Zielige Turbo-BV

Soms raken wetenschapsmensen in opwinding over een nieuw soort sprinkhaan of een onvermoed sterrenstelsel. Aan het fiscale firmament duikt bij tijd en wijle een nieuwe constructie op. Het aardige van zo'n belastingtruc isat zij niet aan Gods hand toegeschreven kan worden, maar aan een slimme fiscalist. Die loopt niet met zijn vondst te koop maar beschermt haar als een bedrijfsgeheim. Zodoende kan hij zijn creativiteit optimaal uitbaten.

Ergens in het land is er een belastingambtenaar die de constructie voor het eerst 'ontdekt'. Hij krijgt aanvankelijk maar een klein stukje van de opzet te zien. Missen hebben verscheidene collega's er al over heen gekeken. Maar de slimme inspecteur wordt wantrouwig door die paar feiten in de belastingaangifte die afwijken van de normale gang van zaken. Door vragen aan de betrokken belastingadviseur te stellen, probeert hij meer van de constructie te ontrafelen. Hij overlegt met collega's op de inspectie en op een vergadering licht hij enkele hoge ambtenaren van het ministerie van financien in.

Na verloop van tijd raakt ook de stassecretaris van financien van de constructie op de hoogte. Doorgaans gaat men dan aan de slag om de belastingtruc te bestrijden. Ook dat gebeurt in stilte, want waarom zou je adviseurs die de constructie nog niet kennen op een idee brengen? Bovendien is het voor een bewindsman prettiger in alle rust te werken, dan achtervolgd te worden door Kamerleden die liefst morgen al een wetsvoorstel willen zien. Op zijn laatst komt de constructie in de openbaarheid als de belastingrechter hem al dan niee nek omdraait.

Maar het kan ook eerder. Dat gebeurde met de zogenaamde Turbo-BV's. De eerste openbare signalering ervan had in december 1990 plaats door de Utrechtse belastinginspecteur Guiljam. Hij gaf de constructie de naam mee die binnen de belastingdienst in korte tijd gemeengoed was geworden: Turbo-BV. In het Weekblad voor fiscaal recht (WFR) deed hij een aantal manieren uit de doeken om een bepaalde regeling uit de inkomstenbelasting te misbruiken. De Turbo-BV is er daarn van.

Guiljam heeft een duidelijke mening over het misbruik van deze regeling die de opstapeling van inkomsten- en vermogensbelasting moet voorkomen: 'Het feit dat mensen met een groot vermogen in groten getale geen inkomsten- en vermogensbelasting betalen, noopt tot bezinning over deze regeling'.

Anders dan de stoere naam doet vermoeden, is een Turbo-BV eigenlijk maar een zielig geval. Het is een onderneming die heommercieel niet heeft gerooid en die is gestaakt; zonder failliet te gaan. Wat er overblijft is een verlies van bij voorbeeld een miljoen gulden en een daardoor waardeloos pakket aandelen. Normaal gesproken mag een BV het verlies dat in het ene jaar is gemaakt, compenseren met de winst in een volgend jaar. Zolang er nog niet gecompenseerde verliezen zijn, hoeft over winsten geen belasting te worden betaald.

Die regels van verliescompensatie zijn eerlijk, want zo wordt er over de lange termijn gezien alleen over de netto winst belastinbetaald. Zo goed als een ondernemer zijn winstcijfers relativeert omdat hij weet dat er nog belasting van af moet, relativeert hij ook zijn verlies.

Door de latere compensatiemogelijkheid vormt elke duizend gulden verlies een 'waardebon' voor belastingvrijdom op duizend gulden later te maken winst. Zo heeft een verlies van een miljoen gulden bij een belastingtarief van 43 procent een 'waarde' van 430.000 gulden. Bij een bedrijf dat later een miljoen gulden winst maakt, komt alles op zijn pootjes terecht. Maar bij een onderneming die onder de verliezen bezwijkt, lost ook de waarde van de verliescompensatie in het niets op. Er bestaat een wettelijke bepaling die overdracht van de verliescompensatie naar een nieuw bedrijf of een nieuwe aandeelhouder de pas afsnijdt.

De Turbo-BV is een gekunstelde manier om die verliescompensatie toch te redden. De aandeelhouder van het verliesgevende bedrijf verhoogt kunstmatig de hoogte van zi aandelenkapitaal; hij 'blaast zijn aandelenkapitaal op' tot de hoogte van zijn verlies (vandaar de naam Turbo-BV).

In ons voorbeeld vergroot hij het aandelenkapitaal tot een miljoen gulden. Dat papieren kapitaal van een miljoen gulden vertegenwoordigt nog steeds geen cent aan bezittingen. De aandeelhouder verkoopt ze evenwel voor een bescheiden bedrag aan iemand die een winstgevende activiteit in de lege BV onderbrengt. Die succesvolle zakenman laat zich ondanks de gte winst geen salaris of dividend uitkeren. Hij gebruikt de bedrijfswinst om zich door de BV zijn enorme aandelenkapitaal tegen de volle prijs van een miljoen gulden te laten uitbetalen. Over zo'n uitbetaling hoeft men geen belasting te betalen; over salaris of dividend zou de man tot zestig procent belasting verschuldigd zijn geweest. Hij zal daarom voor een Turbo-BV met een aandelenkapitaal van een miljoen gulden, bij voorbeeld een kwart miljoen gulden willen (Beten. Dat levert hem een belastingvoordeel van 350.000 gulden op (namelijk 600.000 gulden belastingbesparing minus de koopprijs van 250.000 gulden).

De onfortuinlijke verkoper van de aandelen ziet van zijn verliescompensatie - met een 'bedrijfswaarde' van 430.000 gulden - toch nog ruim de helft terug. De koopsom van een kwart miljoen gulden blijft bij hem onbelast.

Belastinginspecteurs, staatssecretaris en Kamerleden lopen rood aan bij het horen van deze belastingtruc. Wat belast dividend hadeten zijn, is omgetoverd in een onbelaste terugbetaling van kapitaal.

Het ondernemende deel van Nederland kijkt er anders tegenaan. In het Financiele Dagblad trok ondernemer Schaberg fel van leer tegen het D66 kamerlid Ybema dat snel maatregelen eist. Hij verwijt Ybema een misstand te signaleren die geen misstand is. 'Degene die wordt gepakt, is de oude ondernemer die alles kwijt is en ook de schrootwaarde van zijn bedrijf aan zich voorbijet gaan. Als Ybema zijn zin krijgt, wordt een transactie die de oude ondernemer nog enig financieel soelaas biedt, verstoord', aldus Schaberg.

Hij kreeg vorige week onverwacht steun van wetenschappelijke zijde. De Rotterdamse hoogleraar Stevens vraagt zich in het WFR af wat er op tegen is dat aandeelhouders een deel van het niet-compensabele verlies te gelde kunnen maken. 'Deze handelwijze laat zich, althans voor zover een reeel kapitaalverlies is geleden, moeilijk als misbruik bestempelenzo stelt de hoogleraar.

De fiscale praktijk legt zich niet neer bij beperkingen in de mogelijkheid om verliezen te compenseren. Inventieve belastingadviseurs vinden steeds weer gekunstelde ontsnappingsmogelijkheden. Die mazen in de regeling moeten vervolgens weer worden gedicht. Zo worden belastingwetten ingewikkeld en extra belemmerend voor het bedrijfsleven. Een betere oplossing is dat de overheid een stapje terug doet door het versoepelen van de belastingregels voor verliescompensatie. Constructies hoeven niet uitsluitend met vliegend vaandel te worden bestreden; ze zijn soms ook uit de wereld te helpen door een niet geaccepteerde bepaling te herzien.