'Aan pensionering ben ik voor mezelf nog niet toe'

Ouder is eerder meer dan minder. Een ieder heeft daarover zijn eigen verhaal. Vandaag actrice Ann Hasekamp.

Ann Hasekamp (1926), een melodieus stemmetje, meisjes- en damesachtig tegelijk: “Toen was ik toch al 47! Maar ik was heel happy, hoor, daar. Ik was ontzettend happy in mijn prive-leven. En ik kijk dus toevallig naar Ton woonden al lang samen en we zijn in dat jaar, in '73, getrouwd en dat was echt de tijd dat we nou eens extra verliefd waren omdat we die stap weer gingen nemen.”

Ze kende Ton Lutz van vlak na de oorlog - “En we vonden elkaar verschrikkelijk aardig!” - toen hij meekwam met de acteur Pim Dikkers die met haar zusje getrouwd was geweest. Maar ze had al een verloofde in Amerika, en daar moest ze naar toe. “En dat was allemaal enig hoor, maar ik dacht toch: Ik ga liever aan het toneel. En toen zag ik Ton terug maar die stond ot punt om te trouwen en toen ben ik vrij kort daarna ook met iemand anders getrouwd. Ja, je weet nooit waar dat aan ligt, maar we hebben ons toen gewoon vergist. Want toen we na een paar jaar samen aan het Rotterdams Toneel kwamen bleek dat we elkaar nog steeds vreselijk aardig vonden. En we hebben lang op elkaar gewacht, hoor. Heel lang. Maar we hebben een verschrikkelijk goed en leuk huwelijk en deze foto is dus vlak voor ons trouwen genomen.”

Ook wat haar werk aangaat was het een mooie tijd: “De aktie Tomaat was net achter de rug, maar wij zaten bij Globe en wij hebben daar geen last van gehad, want Ton had daar toen net die nieuwe Wanja gedaan. De Russische regisseur Sjarov had tegen hem gezegd: 'Ik ben oud, jij bent jong, maak jij een nieuwe Tsjechov.' En dat waren verrukkelijke voorstellingen, hoor! Toevallig hebben we net meegewerkt aan een Sjarov-documentaire van Hans Keller. In de Kleine Komedie kwamen de acteurs die vroeger met Sjarov gewerkt hadden bij elkaar en aanlange tafel vol Russische lekkernijen hebben we toen met elkaar herinneringen opgehaald en er werd ook gezongen.”

Ann Hasekamp moest met Andre van den Heuvel een scene uit Oom Wanja overdoen. “En ik moest een rok aan dus ik moest even oppassen: geen pasta eten! Dat heb ik van de Weight Watchers geleerd, wat je dan niet eten moet.” Ze giechelt als een stout meisje. “Maar dat was gek!

Want daar stonden de grijze oudjes tegenover mekaar met iets dat we drieentwintig jaar geledenelkaar hadden gespeeld. Ja, dat was heel wonderlijk.''

Grijs is Ann Hasekamp sinds Nacht moeder. “Ik wou het voor die rol heel natuurlijk hebben, dus geen pruik. En toen zat ik met mijn dochter, gespeeld door Linda van Dijck, op een klein bankje en ik was ontzettend bezorgd voor haar. Want die moeder wist niet wat ze met haar dochter aanmoest, ze wou haar overhalen om in godsnaam geen zelfmoord te plegen en zit met die radeloosheid: Hoe pak ik dat aan?

En toen besefte ik opeens dat ecies zo zat als mijn moeder. Ik weet nog: die hand lag zo” - open, in haar schoot - “en opeens dacht ik toen: Dat is precies mammie. Wat gek! En zoals ik ook keek... ik dacht: ik voel dat ik precies zo kijk en precies dat uitstraal dat mijn moeder vroeger ook naar mij uitstraalde als er moeilijkheden waren.”

De moeder van Ann Hasekamp overleed op haar 63ste. “Ja, ik ben nu al ouder. Wat wonderlijk, want zij leek zoveel ouder. Zij was toen ze begin dertig was al spierwit! En dat was mooi hoor, aar jonge, bruine ogen. Maar ikzelf wou altijd een beetje rossig zijn dus ik verfde het al heel vroeg. En toen ik het voor Nacht moeder had laten uitgroeien was dat wel even wennen. Want ik vergat het! Als ik dan bij voorbeeld een nieuwe trui ging kopen dan dacht ik: O, dat is mijn kleur en dan trok ik hem aan en dan keek ik in de spiegel en dan dacht ik: O, nee dat staat helemaal niet bij dat grijs! En dat heeft jaren geduurd: ik voelde mezelf nog steed die andere kleur haar.”

Een facelift? “Ik heb dat nooit overwogen. Ik denk altijd: Zoals je er nu uitziet, dat soort werk krijg je. Rollen die passen bij je gezicht. En dat is goed: dat jongere, dat past niet bij je. Het is bij mij trouwens heel organisch gegaan; ik ben heel geleidelijk ouder geworden. Ik herinner me een keer, toen ik 39 was, toen keek ik eens in de spiegel, 's morgens, en toen dacht ik” - met een verbaasd, hoog stemmetje - “Zo! Ik krijgier en daar een rimpeltje! Dat weet ik nog heel goed. Maar bij de laatste rol die ik speelde met geverfd haar zeiden collega's tegen me: 'Goh, je kan nog op voor 30!' Dat is dan toch een soort uitstraling die je hebt en zeker in de verte. Want je moet er geen camera op zetten! Dan zie je teveel! Vooral hier!” Ze legt haar hand tegen haar hals. “Maar toen ik tegen de vijftig liep, toen speelde ik echt alles hoor! En vergis je niet: vroeger was het heel gewoon als een oudere actrice een jongere vrouw speelde: daar dacht men niet bij na. Je hoefde er ook niet echt voor uit te zien, nee: je was een goede actrice en dus kreeg jij nu die rol. Een heel grote, dikke mevrouw stond dan Katchen von Heilbronn te spelen, of zo.

Jongeren kwamen er toen veel minder aan te pas.” Ze moest als volontair - ze had geen toneelopleiding - altijd achterin de bus zitten. “Terwijl mevrouw Carelse met drie grote plaids voorin zat, en dan moest je komen om haar voeten in te stoppen. En achterin de bus hadden wij jongeren altijd erg veel pleziooral op de terugweg, maar dan kwam er prompt de boodschap: 'Mevrouw Carelsen vraagt of het wat zachter kan!' Maar als je nu die kinderen ziet, die staan toch heel anders in het gezelschap. Soms krijg ik te horen 'Dag Mam!' als een jongen ooit een zoon van me heeft gespeeld en dan komt hij naar me toen om een zoen te geven... Ik heb leuke collega's, echt goede troopers. En als ik de eerste zinnen hoor, op een repetitie of op de Toneelschool, dan krijg ik natte ogen als het van jonge mensen is. Dat vind ik zo oerend. Maar om op dat uiterlijk terug te komen, wij toneelspelers hebben een uitdrukking: 'Dat is een oud-geborentje', zo iemand is nooit jong geweest. Maar dat kan voor bepaald werk juist heel mooi gebruikt worden. En zelf heb ik dus een wipneus, he? In het begin probeerde ik dat weg te poetsen. Hoe weet ik niet meer: door naar beneden te kijken, weet ik veel. En toen zei Cees Laseur tegen mij - dat was een goed pedagoog, die man! -: 'Jij denkt: mijn neus is niet leuk, he? Stem maar goed de lucht in, hoor! Dan denkt iedereen: O, dat is gewoon een neus!' En dat is ook zo: laat al je tekortkomingen maar goed zien.

“Dat heb ik dus door mijn vak geleerd: dat je er beter aan doet om je masker af te zetten zodat ze door je heen kunnen kijken en alleen maar jou zien en niet je uiterlijk. Iets van: Kom maar op, misschien zie je mij beter zo dan dat ik me verberg achter een masker. Een masker van juwelen of een masker van make-up: noem maar op. Dus wat oud worden betreft, ik pieker daar maar niet over. Want ik vind het wel jammer, hoor! Ik vind het helemaal niet leuk dat wij nu... eh... ja, eens gebeurt het, he? Daar gaat het natuurlijk toch naartoe! Bij die Sjarov-documentaire kwamen ook oude foto's tevoorschijn en als je dan zag wie er allemaal niet meer zijn! En ook allemaal veel te vroeg zijn weggegaan, weet je. Dat vond ik erg ontroerend.”

Ann Hasekamp is op het moment de oudste actrice van de Toneelp Amsterdam, ze wordt dit jaar 65. Maar ze is niet van plan dan met toneelspelen op te houden. “Ik vind het heel gek dat ik dan gepensioneerd word. Daar ben ik nog helemaal niet aan toe voor mezelf.

Maar ik blijf er toch wel bij werken, denk ik; nee, hoop ik. Want het gekke is dat ik er hier in huis ook niks van merk. Wij hollen en vliegen de hele dag: hup-hup gauw naar de repetitie, eten koken, hup-hup gauw eten en naar de bus hollen. En ik geloof dat ik als ik boodschappen doe ook erg hard loop.''

Ze doet gymnastiek. “Elke ochtend een programmaatje met rekoefeningen, heel lief door een fysiotherapeut speciaal voor mij gemaakt. Want je moet je lichaam goed bijhouden. En dat gaat ook samen, fysiek en het feit dat je veel moet leren. Dat hoofd is natuurlijk ook goed getraind. En ik heb een heel goede vitaminepil; Kist-caps, genoemd naar mijn dokter. Die heeft toen hij jong was een tijdje in een ouden-van-dagenhuis gewerkt en dat dement zijn intrigeerde hem zo. En toen heeft hij die Kist-caps samengld en dat had enorm resultaat. Bijna al mijn collega's nemen het; hij moet een recept schrijven en er is er maar een apotheek die het maakt, die Kist-caps. En vergeet ook niet dat wij bij iedere rol van betekenis ons binnenstebuiten keren en dat we gewend zijn om in onszelf te kijken: ik geloof dat dat heel belangrijk is. Je hoeft er niet zo jong uit te zien, als dit” - zest tussen haar oren, langs haar weerbarstig, wit doorschoten, dik krullend haar - “maar lenig gebleven is.”

In december begint ze met de produktie van een toneelstuk dat Paul Haenen nog aan het schrijven is, speciaal voor haar, met Ingeborg Elzevier en Ton Lutz. Ze verheugt zich daarop: “Want we wilden ontzettend graag weer eens samen spelen. Heel spannend wordt dat!”