Slachtoffertje spelen

Het kleine vertrek in de bunker in Rijsenhout is overvol. Mannen en vrouwen staan en zitten naast opengeschoven viskoffers, gevuld met balletjes klei-achtige substantie en kleine flesjes met onbenoembare inhoud. Midden in het vertrek staat een grijsbesnorde man, met zijn ontblote linkeronderbeen bovenop een stoel geplaatst. Uit het gezwollen scheenbeen steekt een stuk bot. Andere aanwezigen hebben bloedige sneeen en scheurwonden in het gezichen man in poloshirt houdt twee verbrande armen hulpeloos naar voren. De stemming is opvallend opgewekt.

“Brooddeeg”, typeert T. Joustra uit Amsterdam de open beenbreuk van zijn buurman met deskundige blik, terwijl hijzelf met een nagelvijltje scheurwondjes aanbrengt in zijn geprepareerde onderarm. Het slachtoffer, dat zich voorstelt als A. Dijkstra, richt zich tot de bezoeker. “Vanmorgen deed ik bij de KLM nog een afgerukte hand.” Ter illustratie haalt hit ongelukkige lichaamsdeel, dat is voorzien van een zegelring, uit zijn tas. Ook de bijbehorende stomp draagt hij bij zich.

Alle vijfentwintig aanwezigen zijn lid van de organisatie Lotus. Achter de naam zou men genteresseerden in meditatie en Oosterse wijsbegeerte kunnen vermoeden maar een wereldlijker doel staat hier centraal. De letters staan voor Landelijke Opleiding Tot Uitbeelding van Slachtoffers. Men is in Rijsenhout voor een reddingsoefening van het Regionale Brandweerkorps Amsam en Omstreken.

De beoefenaars van dit voor de argeloze toeschouwer wat macabere tijdverdrijf maken stuk voor stuk een zorgeloze indruk. Complimenten over elkaars afschrikwekkende uiterlijk klinken door het vertrek.

“Hier ligt nog een dichte botbreuk, met haar en al!” roept een vrouw enthousiast, en houdt de vondst omhoog.

“Een ander gaat tennissen of biljarten”, tracht Dijkstra zijn vrijetijdsbesteding in een alledaags licht te zetten. Zoals vrijwel iedereen onderstreept ook de serieuze en leerzame kant van het Lotus-werk. Hoe je reageert op slachtoffers van ernstige ongelukken leer je niet uit de boekjes, luidt de algemene verklaring van de Lotus-leden voor hun inzet. Het zijn stuk voor stuk gediplomeerde EHBO-ers. De organisatie is in 1963 in het leven geroepen en telt inmiddels circa tweeduizend leden, verspreid over tachtig Lotuskringen. Niet alleen de uiterlijke verwondingen, ook de onzichtbare symptomen en het vaak verwarde aniekerige gedrag van slachtoffers bij rampen- en andere oefeningen worden zo natuurgetrouw mogelijk nagebootst. Alle gediplomeerde slachtoffers hebben een tweejarige opleiding achter de rug.

De brandweeroefening betreft een gefingeerde ontploffing met instortingen, waarbij gewonden her en der verspreid liggen in onverlichte ruimten. Een brandweervertegenwoordiger dirigeert de Lotusleden ruimschoots op tijd naar hun plaatsen in de catacomben en spelonken van de bunker. Nadat de lichten uitgaan laten de reddingstroepen nog een half uur op zich wachten, maar sommige acteurs vatten hun werk al vanaf het begin bijna angstig serieus op.

“Is hier iemand?” De vraag, in de richting van een koude en aardedonkere ruimte achterin het verdedigingswerk, wordt slechts beantwoord met een rillerig en gekweld gekreun. Een man ligt bevend tegen een muur. Elders in de bunker gaat het ontspannen toe. Joustra, al jaren 'in het vak', vertelt in een kelderruimte aan twee collega's hoe een papje waarin onder meer bloem, zout, olijfolie en wijnsteenzuur is verwerkt, op een laag gas moet worden opgewarmd.

“Blijven mengen tot het dik wordt.” Het resultaat is misschien goed eetbaar maar de toehoorders hebben slechts professionele toepassingen op het oog. “Perfect”, luidt hun diagnose van Joustra's met het wondermiddel 'opgezette' beenbreuk.

Lotus heeft een serieuze functie, beklemtoont iedereen, maar voor velen is het slachtofferspel duideijk ook een pure hobby. “Je moet een beetje een komediant zijn”, erkent een gevorderd Lotus-lid in het trainingcentrum in Diemen. In een lokaal achter ons oefent een groep de uiterlijke symptomen van verstikking, verslikking en andere vormen van ernstige benauwdheid. Het bij dit ongemak behorende grijsblauwe gelaat krijgt de nodige aandacht. “Acteren is belangrijk maar het blijft altijd in het net zegt de routinier. “Niet vloeken en niet slaan. En altijd een wachtwoord om duidelijk te maken wanneer het geen spel meer is. Want als je tussen twee auto's ligt en door de brandweer wordt uitgezaagd moet je er wel bijblijven, er kan altijd iets misgaan.”

Favoriete verwondingen zegt hij niet te hebben. “Ik vind alles mooi.” Een collega die blijkbaar op de hoogte is van zijn diepere zieleroerselen dringt aan op een ontboezeming. “Je hebt altijd een favoriet.” “OK, een slagaderlijke bloeding, vooral door de paniek van de mensen erbij. En een hersenschudding met over. Dan lig je daar en je ziet ze denken 'ze kunnen niet alles'. Maar het kan dus wel, en dan onverwachts...” Een plastische beweging volgt. “Nee, geen sandwichspread, een papje van havermout en nog wat andere dingen.” De collega heeft een andere voorkeur. “Longbloeding. Dan komt er bloed uit je mond. Meestal kom ik met een grote sigaar binnen en begin met hoesten. Er is veel mogelijk. Oog eruit hangend, handje eraf, geen probleem.”

Ook in Rijsenhout blijkt de longbloeding populair, al is hij die avond niet besteld. Maagbloedingen worden eveneens regelmatig genoemd.

“Uitwendige bloedingen zijn eigenlijk niet zo spectaculair”, vindt D. van Bemmelen, die al vijftien jaar Lotus-slachtoffer is. “Ik ben van een stelling gesodemieterd en blijven hangen”, verklaart hij zijn diverse scheurwonden en (gesloten) gebroken been. “Paniek spelen is het mooiste.”

In de centrale ruimte in de bunker, waar de gewonden worden verzameld voordat ze in vrachtwagens naar een cen opvangpunt worden vervoerd, komen de acteerinspanningen goed tot hun recht. Een vrouw met weinig uiterlijke schade verkeert klaarblijkelijk in shocktoestand en loopt voortdurend verward van haar plaats.

Een bebrilde vijftiger, in de kleedruimte nog uiterst welbespraakt, zit op een brancard meer dan een half uur glazig voor zich uit te kijken. Hij zegt geen woord en reageert nergens op. De hulptroepen, die bestaan uit leden van ddingsbrigade van de vrijwillige brandweer (“Een soort opvolger van de BB, we zijn nog nooit echt opgeroepen”), reageren in bloedige ernst. “Hoort u mij?” Mensen die antwoorden krijgen een papier met hun persoonlijke gegevens op de borst gespeld.

Slachtoffers die in paniek huilend weglopen worden gekalmeerd en teruggeleid.

Diverse gewonden informeren naar achtergeblevenen en zoeken troost bij elkaar.

Soms leidt het Lotuswerk tot voorspelbare misverstanden. “Bijvoorbeeld als we op een bedrijf oefenen en daarna naar de gaan”, vertelt iemand. “Daarom moet het schmink eraf zodra je naar huis gaat. Thuis oefen ik ook alleen als ik weet dat er geen mensen komen.” Het aantal anekdotes over flauwvallende EHBO-ers en ziekenhuismedewerkers die niet van een oefening op de hoogte waren, is groot.

Het spel in Rijsenhout wordt tot op het laatste moment volgehouden. Alleen Dijkstra valt een kort moment uit zijn rol. Vanaf de brancard verraadt een knipoog tot de bezoeker de nuchtere wer)lijkheid achter het bloedige spel.