Grijpgrage politici

RUIM TIEN JAAR GELEDEN verklaarde de vaste Kamercommissie voor justitie wel eens iets te willen weten over de achtergrond van de personen die voor benoeming in de Hoge Raad worden voorgedragen.

De traditie wil dat Tweede Kamer en Kroon de nummer een op de voordracht die het college zelf opstelt, volgen. Dit geldt als een belangrijke rem op politieke spelletjes met de rechterlijke macht.

Maar een levensbeschrijving van de kandidaten voor het hoogste rechtscollege zou toch geen kwaad kunnen. Dat blijkt de bescheiden ouverture van CDA-afgevaardigde Van der Burg echter wel te kunnen. Dit Kamerlid bepleit een politieke greep op de samenstelling van de Hoge Raad. Daaraan ligt een nogal platvloers opportunisme ten grondslag: de vermeende oververtegenwoordiging van D66 in het hoogste rechtscollege.

Hoe het Kamerlid daaraan komt is overigens een raadsel. Volgens de onderzoeker Bruinsma overheersten enkele jaren geleden in elk geval nog de christen-democratische en liberale visies. Belangrijker is dat Van der Burg en zijn CDA de plank volkomen misslaan door zo'n gewicht toe te kennen aan het politieke element in de keuze van raadsheren.

“VAN DE MEESTE LEDEN - dat is het gekke - zou ik de politieke voorkeur niet kennen”, zei de inmiddels overleden raadsheer Verburgh eind 1986 in een weekbladinterview. Toch was Verburgh juist degeen die de moderne Hoge Raad karakteriseerde als “wetgever-plaatsvervanger”.

Waar de wet zwijgt spreekt de rechter: in omstreden kwesties als de fluoridering van drinkwater, staking, euthanasie en politiebevoegdheden heerst het rechtersrecht. Dat element wordt nog onderstreept in het plan om constitutionele toetsing van wet door de rechter mogelijk te maken. Deze toetst trouwens reeds langer aan internationale verdragen, zoals de Europese Conventie voor de Mensenrechten.

Die kritische functie is goed voor de nodige discussie tussen rekkelijken en preciezen, maar speculaties over mogelijke politieke voorkeuren van de rechters spelen daarin geen rol. In dit verband is het goed dat de toetsing aan internationale verdragen nooit is geconcentreerd bij een speciale rechter, maar in principe een taak is van alle rechterlijke instanties in dit land. Dat is een belangrijke les bij verdere uitbreiding van het toetsingsrecht. Geen geexponeerd constitutioneel hof of constitutionele kamer - want dat vergroot alleen maar de verleiding voor grijpgrage politici - maar een toetsingstaak die breed wordt gedragen door de rechterlijke macht.

Het rechtersambt stelt vrij sterke eisen aan afstandelijkheid en dat bepaalt het menstype, van welke politieke kleur ook, dat er in belandt. Daar moet het CDA met z'n vurige vingers afblijven.