Hoe deflatie tot inflatie kan leiden

AMSTERDAM, 19 JUNI. De hedendaagse politiek blijkt er niet voor terug te deinzen om het vertrouwen in haar eigen functioneren in de waagschaal te stellen. Een verminderde geloofwaardigheid als gevolg van deze politieke deflatie, speelde recent de Duitse bondskanselier Kohl parten bij de regionale verkiezingen in zijn land. De door hem gedane verkiezingsbefte om de belastingen met het oog op de Duitse hereniging niet te verhogen, kon niet worden waargemaakt. Kohl leed een smadelijke nederlaag.

De Nederlandse politiek wordt ook door deflatie bedreigd. De minister-president suggereerde een centraal overleg met werkgevers en werknemers als 'oplossing' voor de dreigende loon-prijsspiraal. Dit wekt bevreemding. Nadat dit kabinet, zoals met name ook de kabinetten in onze rijke jaren tachtig onvoldoende bezuinigingen kon realiseren, k men immers zelf voor lastenverhogingen voor de burgers als middel om het overheidstekort in bedwang te houden. De stijging van de tarieven in de gezondheidszorg en de momenteel hogere dollarkoers leveren weliswaar ook een bijdrage aan de inflatie, maar met de lastenverzwaringen legt het kabinet toch echt zelf de basis voor de loon-prijsspiraal. Onder meer de verhoging van de brandstofaccijns en de extra huurverhoging zullen zich vertalen in een oplopende infle.

Van de recent afgesproken loonstijgingen blijft daarmee in reele termen weinig meer over, hetgeen onverhoopt tot bijstelling van de looneisen kan leiden. De gemiddelde inflatie die dit jaar al ruim 3 procent zal bedragen, stijgt het volgend jaar naar verwachting zelfs tot boven de 4 procent.

De toeneming van de verwachte inflatie, zoals door Zalm van het Centraal Plan Bureau naar buiten werd gebracht (zij het iets rooskleuriger, maar wellicht iets minder realistischvergrootte het renteverschil met de Duitse korte rente. De Nederlandse geldmarkt bleek (duidelijker dan de kapitaalmarkt) gevoelig voor het nieuws met betrekking tot de inflatie, ondanks de ruime geldmarktverhoudingen gedurende de verslagweek. De liquiditeitspositie bij de gezamenlijke banken, welke tot uiting komt in het feit dat de besparing op het contingent (evenals vorige week) 2 procentpunten bedraagt, kon niet verhinderen dat de banken pas bij hogere tarieven bereid waren om geuit te zetten. De korte rente liep ongeveer 5 basispunten op tot een niveau van 9,18 procent voor driemaands deposito's gisteren.

Aan de ruime geldmarktverhoudingen werd met name door de Staat bijgedragen. In de verslagweek bedroegen de uitkeringen ten laste van de schatkist per saldo ruim 4,5 miljard, hetgeen betekende dat de Staat opnieuw in het krijt kwam te staan bij De Nederlandsche Bank.

Deerruiming van de geldmarkt die hiervan het gevolg was, werd door De Nederlandsche Bank gedeeltelijk afgeroomd door middel van een geringere steun in de vorm van speciale beleningen. Eergisteren werd bovendien de (geldmarkt)kasreserve verhoogd met 2,8 miljard gulden tot 8,8 miljard gulden. Deze kasreserve loopt slechts vier dagen.

Bron: NMB Postbank Groep