Gedistingeerde en ingehouden sfeer bij Kiri Te Kanawa

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Walter Weller m.m.v. Kiri Te Kanawa, sopraan. Programma: W.A. Mozart: Linzer Symfonie; aria's KV-nrs 538, 344, 383; R. Strauss: Tod und Verklarung; Vier letzte Lieder. Gehoord: 18-6 Concertgebouw AmsterRadio-uitz.: 25-12 Avro.

Alleen al de avondrobe waarmee Kiri Te Kanawa gisteravond de trap van het Amsterdamse Concertgebouw afdaalde maakte duidelijk in welke sfeer haar optreden zich zou afspelen: die van gekweld, dan weer weemoedig terugzien op het leven, in het aangezicht van de dood. Dat gewaad was als een zonsondergang na een bewogen dag: paarse changeant-stof met een licht-doffe weerschijn, gedragen met een doorzichtige stola in dezelfde tint, aan de bovenzijde afgezet met een zweembestorven rood.

Nog voor de sopraan iets had gezongen was Kiri Te Kanawa zo al het toonbeeld van de verglijdende bezonkenheid waartoe de avond tenslotte zou leiden: Im Abendrot, het laatste van de Vier letzte Lieder van Richard Strauss. O weiter, stiller Friede! So tief im Abendrot, Wie sind wir wandermude - Ist dies etwa der Tod?

Met de weloverwogen exquise smaak die Kiri Te Kanawa eigen is, was het gehele vocale en instrumentale programma met uitsluitend k van Mozart en Richard Strauss voorbeeldig afgestemd op die intense maar terughoudende sfeer van contemplatie, waarin de onweerstaanbare hang naar het leven en de hoopvolle aanvaarding van de dood elkaar toch uiteindelijk vinden.

Na de opening van het concert met Mozarts Linzer-symfonie zong Kiri Te Kanawa drie Mozart-aria's met teksten op dat thema van afscheid en existentiele overgang: Vado, ma dove? o Dei! (Ik ga heen, maar waar? o God!); Ruhe sanft, mein holdes Leben - 'slaap tot je geluk ontwaakt'

en Nehmt meinen Dank, Ihr holden Gonner - 'Waarheen ik ook ga, altijd blijft mijn hart bij jullie'.

En na de pauze stonden Strauss' Vier letzte Lieder (1948) op het programma, ingeleid met diens Tod und Verklarung, zestig jaar eerder geschreven en geciteerd aan het slot van Im Abendrot. De heftig golvende worstelingen van Tod und Verklarung zijn dan aan de oppervlakte wel goeddeels bedaard, maar de machtige onderstroom zuigt nog steeds naar het jens Zo was dit conceptuele concert het telkens iets van perceptie veranderende verhaal van twee werelden: het verleden en het nu, het heden en de toekomst, het leven en de dood, het sterven en de ongewisse eeuwigheid.

Kiri Te Kanawa bracht dit concert met passende, gedistingeerde gratie en ingehouden gevoeligheid, steeds meer strevend naar grotere intimiteit. De inzet van rste aria Vado ma dove? o Dei! met een iets overmatig vibrato was meteen ook het meest gepassioneerd en verderop in deze Mozartaria's werd haar voordracht zorgvuldiger, fluweliger, zachter, glanzender en tenslotte in Strauss' Vier letzte Lieder bleek die volkomen beheerst.

Kiri Te Kanawa brengt deze liederen niet vanuit een van emoties overlopend gemoed maar op een geresigneerde, zich allengs verinnerlijkende wijze. In het eerste lied Fruhling leek haar stem soms te functioneren als een van de instrumenten in het orkest, in de drie volgende stonden de verstaanbaarheid en verbrengen van de betekenis van de tekst meer voorop, gepaard gaande met minutieuze kleurschakeringen. In het tweede lied September bracht Kiri Te Kanawa met een fijnzinnig rubato vervoerende vertragingen aan en klonk in de slotregel het woord Augen wel heel lang en bijzonder fraai.

Haar - op de juiste manier - bestudeerde interpretatie bleek nu in vergelijking met de plaatopname uit 1979 aan diepgang te hebben gewonnen en we moeten dan ook uitzien naar het verschijnen van de nieuwe opname die ze maakte met Wiener Philharmoniker onder leiding van Sir Georg Solti, die haar in andere liederen ook aan de piano begeleidt.

Dit optreden toonde de ware grandeur van de echte ster en kunstenares om uiterlijkheden, vocale capriolen en publiek spektakel ver achter zich te laten en zich uitsluitend dienstbaar op te stellen aan de kunst zelve. De subtiele sfeer van toewijding en chic tijdens dit concert mocht dan ook na het slot niet worden doorbroken. De enige toegift was een herhaling van herde Strauss-lied: Beim Schlafengehen, zo mogelijk nog inniger gezongen dan de eerste keer.

Juist hier en aan het slot van Im Abendrot bleek ook de bijzondere klasse van de degelijke begeleiding van het Radio Filharmonisch Orkest. De Weense dirigent Walter Weller, die eerder een heldere, niet geromantiseerde Linzer en een respectabele uitvoering van Tod und Verklarung leidde, accentueerde het wringend scharnieren van leven en dood met her r onverhuld dissonant klinkende akkoorden: schrijnende toetsen van wrange beklemming.