'Overheid heeft geen geld voor spoorlijn'

UTRECHT, 19 JUNI. De aanleg van wegen en spoorwegen is een zaak van de overheid. Maar onder andere door “een gebrek aan manoeuvreerruimte obegroting” moet het bedrijfsleven aan de financiering van projecten als de Betuwelijn bijdragen om te voorkomen dat achterstanden ontstaan.

Dit zei secretaris-generaal van Economische Zaken L.A. Geelhoed gistermiddag op de Nationale Distributiedag in Utrecht. Geelhoed reageerde hiermee op een brandbrief die onder meer de Kamers van Koophandel van Rotterdam en Amsterdam en de stichting Nederland Distributieland onlangs aan hbinet hebben gestuurd. De rijksoverheid moet volgens de ondertekenaars van die brief de financiering van de Betuwelijn (van Rotterdam naar Duitsland) voor haar rekening nemen.

“Ik kan daar theoretisch over doen: het is inderdaad een zaak van de overheid. We moeten minder consumptief genieten van onze welvaart en meer investeren”, aldus Geelhoed. (Circa 96 procent van 's rijks uitgaven zijn condsumptief - red.) Maar de praktijk is volgens de secretaris-generaal “weerbarstiger dan de leer”. Geelhoed: “Geld en deskundigheid van bedrijven zou goed kunnen helpen. Laten we niet kruidenieren. Laten we met elkaar de nodige ruimte scheppen.”

Geelhoed gaf verder als zijn persoonlijke mening te kennen dat belangrijke infrastructurele projecten als de uibreiding van Schiphol (Plan van Aanpak) en de Betuwelijn in een keer door het parlement moeten worden behandeld. Hij vergeleek dit soort projecten met de Deltawerken en de drooglegging van de Zuiderzee. Die zijn via speciale regelgeving zonder inspraakprocedures tot stand gekomen. “Ik maak me meer zorgen over de lange procedures die hier gevolgd moeten worden waardoor besluiten te laat of helemaal niet tot stand komen, dan over het feit dat er te veel besluiten door de overheid zouden worden genomen”, zei Geelhoed. Hij betwijfelde echter of de Nederlandse overlegcultuur zou kunnen worden veranderd. Geelhoed: “We hebben ons daarmee jarenlang senang gevoeld. Dan wordt het heel moeilijk daarin verandeing te brengen.

Op de Nationale Distributiedag stond de positie van de verladers van goederen centraal. De Nederlandse transport- en distributiesector is onvoldoende afgestemd op de wensen van de klanten. Die eisen intoenemende mate betrouwbare en snelle logistieke dienstverlening.

Onderzoek zou hebben uitgewezen dat meer dan de helft van de verladers na afloop van de contractperiode met de transporteur een andere dienstverlener in de arm neemt, aldus de voorzitter van Nland Distributieland, oud-minister van verkeer en waterstaat mevrouw N.

Smit-Kroes.