Documentaire tribuut aan Strawinsky's Symphonies

The Final Chorale, documentaire film in de serie 'Nieuwe Muziek in Beeld' (1) door Frank Scheffer, gebaseerd op Strawinsky's Symphonies d'instruments a vent. Te zien in de IJsbreker Amsterdam op 23-6 (16.30u), 24 en 25-6 (21.00u).

“Ik wist niet dat Strawinsky Debussy zo haatte”, schreef de Engelse pers na de wereldpremiere van Strawinsky's Symphonies d'instruments a vent ter nagedachtenis aan Claude Debussy (1862-1918) op 10 juni 1921 in de Queen's Hall te Londen. Het werk viel als een baksteen. Een sensationeel succes daarentegen oogstte Strawinsky met een bewerking van enkele delen uit Tsjaikovsky's Doornroosje op 2 november van hetzelfde jaar in het Alhambratheater, met Vera Soudeikina, Strawinsky's beminde, in een titelrol als Koningin. Tegenwoordig is de waardering precies omgekeerd. Het door Frank Scheffer gemaakte filmisch essay over de Symphonies, dat tijdens het Holland Festival zondagmiddag in de IJsbreker zijn premiere zal beleven, is dan ook zeker geen overdreven eerbetoon, maar een schitterend tribuut, uiterst verzorgd van opzet en vormgeving, aan een van de meest fascinerende blazerscomposities uit de twintigste eeuw.

Robert Craft, sinds 1948 Strawinsky's trouwe medewerker, die een rol speelt in de film, kwam maandagmiddag uit de Verenigde Staten overgevlogen om het werk in de IJsbreker in te leiden. In het vraaggesprek met Elmer Schonberger vroeg de laatste zich half schertsend af of de film misschien niet moet worden overgemaakt, want Robert Craft verdiepte zich in de voorgeschiedenis en kwam tot de conclusie dat de derde, zoekgeraakte, drukproef van de versie uit 1920 de 'meesterversie' is, en wellicht valt te reconstrueren uit het materiaal waarmee Ernest Ansermet heeft gewerkt, de dirigent die het werk in de jaren dertig presenteerde in Geneve en Parijs.

Oorspronkelijk schreef Strawinsky een koraal voor harmonium (in de film steeds in sepia-bruine tinten, want de kleuren zijn steeds strikt functioneel gebonden) dat vol drukfouten in La Revue Musicale verscheen. Ander materiaal, zoals een Cantilene voor fluit en strijkers, werkte de componist om tot de uiteindelijke Symfonieen voo blazers. Strawinsky sprak van “een strenge ceremonie, waarbij verschillende groepen van gelijksoortige instrumenten in korte litanie-achtige tweegezangen elkaar ontmoeten” en hoopte dat deze kunst “enkelen zal ontroeren, die niet de wens koesteren hun sentimentele behoeften te bevredigen”.

Het publiek wilde Tsjaikovsky en geen Strawinsky, maar toen de componist in 1947 voor een filmopname van de Psalmensymfonie nog tien minuten over had, dacht hij at de tijd nu wel rijp was voor de ceremoniele onsentimentele koraalmuziek en maakte een nieuwe orkestratie naar een fotokopie van het pianouittreksel uit 1924, die direct in druk verscheen.

Reinbert de Leeuw dirigeert op de film het Nederlands Blazersensemble in deze versie. Bovenstaande voorgeschiedenis komt overigens in de film niet voor.

Ontroerend zijn daarin wel degelijk de beelden van Strawinsky en zijn 'koningin' op een boottocht, maar ookde repetities van het werk zijn met veel liefde vastgelegd. De dirigent heeft een scheur in zijn trui - van ijdel vertoon is geen sprake, alleen de muziek telt - en in feite is dat precies waaraan gewerkt wordt: er mogen geen scheuren in de uitvoering ontstaan, de montageachtige muziek moet naadloos aansluiten. Maar Strawinsky maakte wel degelijk scheuren in de laatste verschijning van het koraal: in de vorm van dramatische stilten, opdat we herinnerd worden aan het onderwerp: de muzikale begrafenis van het Franse genie, waaraan Strawinsky veel, zo niet alles te danken heeft gehad voor zijn eigen ontwikkeling.