'Rijksweg ten oosten van Maas einde van de das'

Negen natuur- en milieu-organisaties onder aanvoering van de vereniging Das en Boom hebben bij de Haag rechtbank een civiele procedure aangespannen tegen minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat). Zo willen ze bereiken dat rijksweg 73 tussen Venlo en Maasbracht niet aan de kwetsbare oostkant van de Maas wordt aangelegd. De geplande autosnelweg zal daar een belangrijk natuurgebied en de Middenlimburgse populatie van dassen doorkruisen.

SWALMEN, 19 JUNI. De tranen springen hem bijna in de ogen. G. Jonkman, secretaris van de Milieu- en Heemkundevereniging Swalmen, net boven Roermond, voert ons door het dal van de Swalm, een beek die nog stroomt en kronkelt zoals men van een beek verwacht. Het licht glooiende landschap, compleet met rune van een 14de-eeuws kasteel, behoort tot de aangenamere stukken natuur van Nederland. Daar vlakbij zijn ook dierlijke burchten: de holen van een paar dassenfamilies.

Jonkman: “En dat alles dreigt ten onder te gaan door die snelweg. Dat is toch dood- en doodzonde.”

De bovenverdieping van het station in Swalmen, een uit 1863 daterend, witgepleisterd gebouwtje, dient als werk- en vergaderruimte voor zijn club. Vandaag is er een persconferentie. Jonkman heeft de leiding, maar het is vooral J. Dirkmaat, voorzitter van de landelijke vereniging Das en Boom, die het woord voert. Hij meldt, mede namens acht andere organisaties, waaronder Milieudefensie en de stichting Natuur en Milieu, dat een dagvaarding is uitgebracht tegen ministeMaij (verkeer en waterstaat) om haar via de rechter te dwingen haar 'heilloze' plan te herzien.

Rijksweg 73 mag desnoods westelijk van de Maas komen, maar zeker niet aan de oostkant. “Want dat zou de doodsteek voor de dassenbevolking van Midden-Limburg betekenen”, verklaarde Dirkmaat eerder en hij herhaalt het nu in andere woorden: “Dan is de das, een bedreigde diersoort, gedoemd uit Midden-Limburg te verdwijnen en dat zou in strijd zijn met wat regering en parlement voor ogen staat: een krachtig herstel van de dassenstand.”

Hij voert nog andere argumenten tegen het oostelijke trace aan. De weg druist zowel in tegen internationale verdragen als tegen het nationale beleid dat voor dit gebied is vastgesteld. De landstreek valt onder de term 'hoogwaardig', terwijl Swalm- en Roerdal de status van beschermd terrein verkregen. Dat verdraagt zich niet met een betonstrook die op diverse plaatsen zelfs dwars over dassenburchtenkomt te liggen. Ook de hamsterstand loopt trouwens gevaar.

In het stationnetje van Swalmen vraagt Dirkmaat zich af of de snelweg er 'uberhaupt' moet komen: “We zitten hier aan enkel spoor. Bij elke halte moeten de treinen op elkaar wachten. Dat is toch een schrijnende toestand in het licht van zo'n nieuwe weg? Maar misschien dat men nog op zijn schreden terugkeert. Men heeft tot na het jaar 2000 de tijd om tot inkeer te komen.”

Dat laatste klopt, zoals vorig jaar november nog bleek, toen de Tweede Kamer het Structuurschema verkeer en vervoer behandelde. Volgens de meerjarenplanning komt het bewuste traject van de A 73, waartoe in 1985 werd besloten, pas na 2000 voor uitvoering in aanmerking. Maar dan wel volgens de oostelijke route. Een motie van PvdA en D66 om de mogelijkheden van een westelijke variant alsnog te onderzoeken, werd verworpen. CDA en VVD wilden er niet aan en datzelfde geldt voor het provinciebestuur van Limburg, dat zich weer gesteund weet door industriele krachtenn dit gewest.

Hun voorkeur voor het 'dasvijandige' oostelijke trace berust op overwegingen van verkeerstechnische aard. Ook nu beweegt de grootste autostroom zich aan de rechterkant van de Maas en doorgaand verkeer laat zich hier gemakkelijk bundelen met lokaal verkeer tussen plaatsen als Swalmen, Reuver en Tegelen. Daar staat tegenover dat een organisatie als de ANWB zich van meet af aan tegen de oostroute heeft verzet, om redenen die alles met de bekoring vahet landschap te maken hebben. Wat dat betreft kan ze de bezwaren van Das en Boom voluit delen.

Het gaat bij dit alles om het sluitstuk van de A 73, de langste snelweg van Nederland die nog in staat van uitvoering verkeert, tussen Nijmegen en Maasbracht. Het eerste deel (Nijmegen-Boxmeer) is al geruime tijd in gebruik. De aanleg van het tweede traject (Boxmeer-Venray) is begonnen en een derde stuk (Venray-Venlo) komt medio jaren negentig aan de beurt. Het laatste deel (Venlo-Maasbracht) moet dusa 2000 volgen.

Eerdere acties van de natuur- en milieubeweging om in deze regio het voortschrijdend beton een halt toe te roepen, zijn op niets uitgelopen. Ook de strijd tegen het sluitstuk is al jaren aan de gang, maar heeft tot op heden evenmin vrucht afgeworpen. Eerder riep men daarbij de Arob-rechter te hulp, maar die verklaarde zich in deze kwestie onbevoegd. Vandaar dat de organisaties nu de civiele rechter hebben ingeschakeld.

Intussen begint, landelijk gezien, de dassenand zich enigszins te herstellen na vele jaren van achteruitgang. Volgens een schatting van Dirkmaat telt Nederland op het ogenblik circa 1.500 exemplaren van dit roofdier, dat zestig a negentig centimeter lang wordt en opvalt door zijn markante zwart-witte kop.

De dassen concentreren zich in zes gebieden: Gaasterland, Staphorst en omstreken, de Veluwe, het Rijk van Nijmegen met bijbehorende stukken van Noord-Limburg en Oost-Brabant,idden-Limburg en Zuid-Limburg.

Terwijl de populaties boven de Maas in omvang toenemen, takelt de Zuidlimburgse gemeenschap nog gaandeweg verder af. Die van Midden-Limburg, die door de A 73 wordt bedreigd, stabiliseert zich al enige tijd op ruim dertig dieren, verspreid over tien burchten.

Het streven van de rijksoverheid is gericht op een landelijke dassenstand van 5.000 exemplaren in het jaar 2000. Dat zou neerkomen op tien procent van het aantal dassen dat rond de eeuwwisseling in Nederland voorkwam, toen het territorium van deze soort zich nog uitstrekte tot West-Brabant en Zeeuws-Vlaanderen.