Van den Broek: aan Franse 'courtoisie' zit een luchtje; Parijs drijft tijdens beraad van EG zijn eigen zin door

LUXEMBURG, 18 JUNI. Bij wijze van 'courtoisie' heeft Frankrijk, de huidige voorzitter van de Westeuropese Unie (WEU), de ministersbijeenkomst die voor de 25ste juni in Parijs op het programma stond verschoven naar de 27ste in Luxemburg. Door die Franse grootmoedigheid zal het de ministers van buitenlandse zaken van de WEU-landen bespaard blijven om nog meer te reizen dan ze al doen: op 28 en 29 juni moeten ze immers toch al in Luxemburg zijn om de Europese Raad, de halfjaarlijkse vergadering van het Franse staatshoofd en de andere EG-regeringsleiders, bij te wonen. Nu sluiten de WEU-verering en de Europese top keurig op elkaar aan, precies wat de Fransen zo graag willen.

“Er zit een beetje een brandlucht aan die bijeenkomst van de WEU zo vlak voor de Europese Raad”, merkte de Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Van den Broek, gisteren dan ook achterdochtig op, terwijl zijn neus vervaarlijke snuifbewegingen maakte.

Natuurlijk zit er een luchtje aan: de Fransen hebben weer op superieure wijze wraak genomen op de Nederlandse mster, die de laatste weken op enkele punten gewonnen had van de Fransen: de lidstaten van de Europese Gemeenschap zijn immers nu in overgrote meerderheid tegen de door Parijs (en Londen) voorgestane 'zuilen'-structuur van de Europese Gemeenschap, waarbij drie terreinen van bevoegdheden - het economische, het buitenlands-politieke en het justitiele - eigen structuren vormen onder het dak van de Europese Raad. En bij de NAVO-raad in Kopenha, anderhalve week geleden, werd het belang van de Atlantische band voor de verdediging van Europa nog eens duidelijk bevestigd.

Parijs wil een onafhankelijke Europese rol zien, bijvoorbeeld via de WEU, waarin negen EG-landen op veiligheidsgebied samenwerken. Op subtiele, maar niet mis te verstane wijze heeft Frankrijk de overige EG-lidstaten, maar vooral Van den Broek, met de verschuiving van de datum en plaats van de WEU-vergadering nu toch weer ingepeperd dat het uiteindelijk het Elysee is dat in het Europese orkest de eerste viool speelt. En niet Van den Broek, die de Fransen beschouwen als een onverbeterlijke Atlanticus.

Op hun reguliere raad van gisteren en vandaag in Luxemburg hebben de EG-ministers overigens besloten om aanstaande zondag opnieuw een keer bijeen te komen, en alweer in het langzamerhand vermaledijde groothertogdom. Dit keer om de teksten te finaliseren die zij voor de Europese top aanbieden aan hun regeringsleiders. Gisteren is de herziene ver op tafel gekomen die het Luxemburgse voorzitterschap heeft ingediend over de structuur van het verdrag over de Europese Politieke Unie, waarover de 12 EG-landen onderhandelen. De nieuwe tekst gaat volgens de Nederlandse minister “in de goede richting”, hoewel ze nog verder geperfectioneerd zal moeten worden in de komende dagen voor het 'conclaaf' van zondag. Maar volgens de minister is dit document een “belangrij bouwsteen”, waarmee het Nederlandse voorzitterschap op 1 juli met een gerust hart de fakkel van Luxemburg kan overnemen.

Allerminst opgetogen over de nieuwe tekst zijn echter de Britten, die er mordicus tegen zijn dat in het nieuwe verdrag verwijzingen komen naar zaken als “federaal Europa”, “een enkele munt” of “medebeslissingsrecht” van het Europese Parlement. De Britten willen niet verder gaan dan een recht van interpellatie voor het EP. Het Verenigd Koninkrijk iduidelijk voorstander van de 'zuilen'-structuur.

“Wij hebben”, zo zei de Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, daarover gisteren, “geen bezwaar tegen herziening van het Verdrag van Rome in de toekomst, maar we willen ons nu nog niet vastleggen op wat het verdrag dan zal worden.” Dat zien de Britten wel tijdens de rit.

Groot-Brittannie is wel voorstander van een “steeds nauwere unie”, maar is niet bereid in het nieuwe verdrag een definitie te aanvaarden van de “federale roeping” van Europa, volgens de nieuwe tekst van de Luxemburgers h einddoel van een “geleidelijk proces”. De Britten willen een veel lossere structuur.

Het Britse verzet mag volgens Hurd echter niet worden opgevat als een veto. “De meerderheid moet ons maar overtuigen. Wij zijn er niet op uit om ramen dicht te doen of de deur dicht te slaan, maar het is ons goed recht om te zeggen wat wij niet accepteren.” Hurd zei dat er een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen wat communautair en wat intergouvernementeel geregeld w zoals dat in het Verdrag van Rome wordt omschreven.

De nieuwe tekst bevat overigens een curieus voorbeeld van duidelijke versterking van intergouvernementele, niet democratisch gecontroleerde samenwerking, in de passage dat de voorzitter van de Europese Raad de ministers van financien kan uitnodigen om deel te nemen aan de besprekingen van de Raad wanneer die over zaken gaan betreffende de economische en monetaire unie: een soort onsje dus van de Europese vorsten met hun schatkistbewaarders, waarbij gevreesd moet worden dat op die schatkistbewaarders politieke druk zou worden geoefend om de beurs wat meer te openen...

Diezelfde ongecontroleerde Europese Raad geeft de unie volgens de nieuwe tekst “de noodzakelijke impulsen voor haar ontwikkeling” en “definieert er de algemeen politieke orienteringen van”. Die formulering is wat vager en meer afgezwakt dan die in de eerste tekst van het Luxemburgse voorzitterschap voorkwam.

Ook op het gebied van de veiligheidspolitiek is de nieuwe versie wat voorzichtiger en vooral vager geworden: de identiteit van de Europese Politieke Unie op het internationale toneel moet bevestigd worden, zo zegt de tekst, door het opzetten van een “gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidspolitiek die “op den duur” de definitie van een defensiepolitiek moet omvatten”. Intrigerender Euro-jargon lijkt nauwelijks voorhanden.

De ingredienten van de politieke unie zitten er dus allemaal in, maar of de Europese soep daardoor ook verteerbaarder is geworden, dat is een vraag die eerst aanstaande zondag en daarna eind volgende week zal worden beantwoord.