Nippofobie

De heer Wisse Dekker, president-commissaris van Philips, heeft gewaarschuwd tegen 'het Japanse gevaar'. Zo eenvoudig opgeschreven zou het de indruk kunnen wekken dat hij een late vertegenwoordiger is van de angstige waarschuwers die al voor dorlog voorspelden dat 'het gele gevaar de wereld wil overspoelen'. Na 1945 is het vervangen door 'het rode gevaar' waarvan toevallig dit weekeinde in Nederland de laatste rest zichzelf heeft opgelost. Inmiddels worden reminiscenties gewekt aan het oude gele gevaar dat nu de Nippofobie veroorzaakt.

Wisse Dekker voerde het woord in de Ridderzaal waar het vijfjarig bestaan van Eureka, de coalitie van Europees vernuft, werd gevierd.

Achter het oorspronkelijk Eureka staat een uitrpteken: blijk van opgetogenheid van degene die dit woord gebruikte, nadat hij iets had ontdekt. De Europese coalitie is opgericht om het ontdekken te bevorderen. Het gaat, zoals ook door verscheidene staatshoofden en regeringsleiders in de Ridderzaal werd vastgesteld, niet slecht; maar het moet veel beter, wil men gelijke tred met de Japanners houden.

Wordt het getij niet gekeerd, aldus ongeveer de president-commissaris van Philips, dan zullen tegen 2000 verscheidene takken van industrie uit Europa zijn verdwenen.

Het is, na de Golfoorlog, een herontdekt vraagstuk, merkwaardigerwijze nauwelijks in Nederland dat met zijn Brabantse multinational zou moeten beseffen in de frontlinie te staan. Of denken wij daar anders over: niet als industriele concurrenten maar als de traditionele internationale handelaars die hun winst niet zien in confrontaties maar soepele aanpassing? Dan zijn we een minderheid: in h buitenland zijn de aanhangers van de confrontatietheorie in de meerderheid.

Het is al een jaar of vijf geleden dat arbeiders in de auto-industrie van Detroit voor de televisiecamera's met mokers een nieuwe Mazda of Nissan limousine tot schroot beukten. Amerikaanse ondernemers hebben studiereizen naar Japanse fabrieken ondernomen om de kunst van het efficienste produceren af te kijken en Japanners zijn in de Verenigde Staten uitgenodigd om cursussen in uitvinden en management te geven.

De leer van de relatieve achterstand - 'wij gaan wel voor(Juit maar zij veel harder' - blijft de Amerikaanse wetenschap en het bedrijfsleven achtervolgen.

Juist vorige week is men in Amerika aan een nieuw traject op het hazepad begonnen. Er is een rapport verschenen, niet door de CIA maar wel op bestelling van dit instituut gemaakt, waarin door wordt uitgelegd dat Japan moet worden beschouwd als “een amorele samenleving die eropuit is, met economische middelen de wereld te beheersen”. Het Japanse 'waardesysteem' zou dat van het Westen kunnen gaan overheer en daarmee tegen het midden van de volgende eeuw de economische zekerheid van Europa en Amerika hebben ondermijnd. De Japanners, zegt dit openbare rapport, zijn 'racistisch' in hun achterdocht en discriminerende houding jegens vreemdelingen; ze zijn 'niet democratisch' omdat hun maatschappij wordt geregeerd door een kleine elite, die 'zeer kundig' is in het manipuleren van de publieke opinie, zowel in Japan als in Amerika. Zo gaat het, volgens het verslag in de Internationalerald Tribune, in dit rapport nog een poosje verder. Ter voltooiing van het schrikbeeld wordt de mogelijkheid van een bondgenootschap tussen Japan en de Sovjet-Unie geopperd.

Het is, voorzover uit dit verslag valt af te leiden, een vreemd document dat vage herinneringen oproept aan de Protocollen van Zion.

De Japanse prestaties, die er volgens iedere consument wezen mogen, maar die geenszins onevenaarbaar over onovertrefbaar zijn, worden op gezag van de CIA toegeschreven aan een combinativan eigenschappen waarover alleen 'de Japanner' zou 'beschikken'. Dat is nog niet het ergste. Men heeft er in Tokio ook perfide bedoelingen mee, namelijk het vestigen van de wereldheerschappij. Op die manier levert het rapport impliciet een pseudorechtvaardiging voor racisme op politiek-economische grondslag.

Behalve dat is het rapport een karikatuur van de werkelijke angst voor de Japanse industriele concurrentie gepaard aan de handelspolitiekie wordt beschouwd als een combinatie van beschermende maatregelen en agressieve verkoopmethoden. Fransen, Duitsers en Amerikanen beklagen zich er steeds luider over. De Tribune, hoewel een Amerikaanse krant ook de enige echte Europese, publiceerde maandag een artikel waarin de algemene Europese vrezen nog eens worden samengevat en ook daaruit torent hoog boven het oude werelddeel de geest van Nippon. Het woord Nippofobie is aan dit artikel ontleend.

Alle publiciteit heeft haar golven en iedere d een nieuwe angst die bijna altijd het resultaat is van een tot het karikaturale vereenvoudigd vraagstuk. Tegengif vindt men in The Washington Post: de correspondent in Tokio legt uit dat de politieke verhouding tussen de Verenigde Staten en Japan zelden beter is geweest. Nergens worden Amerikaanse diplomatieke vertegenwoordigingen minder bedreigd. (Men denkt onwillekeurig aan Amsterdam waar het consulaat nog altijd een vesting is). En ten slotte hebben de Japannersun contributie aan de Golfoorlog, 11 miljard dollar, keurig betaald. De meeste Aziatische landen zijn juist met de recente Amerikaanse militaire prestaties zeer ingenomen.

Als er een Japans vraagstuk is, dan is dat niet door Japan eenzijdig veroorzaakt. Bij de Nippofobie, als het al een serieus verschijnsel is, zijn in ieder geval twee partijen betrokken. Graag had ik het slot willen lezen van de beschouwing die The Washington Post aan dit complex heeft gewijd, maar de Tribunewaaraan ik mijn wijsheid ontleen, was vandaag wegens staking, vrije dag of slome bezorging, of gewoon teveel regen niet bijtijds bezorgd.