De Vries: geen compensatie bij daling van de koopkracht

DEN HAAG, 19 JUNI. Minister De Vries (sociale zaken) acht de kans “zeer klein” dat het kabinet een eventuele daling van de koopkracht dit jaar compenseert. In een debat in de Tweede Kamer verwierp De Vries gisteren de suggestie van het Kamerlid Rosenmoller (Groen Links) om minimumloners en uitkeringsgerechtigden een eenmalige uitkering te geven.

Aanleiding voor het debat waren de meeste recente inflatiecijfers van het Centraal Planbureau die directeur Zalm vorige week bekendmaakte tijdens een commissievergadering in de Tweede Kamer. De koopkracht neemt dit jaar niet toe, zoals eerder was voorzien, maar neemt af voor alle categorieen. Oorzaak van de verslechtering van de koopkracht is de stijgende inflatie die dijaar niet beperkt blijft tot 2,5 procent, maar boven de 3 procent komt.

In de Tweede Kamer plaatste minister De Vries gisteren de kanttekening dat het nog om “zeer voorlopige cijfers en inzichten gaat”. Het kabinet blijft streven naar behoud van koopkracht voor de minima, “maar of we dat ook bereiken is wel onzekerder geworden”, aldus de Vries.

Mocht er sprake zijn van koopkrachtverlies, dan heeft het kabinet gezien de “slechte toestand van de overheidsfinancien” geegeld om daar wat aan te doen. De Vries benadrukte dat het zal gaan om een koopkrachtverlies voor alle groepen en dat niet alleen de minima er de dupe van zullen worden.

De fractie van Groen Links vindt dat het kabinet het koopkrachtverlies voor de sociale minima moet compenseren “omdat zij geen dubbeltje kunnen missen”. De regeringsfracties CDA en PvdA steunen minister De Vries in zijn opstelling. PvdA-woordvoerder an Zijl sprak van een “surrealistisch debat” en maakte duidelijk dat een “klein koopkrachtverlies” voor zijn fractie aanvaardbaar is.