Economen vaak advocaat van de duivel

“Evenmin als de afdeling weg- en waterbouw orthodox, egostisch, of niet 'groen' genoeg zou zijn, omdat de cycloon in Bangladesh nog zoveel slachtoffers eist, valt de economische wetenschap te verwijten er in de Derde Wereld zoveel armoede is.” Met deze prikkelene stelling eindigde E.J. Bomhoff zijn column 'Armoe komt niet door economen' in NRC Handelsblad van 27 mei. Ik onderschrijf de stelling niet. De economische wetenschappen nemen temidden van het gehele 'concert' der wetenschappen en dat der technologietoepassingen een zo cruciale plaats in, dat het er vaak eerder op lijkt dat zij dirigent zijn van het 'wereldorkest' en 'advocaat ve duivel'. Dit komt onder meer tot uiting in het feit dat economen over het algemeen leidinggevende - en dikwijls normstellende - posities innemen, de hoogste inkomens verwerven en daarmee bijdragen aan de welvaartskloof. Prins Claus' uitlatingen over 'diep conservatisme en egosme' zijn dan ook beslist niet bezijden de waarheid. Hij heeft een beroemde econoom aan zijn zijde. E.F. Schumacher haalt hem - J.M. Keynes - aan in zijn beroemde boek Hou het klein - Small is beautiful - een economische studie waarbij de mens weer meetelt (1973). Hierin komt naar voren enerzijds de vooringenomen, superieure houding van de rijkere landen en anderzijds de door de prins aangevochten houding van economen: “In plaats van naar Gandhi te luisteren, lenen wij liever het oor aan een van de invloedrijkste economen van Engeland, Lord Keynes. Toen in 1930 de hele wereld gebukt ging onder een economische depressie, voelde hij zich gedwongen na te denken over de “economische mogelijkheden voor kleinkinderen” en hij kwam tot de conclusie dat de dag misschien niet eens zo heel ver af was dat iedereen rijk zou zijn. “Dan”, zo zei hij, “zullen wij weer het doel boven de middelen stellen en het goede boven het nuttige.”

“Maar, weest op uw hoede!” ging hij voort. “De tijd daarvoor is nog niet gekomen. Nog minstens honderd jaar moeten wij onszelf en iedereen wijsmaken dat eerlijk gemeen is en gemeen eerlijk; want gemeen is nuttig en eerlijk niet.” Dit werd veertiar geleden geschreven en sindsdien is het natuurlijk bijzonder snel gegaan. Misschien hoeven we niet eens nog zestig jaar te wachten tot er voor iedereen overvloed is.

De rijkere landen zien gemiddeld hun geluk niet of nauwelijks meer toenemen, ook al stijgt het bruto nationaal produkt. Hiervan wordt hooguit 0,5 procent besteed aan meer dan een miljard 'absolute armen'.

Wie meent dat deze problematiek het hoofd kan worden geboden zonder een nieuwe, maar dan wel best en verantwoord uitgevoerde kolonisatie en zonder extra inspanningen, mag het zeggen.