Advies van SER-leden: jonge WAO'ers met en procent korten

DEN HAAG, 19 JUNI. De arbeidsongeschiktheids-uitkering van jonge WAO'ers zou met tien procent omlaag moeten. Dit moet jongeren ervan weerhouden zich te gemakkelijk arbeidsongeschikt te laten verklaren. WAO'ers die ouder zijn dan 50 zouden daarentegen recht moeten krijgen op een uitkering die vijf procent hoger ligt dan de huidige 70 procent van het laatst verdiende loon.

De onafhankelijke kroonleden Zalm en Wolffson van de So-Economische Raad hebben dit nieuwe voorstel ingebracht in de discussie in de SER over het terugdringen van het aantal arbeidsongeschikten. Het kabinet heeft de SER hierover om advies gevraagd, omdat het deze zomer maatregelen wil nemen.

Eerder kwamen de kroonleden al met het voorstel om het begrip passende arbeid voor WAO'ers af te schaffen. Deze maatregel, waar zowel de werkgevers als de werknemn de SER zich in kunnen vinden, is erop gericht mensen uit de WAO-regeling te laten stromen door hen op een andere werkplek weer aan de slag te krijgen. De werkgevers vinden het afschaffen van het begrip passende arbeid echter niet voldoende.

Daarom zoeken de kroonleden nog naar nieuwe mogelijkheden om de leden van de SER op een lijn te krijgen.

Het jongste voorstel van de twee kroonleden is erop gericht de instroom in de WAO in te dammen. Een uitkering voor jonge arbeidsongeschikten die slechts zestig procent van het laatst verdiende loon is en de nu geldende zeventig procent zou jongeren tot 35 jaar ervan moeten afhouden zich te laten afkeuren. Opvallend veel jongeren komen in de WAO terecht vanwege psychische klachten. De kroonleden stellen voor om WAO'ers om de drie jaar te onderwerpen aan een strenge herkeuring. De arbeidsongeschikte zou na die drie jaar niet automatisch het recht op een uitkering moeten blijven behouden, maar alleen weer mogen krijgen als bij de herkeuring blijkt dat hij nog steeds in staat is om te werken.

Om tegemoet te komen aan de brede wens bij de werknemers en de politiek om oudere arbeidsongeschikten te ontzien bij de ingrepen, stellen de kroonleden voor om de WAO-uitkering geleidelijk aan te laten oplopen zodat een WAO'er die vijftig jaar of ouder is recht krijgt op een uitkering van 75 procent van het laatst verdiende loon.

Het aantal mensen dat een beroep moet doen op een WAO- of ZW-uitkering dreigt veel groter te worden dan het kabinet tot nu toe dacht. In totaal zouden er i4 dertigduizend meer uitkeringsgerechtigde WAO'ers en zieken zijn. Omdat het aantal uitkeringsgerechtigden voor het kabinet de maatstaf is voor het koppelen van de hoogte van de uitkeringen aan de loonontwikkelingen is deze ontwikkeling belangrijk voor de besluitvorming in het kabinet. Voor de PvdA ligt het mogelijk niet doorgaan van de koppeling in 1992 zeer gevoelig.