Echte adel

Na aankomst in Engeland doe ik meestal drie dingen: luisteren of er ruzie over Europa is, kijken of er nieuwe adel rondloopt en de necrologieen lezen. Dat komt niet voort uit morbide fantasieen. Het is de meest directe manier om de vinger aan de pols van deze natie te leggen.

Op alle drie de controlegebieden had ik deze keer geluk. Oud-premier Edward Heath noemde gisteravond zijn partijgenote en opvolgster Margaret Thatcher op het gebied van de Europese eenwording een 'onwetende' die 'leugens' vertelt. Dat was nadat zij in Chicago en New York voor 30.000 dollar per toespraak ondemocratische visioenen van een Brusselse superstaat had geschetst. Hun beider opvolger John Major ziet zo zijn pogingen om op dit punt eenheid in de Conservatieve partij te suggereren voor de zoveelste keer stranden. Labour verkneukelt zich nu, maar is nauwelijks sterker in de Europese leer.

Er blijft kennelijeen markt voor Europa-fobie. De Euro-test bevestigt ruimschoots dat alles hier nog bij het oude is.

En zaterdag vierde de Koningin ook al haar officiele verjaardag. Ruim duizend landgenoten werden verrast met een onderscheiding die eer en in sommige gevallen een feestelijke titel bracht: Sir voor de naam, of zelfs Lord. In dat laatste geval mag de gelukkige een leuke naam verzinnen om achter zijn gewone achternaam te hangen. Dat kan van alles zijn, een dorp waar he vakantiehuisje staat, of het kerkje naast de London School of Economics, zoals een in de adelstand verheven econoom van plan is.

Voor het eerst in achttien jaar was een Lagerhuislid van Labour geschikt bevonden en bereid om Knight's Bachelor te worden. 'Sir'

Patrick Duffy zal een eenzame ridder zijn in de Labour-banken. De partij doet niet mee aan het onderscheidingenfeest. Ex-premier Harold Wilson zit als Lord Wilson of Rivaulx hoog en droog in het Hogerhuis.

()O ok in de overlijdensberichten was het aanbod rijk. Dame Peggy Ashcroft stierf vrijdag op 83-jarige leeftijd na een korte ziekte. In april had zij nog, charmant als altijd, een Olivier Award in ontvangst genomen voor zestig jaar eminent acteren. Zij speelde alle grote rollen, van Shakespeare tot Pinter, trad vijf minuten op in de Hitchcock-film The 39 steps en bereikte een miljoenenpubliek via The jewel in the crown en A passage to India.

Wegens haar niet aflatend activisme tegen alle vormen van vrijheidsbeperking in binnen- buitenland werd zij wel 'the red dame'

genoemd. In alle afscheidswoorden van de laatste dagen bleek dat politiek andersdenkenden haar dat niet kwalijk hebben genomen. Zij was een actrice voor iedereen.

De necrologie is op radio en televisie, maar vooral in de gedrukte pers in Groot-Brittannie een vorm van literaire antropologie. Het zijn niet alleen de bekende politicus of de sportheld die zo de laatste eer wordt bewezen. Deze week waren het een vergeten spion, die in het Oostblok was blijven hangen, en een Noordengelse sociologe die 'Vrouwen tegen de beroeping van vrouwen in het ambt' binnen de synode van de Church of England vertegenwoordigde. Ook zij kregen nog een keer - misschien wel voor het eerst - de beschrijving die zij verdienden. Zo wordt het weefsel van de maatschappij onder de overbekende toplaag zichtbaar.

Iedere omroep of krant legt daarbij eigen accenten. Radio 2, die de hele dag op de bouwsteiger aan staat, neemt graag afscheid van tweederangs komieken. In The Daily Telegraph waren het van de week een kolonel die in '41 in Syrie landde en de zesde Lord Ashburton. The Guardian beschrijft liever een liberale Lord die voor stadskinderen in hartje Londen een kanoclub in de vorm van een piratenkasteel had gesticht. The Independent had laatst een prachtige necrologie over de man die van 1973 tot 1980 Openbare Redenaar (in het Latijn) van de Universiteit in Oxford was geweest.

Het is waar, het adel-gehalte op deze pagina's is betrekkelijk groot. Maar verdienste telt zwaarder dan naam, zoals bij Dame Peggy Ashcroft.

Op een subtiele manier krijgt echte adel in deze nationale afscheidsrubrieken erkenning.

Het is de vraag of dat gezegd kan worden van het sterk met politiek doordrenkte systeem van koninklijke onderscheidingen. Alleen al tussen de Thatcher-jaren '79 en '85 gingen 55 van de 75 'Lords' en 'Sirs'

naar zakenlieden wier bedrijven tezamen 4,9 mil(joen pond (16,5 miljoen gulden) aan de Conservatieve partijkas hadden geschonken. Dat was 44 procent van de totale inkomsten in die periode. In de zeventiende eeuw werd men graaf voor 10.000 pond. Verscheidene vorsten en politici hebben orde op zaken trachten te stellen, maar de noden van de dag leidden in iedere eeuw weer tot matiging van de principes.

En toch, het Britse systeem heeft aardige kanten. Vergeef mij de zwakte in dit verband de vergelijking met Nederland te trekken.

lintjesregen is geen onderwerp van openbare discussie of vreugde. De meeste mensen halen hun schouders ervoor op en zijn toch blij verrast wanneer hun omgeving een Ridder of een Officier heeft versierd. Echte festiviteiten of vermomming achter een nieuwe naam biedt ons systeem niet.

Het zou gezellig zijn: Hertog Lubbers van Kralingen als Brinkman de winkel heeft overgenomen, Baron van der Stoel van Praag of Jonker Rudolf voor oud-minister De Korte.

Het toeval wil dat de deur in Nederland op een kietaat voor dit soort dagdromen. Bij de Tweede Kamer is in maart 1990 een ontwerpwet op de Adeldom ingediend. Daarop is een lastige reactie gekomen, vooral van het CDA. Die fractie had in 1980 al aangedrongen op “democratisering van de adel op gelijke wijze als in Belgie en Engeland”.

De minister van binnenlandse zaken heeft een jaar gestudeerd op een Memorie van Antwoord. Die komt begin juli waarschijnlijk. De meest knellende problemen hebben te maken met natuurlijke kinderen adoptie.

Maar zou het kabinet het aandurven iets creatiefs te zeggen over nieuwe adel? Niet-erfelijke adel op grond van verdienste. Echte adel dus, zichtbaarder erkend dan met een lintje in de la. Burggravin Ameling van de Scala, of Baron Gullit van Marowijne. Dat zou ook sociale vernieuwing zijn.