Fracties tegen CDA-voorstel met Hoge Raad

DEN HAAG, 20 JUNI. Het CDA-plan om de Kamer meer greep te geven op de politieke samestelling van de Hoge Raad, wordt door alle grote fracties in de Kamer afgewezen.

Het CDA-Kamerlid Van der Burg vindt dat D66 oververtegenwoordigd is in de rechterlijke macht. Hij wil daarom van de Hoge Raad meer informatie over de “maatschappelijke achtergrond en motivatie” van de kandidaten en eventueel sollicitatieesprekken met de Kamer.

PvdA-woordvoerder Jurgens vindt het niet nodig dat de Kamer bij het vaststellen van de voordracht let op politieke of geloofsovertuiging.

“Ik heb geen behoefte om te weten welke politieke kleur of geloofsrichting een kandidaat voor de Hoge Raad heeft.” De Kamer beperkt zich volgens hem terecht tot het beoordelen van de criteria die de Hoge Raad der Nederlanden zelf aanlegt bij de selectie van kandidaten.

Als die redelijk worden toegepast is de rol van de Kamer uitgespeeld, vindt Jurgens. Beangrijk is volgens hem de deskundigheid van de kandidaat, diens specialisatie maar ook de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in de raad. Jurgens vindt dat de maatschappelijke activiteiten van de kandidaat een rol mogen spelen, zij het een bijrol: “Een raadsheer zou bij voorkeur niet een al te studeerkamer-achtig type moeten zijn. Hoewel een paar hele knappe koppen in de Raad nooit weg zijn.”

Jurgens heeft geen aanwijzing dat D66 onder raadsheren in de Hoge Raad oververtegenwoordigd is “Uit de informatie bij de kandidaatstellingen blijkt dat niet. Ik heb er dus ook geen mening over.” Zou het kabinet beslissen om de Hoge Raad wetten te laten toetsen aan de Grondwet “dan ligt het anders”.

Premier Lubbers is daar voorstander van, evenals minister Hirsch Ballin van justitie. Een kabinetsstandpunt is er nog niet. Een constitutionele toetsing impliceert een politieke taak voor de hoogste rechter “en dan is het onvermijdelijk om beter naar de politieke voorkeur vande kandidaten te kijken”, aldus Jurgens.

Hij bevestigt dat de vaste Kamercommissie voor justitie aan de president van de Hoge Raad, mr. S. Royer, om meer eenvormige curricula van kandidaten gevraagd heeft. “Van de ene kandidaat kreeg je een half velletje, en van de ander wel drie kantjes.” Jurgens merkt fijntjes op dat het zijn fractie niet gaat om de motivatie van de kandidaat. “Dat zijn de innerlijke beweegredenen”, maar om de motivering van de keuze door deHoge Raad.

Het Kamerlid Wiebenga (VVD) zegt “geen heil te zien in een zwaardere rol voor de Kamer” bij dergelijke benoemingen en te vrezen voor “politisering van de rechterlijke macht”. Hij noemt informatie over de politieke kleur en het geloof van de kandidaten “weinig belangrijke elementen” in de beschrijvingen die de Hoge Raad bij de voordracht van kandidaten aan de Kamer voegt. “Het belangrijkste criterium is kundigheid.”

Meer gewicht toekennen aan politieke of religieuze factoren zoals de CDA'er Van der Burg suggeert is des te onwenselijker omdat “ik daarin een opstap zie naar een Grondwetshof. Dat leidt tot politieke benoemingen”. Wiebenga zegt het vermoeden van Van der Burg te delen dat er vrij veel D66'ers in de rechterlijke macht werkzaam zijn.

“Maar ik kan daar verder weinig mee.” Een bevestiging ziet hij in de reactie van de D66-fractie van gisteren waar de leden Kohnstamm en Wolffensperger de termen “absurd, paranode” gebruikten. Wiebenga typeert dat als een “overreactie. Kennelijk is daar wat aan de hand”. Tegen sollicitatiegesprekken met de Kamer heeft de VVD echter geen bezwaar.

Een fractiewoordvoerder van Groen Links zegt dat benoemingen in de Hoge Raad geen politieke benoemingen mogen worden, hoewel “een raadsheer van erg rechtse signatuur toch wel eng is”. Een terughoudende opstelling van de Kamer is in het algemeen geboden.

Groen Links stemde bij de laatste benoeming conform het advies van de Hoge Raad. Maar de fractie vindt wel dat de Hoge Raad meer dient te streven naar een gelijk aantal mannen en vrouwen in het college.