagere overheden in de Bondsrepubliek. Ook klaagt de centrale bank over het trage tempo waarmee overheidssubsidies worden beperkt.

Tegelijkertijd schaart de Bundesbank zich nu in het gelid van deskundigen die “eerste tekenen van economische opleving” in de vroegere DDR zien. Zij het dat dit voorshands wel blijkt uit uit nieuwe bedrijfsvestigingen, investeringen en het privatiseringswerk van het Treuhand-instituut, maar in 1991 nog net op de arbeidsmarkt te zien zal zijn.

In de loop van dit jaar zal de hoge economische groei van de eerste maanden van 1991 (circa 4 procent) afvlakken schrijft de Bundesbank in haar vandaag gepubliceerde maandbericht. Mede door de belastingverhogingen per 1 juli zal de particuliere consumptie wat terugvallen. Door een combinatie van de hogere dollarkoers, de nu op stevige hoogte gestabiliseerde olieprijs en het oplopende kostenpeil in de Duitse economie komt de export verder onder druk te staan. Sinds najaar 1990 is de mark ten opzichte van de dollar met 17 procent in waarde gedaald.

Voorlopig moet dit jaar daarom - voor het eerst na een decennium van soms zeer grote overschotten - op een handelsbalans-tekort worden gerekend.

Zorgen heeft de bank ook over de prijsontwikkeling in de Bondsrepubliek, die - ongerekend de komende belastingverhoging - tot en met mei met vier procent al even hoog was als in het hele jaar 1990. Gevaarlijk voor het vertrouwen in de mark en riskant als aanjager van inflatoire ontwikkelingen acht de Bank vooral de zich nu al aftekenende gemiddelde cao-stijging van zeven procent in West-Duitsland.

Die stijging gaat ruim uit boven de produktiviteitsstijging en zorgt daarmee voor een hogere prijs per eenheid produkt van vijf procent.

Zij moet bovendien, deels met een paar jaar vertraging, in de vroegere DDR worden doorgegeven, waardoor daar zowel de overlevingskansen van (nieuwe) bedrijven als de werkgelegenheid worden geschaad, vreest de Bundesbank. In Oost-Duitsland was het prijsniveau in april al 8,5 procent hoger dan een jaar daarvoor, binnenkort zal de beperking van subsidies op huren en energiedragers tot verdere kostenverhogingen leiden.

De Duitse centrale bank waarschuwt dat de Bondsrepubliek ervoor moet zorgen dat het internationale vertrouwen in de mark als leidende valuta in het Europese Monetaire Stelsel (EMS) bewaard moet blijven.

De regering in Bonn moet daarom heel duidelijk maken dat zij het huidige tekort, dat op weg is naar 5 a 5,5 procent (140 tot 160 miljard mark), de komende jaren weer zo snel mogelijk zal beperken.

Duidelijk moet iedereen zijn dat de hoogte van dit tekort incidenteel is, namelijk samenhangt met de kosten van de Duitse eenwording. De Bundesbank becijfert dat dit jaar voor in totaal 140 miljard mark aan overheidstransfers naar Oost-Duitsland gaat. De aanstaande nieuwe chef van de bank, Schlesinger, heeft begin deze week al gezegd dat het zinloos is nog meer geld in Oostduitse richting te sturen. Zijn bank pleit tegen verdere verhoging van belastingen en voor sterkere beperking van subsidies (ook in de gewezen DDR). Zij zal een onverminderd straffe monetaire politiek voeren en geen toevlucht nemen tot renteverlaging.