Doelmatigheid Eureka nog niet bewezen

EINDHOVEN, 19 JUNI. Bijna de helft van de projecten in het kader van het Europese technologieprogramma Eureka heeft te kampen gehad met procedureproblemen. Dertig procent van de deelnemers klaagt over financiele problemen met partners. Bij een kwart van de projecten haakte een of meer van de participanten voortijdig af.

Dat blijkt uit een rapport van het Eureka Evaluatie Panel, een club wijze mannen onder leiding van Philips-topman Wisse Dekker, die de effectiviteit van Eurekaft getoetst. Die evaluatie had plaats op initiatief van minister Andriessen (economische zaken) die momenteel Eureka-voorzitter is.

Toch meent het Panel dat Eureka zich “in vijf jaar heeft ontwikkeld tot een belangrijk instrument voor stimulering van internationale technologische samenwerking”. De kracht van Eureka zit hem volgens het Panel in de marktgeorienteerdheid, de flexbiliteit, de decentrale aanpak, het feit dat de initiatieven niet van bovenaf worden opge maar van onderen komen.

Schaduwzijde is wel, zegt het Panel, dat er weinig controle is op de kwaliteit van de projecten en dat procedures onvoldoende op elkaar zijn afgestemd. In de begintijd van het Eureka-programma lag de nadruk vooral op de kwantiteit, op het van de grond krijgen van zoveel mogelijk projecten. Nu Eureka zijn levensvatbaarheid heeft bewezen, vindt het Panel, zouden strengere kwaliteitseisen moeten worden gesteld.

Dat zou bij voorbeeld kunnen gebeuren door projecten eerst een voorlopige Eureka-status te geven. Ook zou de mogelijkheid moeten worden ingebouwd om het Eureka-label weer in te trekken als projecten niet goed draaien. Verder pleit het Panel voor een synchronisering van procedures.

Nu is het zo dat bedrijven bij het Eureka-secretariaat moeten aankloppen als ze in aanmerking willen komen voor het Eureka-label, het Europese waarmerk voor technologische vernieuwing. Tegelijkertijd kunnen ze zich tot hun natio overheden wenden voor subsidies. Die nationale en internationale procedures lopen niet gelijk. Ook tussen de nationale procedures van de aangesloten landen bestaat geen enkele samenhang. De voortgangsrapportage die alle overheden eisen, verschilt van land tot land.

Eureka is vijf jaar geleden in het leven geroepen op inititiatief van de Franse president Mitterand. Het Europese technologieprogramma moest destijds dienen als Europees antwoord op het Amerikaanse Strategic Defence Inititiative. Naast de twaalf EG-staten nemen nog zeven andere Europese landen aan Eureka deel.

Inmiddels beslaat het technologieprogramma bijna 500 projecten, inclusief de projecten die vandaag in Den Haag tijdens de ministerconferentie hun formele goedkeuring krijgen. Bedrijven en overheden hebben tot dusverre zo'n 20 miljard gulden in deze samenwerkingsverbanden genvesteerd. Dat is overigens maar twee procent van het totabedrag dat Europa aan onderzoek en ontwikkeling besteedt.