Corruptie bij vervuiling milieu niet vastgesteld

DEN HAAG, 20 JUNI. Uit een onderzoek van de Rijksrecherche is niet gebleken dat op het ogenblik bestuurders of hogere ambtenaren zijn betrokken bij omkooppraktijken door milieucriminelen. Dit hebben de ministers Alders (milieubeheer), Dales (binnenlandse zaken), Hirsch Ballin (justitie) en staatssecretaris Gabor (natuurbeheer) in antwoord op vragen van de Tweede Kamer laten weten.

De vragen waren gesteld naar aanleiding van diverse beschuldigingen dat omkooppraktijken in de vorm van steekpenningen voor bestuurders of ambtenaren zich algemeen zouden voordoen. Het voormalige hoofd van het milieubijstandsteam van het ministerie van VROM, Van den Dop, was een van degenen die dit hadden gesuggereerd, onder meer naar aanleiding van de bodemverontreiniging in de Coupepolder in Alphen aan den Rijn.

Het onderzoek van de rijksrecherche, uitgevoerd in opdracht van de bewindslieden, heeft dergelijke corruptieschandalen niet aan het licht gebracht. Voorzover daarvoor in het verleden wel bewijzen waren, zijn deze zaken strafrechtelijk vervolgd. Het onderzoek van de rijksrecherche is wel aanleiding om een uitvoerige misdaadanalyse van milieucriminaliteit te laten uitvoeren.

Het ministerie van VROM geeft toe dat in 1981 met medeweten van VROM-ambtenaren shredderafval in de Coupepolder is gestort, zonder dat daarvoor de benodigde ontheffing was verleend. Tegerlijkertijd stellen de bewindslieden vast dat zo'n ontheffing - als zij was aangevraagd - wel zou zijn verleend.

Diverse onderzoeken naar de verontreiniging van de Alphense polder hebben inmiddels aangetoond dat de gezondheidsrisico's voor gebruikers (op de voormalige stortplaats ligt nu een golfbaan) en omwonenden verwaarloosbaar klein zijn, aldus de antwoorden. Nog dit jaar wordt de stortplaats van een afdeklaag voorzien en worden omliggende sloten schoongemaakt.