Buitenissig plattelandsmelodrama van Joaquim Pinto; Het erotisch hogedrukgebied

Onde bate o sol (Waar de zon blaakt). Regie: Joaquim Pinto. Met: Laura Morante, Antonio Pedro Figueiredo, Manuel Lobao. Amsterdam, Rialto; Utrecht, 't Hoogt.

De officiele openingsfilm van het aan de jonge Portugese cinema gewijde filmhuisfestival, die aansluitend in normale weekvertoning gebracht wordt, is een mooi voorbeeld van de sterkte en de zwakte van het Lusitaanse nieuwe golfje. Onde bate o sol (Waar de zon blaakt), de in 1988 opgenomen tweede speelfilm van regisseur Joaquim Pinto (Porto, 1957), maakt het de toeschouwer niet eenvoudig. Recht voor z'n raap verteld zou de anekdote van de film neer komen op een plattelandsmelodrama over onderdrukte seksuele driften, geheime relaties, smeulende klassentegenstngen en de vitaliteit van onbedorven schaapherders onder een gestaag verzengende zon.

Pinto weet ook wel dat het niet aangaat deze troefkaarten van de plot zomaar op tafel te leggen. Clichematigheid valt zijn film niet te verwijten, omdat er naar Portugese gewoonte veel gezwegen en om de hete brij heengedraaid wordt. Niet alleen weten de hoofdpersonen zelf vaak niet hoe de vork in de steel zit, de kijker wordt ook lang in het ongewisse gelatPinto construeerde het verhaal als een puzzel, die met veel moeite opgelost kan worden. Om te beginnen is de jongen, die als verteller op de geluidsband te horen valt, aanvankelijk totaal onzichtbaar. En als deze schaapherder eindelijk materialiseert, blijkt zijn aandeel in het drama nauwelijks meer dan marginaal te zijn. Hij diende dus als dwaalspoor, ook al vertelde Pinto in Amsterdam dat het een van de weinige karakters in de film was, die op zijn sympathie kon rekenen.

Hoe verder de relaties tussen de personages in elkaar stekeniel voor mij pas te reconstrueren na raadpleging van het begeleidende persmateriaal. Aangezien niet elke kijker daarover beschikt, zal ik een handje helpen.

Nuno, een student uit de stad, brengt de zomer door bij zijn zus Laura op het platteland. Die is getrouwd met een oudere, rijke man en betaalt derhalve de studie van haar broer. Ze heeft net een kind verloren en haar hoofd staat er niet naar Nuno rond te leiden over het landgoed. Dat mag de knecht Alberto doen. Er taat een nauw verhulde erotische vriendschap tussen Nuno en Alberto, die Laura tot zorg strekt, niet uit moralisme, maar omdat Alberto de postillon d'amour was tussen haar en een geheime minaar, Francisco, een zoon van haar man uit een eerder huwelijk. Dat moet wel haast uitlopen op een gewelddadige ontknoping, als een onweersbui aan het eind van de zomer.

Dit is het territorium van Joseph Losey's The Go-Between, van de ongelukkige plattelandsvrouw met een veel te oude echtgenoot uit Ju Dou Dust. Alsof het universele erotische hogedrukgebied niet genoeg beklemming oplevert, voegt Pinto er nog eens een scheut zwijgzaamheid en formele raadseltjes aan toe.

Het resultaat is een film die zonder twijfel bijzonder genoemd mag worden, maar dan is het aardigste er wel over gezegd. Ik heb me ernstig af zitten vragen waarom die puzzelstructuur bij Roeg of Rivette wel aanvaardbaar is, en in het geval van Onde bate o sol voornamelijk ergernis oproept. Dat de verwachtingen ent 'de jonge Portugezen' zo kunstmatig hoog gespannen waren, kan hooguit voor een klein deel de verklaring vormen. Waarschijnlijk is het grootste probleem het gebrek aan transparantie van Pinto's film. Het feit dat niet alleen de personages zelf, maar ook het scenario moeilijk te doorgronden valt, berust op een constructiefout. Een film mag een beroep doen op de emotionele of op de verstandelijke ijver van de kijker, maar niet op beide tegelijk. Dan slaan die twee handicaps elkaar en resteren slechts desorientatie en diffuse verwondering.

Het is jammer van de aardse, realistische stijl van Pinto, die nog beter tot zijn recht kwam in zijn debuutfilm Uma pedra no bolso, waarin de hoofdpersoon ook niet direct begreep wat er omging in het milieu waar hij de zomer doorbracht, maar de film zelf tamelijk doorzichtig bleef. Bewondering voor Pinto als buitenissige filmauteur zou op grond van beide films nogal voorbarig zijn, omdat excentriciteit en onvoorspelbaarheid op zichzelf geen kwaliteit vormen.