Vogelrijk laagland

De omstandigheden lijken deze druilerige zondagochtend ide(J. In Midden-Delfland blijft de illusie van een weids polderlandschap alleen overeind bij mist, regenachtig of heig weer (aldus het wandelgidsje). Maar op het schelpenpad langs de Maaslandsche Trekvaart loop ik even later onder een strakblauwe hemel, een stevige zuidwester jaagt de laatste wolken weg. Rechts aan de horizon is de hoogbouw van Schiedam en Rotterdam zichtb linksvoor die van Delft, en achter me ontwaar ik het silhouet van havenkranen. Maar hier, langs het water tussen de wilgen en het riet, ben je ver van alle drukte verwijderd.

De onvermijdelijke motorplezierboten geven nauwelijks overlast. Een tjalk trotseert, druk laverend, de krachtige tegenwind. Het zeilschip ligt tweeeneenhalve meter hoger dan de uitgestrekte weilanden in de Commandeurspolder, links van de Trekkade. Veenafbranding, ontwatering en inklinking lieten het landschap langzaam zakken. De vlietlanden rechts aan de overkant ligen nog op het oude peil. Deze boezemlanden dienden vroeger als hooiland. Het gebied schijnt te worden bedreigd door ambitieuze wethouders, die na de Broekpolder nog meer 'recreatiegebied' willen creeren. Daarom mag ik de lezer niet onthouden dat hier moerasvogels broeden als waterral, rietzanger, kleine karekiet, rietgors, roerdomp, blauwe reiger, fuut en kuifeend (aldus een ander wandelboekje). En dan heb je ook nog de tureluur, de ame watersnip en andere weidevogels. Verwoesting van het landschap mag dan nog steeds geen schande zijn, uitroeiing van vogelsoorten is dat wel.

Na twee kilometer over een kaarsrecht maar boeiend pad sta ik bij een pontje. Aan de overkant lokt horeca, maar daar is het nog veel te vroeg voor. Over de brug van de Middelwatering voert de route verder langs het water, dat nu Noordvliet heet.

Even later stuit ik op de Vlaardingervaart, ooit een belangrijke verbinding tussen Vlaardingen en Delft. Het pontje (“n of roepen”) vaart niet op zondag. Het blijkt een geluk bij een ongeluk. De Duifpolderkade aan deze zijde van de Vlaardingervaart is groen getooid. Af en toe passeert de wandelaar het erf van een boerderij, hoog op de dijk gelegen.

Een werkplaats annex huis van het hoogheemraadschap ligt er verlaten bij, achter de vuile ramen hangen grauwe gordijntjes.

Een eenzaam huis temidden van anderhalf miljoen mensen. De wind wakkert aan tot een storm en blaast me bijna het water in.

Nu houdt het pad zelfs helemaal op. Af en toe een hekje passerend loop ik tussen de schapen door. De strontlucht is echter vooral afkomstig van de weilanden hiernaast, waar een boer net mest heeft uitgereden. Achter de bomen zie ik de majestueuze gietijzeren brug bij Schipluiden, na de eeuwwisseling gebouwd door de Westlandse Stoomtramweg Maatschappij. De tramlijn, ooit bedoeld om de tuinders van het Westland een goede verbinding te geven met D en Maassluis, werd in 1967 afgebroken. Het oude Schipluiden (Sciplede = bevaarbaar water) is pittoresk maar ook wat somber. Op een zonovergoten terrasje kan de dorst worden gelest. Een schuit vol kinderen moet wachten tot de brugwachter present is. Als de brug omhoog gaat vervliegt hun hoop op een ijsje.

De terugtocht naar Maasland leidt over het voormalige tramtrace langs de Oostgaag. Links in de lage polder liggen oude, soms schuin weggezakte boerderijen, rechts is het hogere watert en een enkel 'levensgevaarlijk' terreintje voor bezinksel. Van het drukke verkeer aan de overkant van het water heb je nauwelijks last. Toch sla ik na twee kilometer linksaf, over de Kwakelweg (kwakel = voetbrug) langs de Middelwetering.

Via de laatste voetbrug waag ik me op de dijk aan de overkant, waar een pad ontbreekt. De groene weiden van de Commandeurspolder reiken tot aan de kerktorens van Maasland.

Als ik rechtsaf sla, over het kaars(echte en een tegel brede Doelpad tussen de koeien en de schapen door, komen beide torenspitsen langzaam dichterbij.

(Wandelduur: ruim 3 uur. Gidsjes: LAW 6 Oeverloperpad; ANWB Z-Holland route 19; Voetwijzer 3 route 14. Kaart: 4-delige fietskaart Rijnmond)