Thatcher en Heath botsen over Europa

LONDEN, 19 JUNI. Het broze vertoon van eenheid in de Conservatieve Partij over het onderwerp van de Europese integratie, door de Britse premier Major vorige week met grote zorg gerestaureerd, ligt sinds gisteravond aan scherven. Twee van Majors voorgangers, ex-premier Margaret Thatcher en ex-premier Edward Heath, zijn verwikkeld geraakt in een partijtje straatvechten over de plaats van Groot-Brittannie in Europa.

Thatcher kondigde in Amerika aan dat ze niet langer haar mond zal houden over de dreigende integratie en begon st met het openlijk berijden van al haar oude stokpaardjes: tegen een gemeenschappelijke Europese munt, tegen het ontstaan van een Europese “superstaat”, en tegen de toetreding van het pond sterling tot het EMS, waarin ze naar eigen zeggen had toegestemd tegen beter weten in.

Haar toespraak was koud van de telex of oud-premier Edward Heath, de man die de onderhandelingen heeft geleid over de - late - Britse toetreding tot de EG, ok voor radio en televisie in woede. Bij tijd en wijle sputterend van kwaadheid beschuldigde hij Thatcher onder meer van het verkondigen van “leugens”, van onbegrip over de betekenis van een verenigd Europa en van het bezit van “een mini-verstand”. Op buitenstaanders maakten de uitvallen van Heath vooral de indruk dat hij zich eindelijk onbelemmerd liet gaan in het demonstreren van zijn afkeer van de vrouw, die hem in 1979 als partijleider van de troon heeft gestoten.

De openlijke oorlog tussen twee zulke prominenten, vertegenwoordigers vanro- en de anti-Europese stromingen binnen de Conservatieve Partij, heeft John Major in de positie gebracht van de 'pater familias', die zijn ruziende gezin toeroept dat we er toch een gezellig dagje van moeten proberen te maken. Enigszins hulpeloos zei hij vanmorgen dat het “dom” is, wanneer de partij zo openlijk verdeeld lijkt.

Pag. 5:

Federalisme zo taboe als 'het F-woord'

In het Lagerhuis had Major gisteren al op eieren moeten lopen, toen hem het vuur aan de schened gelegd over het gebruik van het woord “federalisme” in een ontwerptekst voor de top van Europese regeringsleiders in L. Die term is hier zo met taboe omgeven, dat de Britse pers vrijwel unaniem de omschrijving “het F-woord” heeft ingevoerd. Major antwoordde op een duidelijk door de partijleiding ingegeven vraag van een Conservatief Lagerhuislid, of hij ook niet vond dat een gentegreerd Europa delijk en niet via “een blauwdruk voor federalisme”tot stand moet komen: “Ik ben het helemaal met u eens. Een Europese super-staat zou voor mij niet aanvaardbaar zijn, voor dit Huis niet aanvaardbaar zijn en naar mijn mening voor dit land niet aanvaardbaar zijn.”

De vraag van een oppositielid, of hij het eens was met Thatcher's uitlating, maandagavond in Chicago, dat een gemeenschappelijke Europese munt “het hart zou wegnemen uit de opzet van het Parlement”, antwoordde Majowijkend: “Als dit parlement dat zou geloven, zou het daaraan zijn stem onthouden en dan zou het niet gebeuren.”

Dat alles speelde zich af nog voor Mrs Thatcher, op tournee om fondsen te winnen voor haar Thatcher Foundation, gisteravond in New York in het Hilton Hotel op het spreekgestoelte klom om te zeggen dat ze niet langer kon zwijgen over wat er in Europa staat te gebeuren. In haar toespraak stelde ze de oprichting van een trans-atlantische economische gemeenschap voor, bestaande uit de VS el Europa, waarin de vrije handel voorop zou staan. Die zou een tegenwicht moeten vormen tegen de “Europese super-staat” waarop sommige leden van de EG naar haar zeggen uit zijn.

De vorming van een Europese super-staat was “dwaasheid”, de invoering van een gemeenschappelijke munt “helemaal niet nodig om een gemeenschappelijke markt tot stand te brengen”. Er dreigde een groot gevaar dat in de Europese superstaat de dientgemaakt zou gaan worden door een groep mensen, die geen democratische verantwoordelijkheid hoeft af te leggen. “Zo'n 700 jaar lang heeft ons parlement verantwoording gehad voor onze munt, ons economisch beleid, onze uitgaven, onze belastingheffing. Ons uitvoerend orgaan is directe verantwoording schuldig aan de bevolking. Het is het beste systeem en de meesten van ons denken dat het zo voor de volgende 700 jaar moet blijven.”

Mr Heath begon aan een lange avond van telkens anders geformuleerde beledigingen jegens zijn opvoer door te zeggen dat hij zich afvroeg hoe een Amerikaans publiek geacht werd “klakkeloos te geloven” dat een gemeenschappelijke munt niet werkt, terwijl zij zich met 300 miljoen Amerikanen wel van een munt bedienden. Spreken over een Europese super-staat waarin de Europese Commissie op eigen gezag de dienst uitmaakt, “is het verkondigen van onwaarheid, in gewoon Engels: leugens. (...) Ze heeft niet door dat ze uit No 10 verwijderd is vanwege haar uitspraken over Europa. Ze toont geen enkel begrip voor de afzichtelijke erfenis waarmee ze haar opvolger heeft opgescheept. (...) Ze beseft niet dat ze daarvan zelf de oorzaak is.”

De opwinding over de uitlatingen van Thatcher en Heath is groot. Sommige partijleden zijn opgelucht dat er op zo hoog niveau, maar toch ver genoeg verwijderd van de huidige premier, openlijk stelling is genomen tegen de spelbederf-tactiek van Mrs Thatcher. De meeste reacties van Conservatieve MP'eken echter van afkeur over de persoonlijke en verbitterde manier waarop Heath die kritiek heeft verwoord.

De grote vraag is nu, hoe Mrs Thatcher in Amerika zal reageren op Heath. Gisteren, voor Heath's uitval, zei ze dreigend dat “wat minder stilzwijgen voortaan op zijn plaats is”. Een horde van Britse journalisten is haar naar de VS gevolgd om elk woord over Europa en over het beleid van haar opvolger te registreren. In de opschudding die nu is ontstaan, weet Thatcher dat verdere oorlog alleen in het voordevan de oppositie werkt. De vraag is of zij die overweging zwaarder zal laten wegen dan haar natuurlijk verlangen om haar gelijk te zoeken en of zij opnieuw zal reageren zoals zij als premier eens op Heath's uitvallen reageerde. Met een veelzeggend schouderophalen en een minzaam maar dodelijk: “Ach, we weten allemaal hoe Ted in elkaar zit.”