Betuwe verkoopt Spaanse kersen

KESTEREN, 20 JUNI. 'Kersen eten!' gebiedt het bord langs de provinciale weg van Rhenen naar Kesteren. Maar niemand gehoorzaamt. De terrasstoeltjes bij het kraampje in de boomgaard van de familie Vermeer zijn leeg, de parasollen staan dichtgeklapt te bibberen in de regen. Mevrouw Vermeer zelf heeft een kacheltje aan in de caravan achter de kraam. En de kersen komen ook al uit Spanje. “Vroeger hadden we echte kersentijd”, klaagt de verkoopster bereidwillig. Tegenwoordig ziet ze bijna nog meer journalisten dan klanten.

Wie dezer dagen door de Betuwe rijdt ziet borden genoeg die oproepen tot het eten van kersen en ander fruit in de kraampjes die er bij horen. De Elstars en de peren kunnen van eigen bodem zijn, maar zelden komen de kersen uit het achterland zelf. De karakteristieke boomgaarden dienen enkel als decor voor wat slechts een flauwe afspiegeling is van de kersentijd die mevrouw Vermeer bedoelt.

Zo'n 20 jaar geleden, vertelt stafmedewerker S. Koning van de Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO), werden in hetzelfde gebied op enkele duizenden hectaren kersen geteeld. Het meeste land wordt nu gebruikt voor de appelteelt, soms is er gewoon bouwland van gemaakt.

Als er in de Betuwe (en een klein gedeelte van Limburg) nog meer dan 300 hectaren kersenbomen staan, is het veel. Bomen voor de zoete kersen dan, want voor de zure kersen (voor de industrie) is nog ongeveer een zelfde oppervlakte in gebruik.

“De huidige teelt is nauwelijks rendabel”, weet Koning. De traditionele hoogstambomen maken het de fruittelers onmogelijk concurrerend met zuidelijke landen en het 'oostblok' te werken. Ze mogen dan mooi ogen in het landschap, de kersen moeten wel met de ladder geplukt en de bomen zijn onmogelijk te beschermen tegen vraatzuchtige spreeuwen - “Die krijg je met een kanon niet meer weg”

- laat staan tegen weersomstandigheden als van dit jaar: nachtvorst in april, en veel te veel regen, die de kersen uit hun schil doet barsten.

“De generatie die nog met de ladder wil plukken is uitstervend”, overdrijft onderzoeker H. Kemp van het proefstation voor de Fruitteelt in Wilhelminadorp een beetje. In Wilhelminadorp wordt geexperimenteerd met nieuwe kersenrassen, geent op zogenaamde laagstambomen, die niet hoger dan gemiddeld drie meter kunnen worden. Dat moet het de fruitteler niet alleen mogelijk maken de oogst betrekkelijk eenvoudig te plukken, maar ook zijn bomen met netten afdoende te beschermen tegen de vogels en bij slechte weersomstandigheden een tijdelijke (plastic) overkapping over zijn boomgaard aan te brengen. “De resultaten zijn best, de vooruitzichten goed, ik denk dat de kersenteelt binnenkort weer in de lift zal zitten”, zegt Kemp en hij mag zich gesteund weten door NFO-collega Koning, die ook van een 'goed perspectief' spreekt.

Ondertussen is het jaar voor de kersentelers evenwel een heel moeilijk. Niet dat andere jaren geen Griekse en Spaanse kersen in de stalletje verkocht worden. Maar de oogst is nu zelfs nog slechter dan gewoonlijk, vanwege die late vorst en de regen. In Geldermalsen werd van de week het eerste kistje Betuwse kersen geveild, dat fruitteler W.J. van Gelderen eigenhandig met de ladder uit zijn boomgaard geplukt had. Het kistje bracht 2240 gulden op, wat gelijk staat aan 224 gulden per kilo. De consument hoeft echter niet bang te zijn dat hij dit jaar helemaal geen kersen kan eten.

Met kersen gaat het al net als met het eerste vaatje nieuwe haring: de opbrengst ervan is voor de Nederlandse Hartstichting en het Koningin Wilhelmina Fonds. Geldermalsens veilingdirecteur H.H. Uyttewaal weet dat de aanvoer dit jaar “klein en gereduceerd” zal zijn. Hij denkt dat de gewone prijs van Nederlandse kersen op de veiling tussen de 6 en 10 gulden per kilo zal liggen. “Maar wat de detailhandel ermee doet, kan ik natuurlijk niet zeggen.”

Bij deze prijzen hoeft de liefhebber voor een koopje in ieder geval niet naar de stalletjes bij de boomgaarden, want daar betaalt men voor de Spaanse momenteel ook tussen de 11 en 13 gulden per kilo. “Over twee, drie weken hebben we kersen uit eigen bongerd”, belooft het meisje achter de kraam bij de Emma-Boomgaard in Rhenen. “Maar dan moet het wel eerst even beter weer worden.” Kan ze ook de drie truien uitdoen, die ze nu nog draagt.

Foto: In de Betuwe zijn deze week de eerste kersen van het jaar geplukt. Als gevolg van nachtvorst enkele maanden geleden is de helft van de Betuwse kersenoogst aangetast. Hierdoor zullen Hollandse kersen dit jaar ongeveer het dubbele kosten van andere jaren. (foto Cor de Kock)