De gevaren van oneigenlijk gebruik

Er zijn van die internationale organisaties die een tijd lang hebben liggen verstoffen op de diplomatieke rommelzolder. Een daarvan is de WEU, de West-Europese Unie, een sluimerende verdedigingscooperatie van nu negen Europese landen - onder andere Duitsland dat overigens sindn nieuwe omvang althans geografisch niet meer zo westelijk is. Maar een naam zegt niet alles. Niemand zou er bijvoorbeeld om die reden bezwaar tegen maken als Griekenland en Turkije tot de WEU zouden toetreden.

Het is bekend dat een rommelzolder leuke vondsten oplevert. Ook de herontdekking van halfvergeten organisaties kan soms een verrassend effect hebben. In de WEU bijvoorbeeld, een van de vele afkortingen uit t politieke vocabulaire, dacht men een paar jaar geleden de zoekgeraakte sleutel naar de enig echte Europese eenheid te hebben gevonden. De ontnuchtering liet niet op zich wachten. Op zijn best markeert de organisatie thans - haars ondanks - de verschillen van mening over wat het verenigde Europa zou moeten zijn.

Een andere verkeerd begrepen internationale organisatie was een tijd lang de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) - waarvan allropese landen plus de Verenigde Staten en Canada deel uitmaken. Evenals de WEU dreigde de CVSE oneigenlijk te worden gebruikt en daardoor tot falen te worden gedoemd.

De wortel van de CVSE gaat terug tot een Sovjet-poging om de Europese leden van de NAVO los te weken uit hun Atlantische verbond. Met behulp van de zogenoemde Harmel-formule uit 1967 kon dit Sovjet-initiatief uiteindelijk worden benut voor het ontwerpen van een politiek van gelimiteerde wederzijdse toenadering als aanvulling op de bestaande strategie van wederzijdse afchrikking. De bevochten Amerikaanse en Canadese aanwezigheid op de CVSE was de garantie dat men elkaar inderdaad halverwege ontmoette - in het neutrale Helsinki om te beginnen.

Niet anders dan NAVO en WEU was ook de CVSE een vrucht van de Koude Oorlog. In het Westen werd de CVSE in haar beginjaren gezien als complementair aan het Atlantische Pact, als een bestanddeel van de garantie voor de eigen veiligheid, als een verzekering dat de tegenstander niet vanuit zijn zelfgekoen isolement en op grond van verkeerde conclusies op een onzalig moment en ondanks het nucleaire risico voor het gewapende conflict zou kiezen. Aan de CVSE lag zeker niet de gedachte ten grondslag dat zij nog eens in de plaats van het Westelijke verdedigingsmechanisme zou komen.

De ineenstorting van het Sovjet-imperium had een merkwaardig effect op zowel het zich bevrijdende Oost- als het toekijkende West-Europa. Aan beide zijden van de oude scheidslijn gaf men zich over aan een merkwaardiiscriminatie ten opzichte van de instellingen die de Koude Oorlog had nagelaten. Dat met het verdwijnen van de Sovjet-heerschappij over Oost-Europa ook het Warschaupact en de Comecon werden ontmanteld, lag voor de hand. Maar waar de NAVO een tijd lang werd geacht het lot van die onderdrukkingsinstrumenten te moeten delen, kwamen WEU en CVSE in het middelpunt van de belangstelling te staan.

De oorzaak van het verschijnsel was dat men zich er in Europa langzamerhand aan had gewend as gevoelsmatig Moskou en Washington over een kam te scheren. De plaatsing van de kruisraketten had daarmee veel te maken gehad en ten onrechte dan ook hadden voorstanders van die plaatsing er zich op beroepen dat de NAVO er uiteindelijk alleen maar bij had gewonnen. In feite had de hele affaire zeker ook de notie doen postvatten dat het gevaar eigenlijk van twee kanten kwam. Toen de ene zijde zichzelf als het ware had geneutraliseerd, werd van de andere kant aangenomen dat die zonder meer zou volgen. Maar de WEU als puur-Europese instelling en de CVSE als spiegeling van het hele spectrum werden plotseling gezien als symbolen van de nieuwe tijd.

Deze ogenschijnlijk logische beoordelingen gingen voorbij aan de werkelijkheid. Zo min als de VS en de Sovjet-Unie in dezelfde categorie konden worden geplaatst voor het communistische faillisement, zo min was dat daarna het geval. De VS bleven ondanks hun niet geringe financiele problemen een sterke en relatief overzichteliondgenoot, de Sovjet-Unie had weliswaar de bedreiging van haar omgeving moeten opgeven, maar zij veranderde snel in een existentiele chaos, een toestand die nieuwe gevaren inhield. Ook de vrije Oosteuropese staten konden allesbehalve stabiel worden genoemd.

Tientallen jaren lang onderdrukte sociale en economische problemen, etnische gevoeligheden en patriottische en religieuze sentimenten zijn explosief materiaal.

Dat er weliswaar veel was veranderd, maar toch minder dan men dacht, werd op 2 augustus van het vorige jaar ontdekt. Zonder enige tegenstand maakte Iraks heerser Saddam Hussein zich in luttele nachtelijke uren meester van de olierijke financiele multinational Koeweit. De status quo in het Midden Oosten was doorbroken, zekerheden, oude en nieuwe, waren weggevaagd, de wereld lag er opnieuw anders bij. Zoals de oude leer wil: een vacuum wordt gevuld. Saddam Hussein meende, gezien de crisis in de Sovjet-Unie en heveronderstelde gebrek aan belangstelling aan Amerikaanse kant, een dergelijk vacuum te hebben aangetroffen. Hij had zich vergist.

De VS waren de gangmaker in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en bij het totstandbrengen van de alliantie van Westerse en Arabische staten die na ruim vijf maanden van onzekerheid Irak uit Koeweit verdreef. Niet de goede bedoelingen, niet het overleg, niet de diplomatie, zelfs niet de economische boycot hadden effect gehad.Slechts het gebruik van de militaire overmacht van de alliantie had de beslissing kunnen forceren en de schending van het Handvest van de VN ongedaan kunnen maken. Twee zaken die voor 2 augustus dreigden te worden veronachtzaamd, kwamen in het licht te staan: de militaire factor kon niet worden gemist en zonder het Amerikaanse politieke en militaire leiderschap kon die factor niet tot gelding worden gebracht als dat noodzakelijk bleek.

In Europa is de les geleerd, zo bleek enkele weken geleden tijdens de vergadering van NAVO-ministers in Kopenhagen. Europa kan niet zonder het Atlantische verbond zolang het zijn veiligheid wil verzekeren, werd daar erkend, al zal de organisatie politiek en militair zich moeten aanpassen aan nieuwe omstandigheden, de veranderende positie van de individuele Oost-Europese landen inbegrepen. Die constatering effent niet alleen het pad voor de NAVO, maar ook voor de CVSE. Zij ontlast die organisatie van het gewicht dat zij sinet vertrek van de Sovjet-Unie uit Oost-Europa te torsen had gekregen: namelijk dat zij op de daadwerkelijke verzekering van de veiligheid van deelnemende landen kon worden aangesproken.

De CVSE behoudt haar functie van forum voor landen die historisch gegroeide belangen op het Europese continent hebben te verdedigen. De Conferentie levert door het bevorderen van onderlinge en bij verdrag vastgelegde toenadering een belangrijke bijdrage aan de gezamenlijke veiligheid. Maar zij behoeft iet garant voor te staan. Een gevaarlijk misverstand op dat punt is uit de weg geruimd.