Nieuwe versie van oud gijzeldrama; Bush zou met Iran hebben onderhandeld over uitstel van vrijlating gijzelaars

WASHINGTON, 19 JUNI. Stafleden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden onderzoeken al anderhalve maand een mogelijk Republikeins schandaal waar president Bush bij betrokken zou kunnen zijn. Het gaat om de vraag of de campagne-organisatie van de voormalige president Ronald Reagan de Iraniers die 52 Amerikaanse gijzelaars in Teheran vasthielden er in 1980 toe heeft overgehaald om hun gevangenen een paar maanden langer vast te houden. Dit om Reagan de verkiezingen te laten winnen. V)gens een Democratische afgevaardigde van het Huis, Sam Gejdenson, zou Watergate in het niet zinken bij dit schandaal, als het waar is.

Na de val van de sjah van Iran werden eind 1979 Amerikaanse diplomaten gegijzeld door islamitische fundamentalisten die waren gelieerd aan de nieuwe Iraanse regering. Pas meer dan een jaar later werden ze vrijgelaten, precies vijf minuten na de inauguratie van president Reagan.

Het gijzelingsdrama heeft president Carter uiteindelijk de das omgedaan. De campagne-organisatie van presidentskandidaat Reagan was in dat verkiezingsjaar bezorgd over wat zij de “oktober-verrassing”

noemde, waarbij Carter herkozen zou kunnen worden door een paar dagen voor de presidentsverkiezingen de vrijlating van de gijzelaars te bewerkstelligen.

Volgens Gary Sick, die voor Carter destijds in het Witte Huis Iran en de gijzelingskwestie onder zijn hoede had, heeft de campagne-organisatie van Reagan een overeenkomst gesloten de Iraniers om een dergelijke “oktoberverrassing” te voorkomen. In ruil voor een langduriger gijzeling van de Amerikaanse diplomaten zou een nieuw gekozen president Reagan via de Israeliers Amerikaanse wapens en wapenonderdelen laten sturen naar Iran. En zo geschiedde.

Op de dag van de inauguratie van Reagan werden de gijzelaars in Teheran op het vliegtuig gezet. Het vliegtuig bleef tot na de presidentiele eed van Reain Washington op het vliegveld in Teheran wachten. Pas daarna mocht het opstijgen. Vrijwel gelijktijdig kreeg Iran grote hoeveelheden Amerikaanse wapens via Israel toegestuurd. De campagne-organisatie van Reagan werd geleid door William Casey, die later door Reagan werd benoemd tot directeur van de CIA. In die functie werd hij de spil in een ander schandaal waar wapenzendingen aan Iran via Israel mee waren gemoeid, de zogenoemde Iran- contras-affaire.

Acht voormalige gijzelaars in Teheran hebben vorige week in Washington tot een officieel onderzoek van de gebeurtenissen in 1980 opgeroepen.

“Het meest indrukwekkende is het aantal mensen met kennis van deze vermoedelijke besprekingen, mensen die geen enkele reden hadden om elkaar te kennen. De timing van alles is ook opmerkelijk”, zei voormalig gijzelaar Moorehead Kennedy voor de Amerikaanse televisie.

Er zijn overigens ook voormalige gijzelaars die geen enkel geloof hechten aan de beschuldigin(en tegen de campagne-staf van Reagan.

Ook Bush zou bij de onderhandelingen over het gijzelingsakkoord met Iran betrokken kunnen zijn geweest. De gesprekken zouden in Parijs en in Madrid hebben plaatsgehad. Bush ontkent dat hij de Iraniers in oktober 1980 in Parijs heeft ontmoet. Toch heeft hij nooit een sluitend alibi kunnen geven voor die bewuste dag, terwijl hij in die tijd als vice-presidentskandidaat continu werd gevolgd door officiele lijfwachten. Volgens onderling verschillende officiele verklaringenft hij die dag in de country club of thuis doorgebracht. Een andere verklaring noemt een officiele lunch op die dag. Ex-president Carter, die ook tot een officieel onderzoek van de beschuldigingen heeft opgeroepen, sluit de mogelijkheid van betrokkenheid van Bush uit. Sick weet het niet zeker.

In een onhandige poging een einde te maken aan de beschuldigingen heeft Reagan de verdenkingen tegen hem en zijn campagne-organisatie afgelopen zaJH)dag groter gemaakt. Tijdens een spelletje golf met zijn opvolger Bush in Californie erkende hij voor het eerst impliciet dat zijn organisatie contacten had gehad met Iraanse functionarissen. Toen een verslaggever vroeg of zijn campagne-organisatie in die tijd betrokken was geweest bij onderhandelingen met Iraniers antwoordde hij: “Ik kan niet in bijzonderheden treden. Sommige van die dingen zijn nog steeds geclassificeerd.”

Dit antwoord van Reagan roept ernstige vragen op. Als presidentskandidaat was hij immers niet in staat ingen te doen die geclassificeerd waren. Dat geldt ook voor zijn campagnestaf uit die tijd. Daden van dergelijke ambtloze burgers kunnen ook achteraf niet geclassificeerd worden.

In zijn eerste boek over het gijzelingsdrama, 'All Fall Down', verwierp Sick de theorie van een apart Republikeins akkoord met de Iraniers. Pas toen hij in 1989 als hoogleraar aan de Columbia-universiteit aan een nieuw boek begon over het beleid van Reagan ten opzichte van Iran stuitij vaak op wapenhandelaars, voormalige functionarissen, spionnen, in totaal vijftien mensen met een zeer verschillende achtergrond, die met het zelfde verhaal kwamen over een Republikeins akkoord met de Iraniers. Toen kon Sick het niet meer negeren.

De huidige voorzitter van het Iraanse parlement, Mehdi Karrubi, zou Casey ontmoet hebben in een hotel in Madrid. Er zou ook een tweede ontmoeting hebben plaatsgehad. Maar de zaak werd pas dringend voor Iran toen Saddam Hussein eptember het land binnenviel. In Parijs zou de campagne-organisatie van Reagan het akkoord met Iran gesloten hebben. Sommige bronnen zeggen ook Bush bij enkele besprekingen te hebben gezien. De Iraniers speelden de medewerkers van Carter en de campagne-organisatie van Reagan tegen elkaar uit voor het hoogste bod.

Het voorlopige onderzoek van de medewerkers van Congresleden is slechts zeer bescheiden. Een minderheid van 75 leden van het Huis van Afgevaardigden heeft zich voor openbaar onderzoek uitgesproken. De Democratische voorzitter van het Huis, Thomas Foley, vreest voor mogelijke negatieve politieke effecten van een dergelijk onderzoek en hij heeft het vooronderzoek aan vier onderling wedijverende commissies tegelijk uitbesteed. Als er onvoldoende bewijs is staan de Democraten voor gek. Volgens een oud Washingtons politiek adagium is het beter om iemand te schoppen als hij op de grond ligt. President Bush geniet nog steeds grote poriteit.

Bij de verkiezingen van 1968 deed zich ook een dergelijk schandaal voor. Vice-president Humphrey voerde toen campagne tegen de Republikeinse kandidaat Richard Nixon. De toenmalige president Johnson had de bombardementen op Hanoi onderbroken om over vrede te onderhandelen met de Noordvietnamese regering. Anne Chennault van de campagne-organisatie van Nixon liet toen aan de Zuidvietnamese president en Amerikaabondgenoot Thieu weten dat die een beter akkoord kon krijgen als Nixon president zou worden. Thieu weigerde daarop aan de vredesonderhandelingen onder auspicien van Johnson deel te nemen.

Toen president Johnson dit te weten kwam, besloot hij erover te zwijgen. Bij het bekend worden van de mislukking van de vredesonderhandelingen zakte de populariteit van Humphrey, die aanvankelijk was gestegen door de onderbreking van de bombardementen.

Nixon won.