Uitgaven Defensie komen 'onder curatele'

DEN HAAG, 18 JUNI. Ze hadden bij het staartje van het debat over de Defensienota, gisteravond in de Tweede Kamer, hun toon wat aangepast. Minister Van den Broek van buitenlandse zaken door voornamelijk te zwijgen enister Ter Beek van defensie door iets minder aarzelend zijn plannen voor een kleinere, meer flexibele krijgsmacht te verdedigen.

Nu was Van den Broek een week geleden ook duidelijk genoeg geweest: “Deze Defensienota gaat van tafel als er in de komende jaren nog meer op defensie wordt bezuinigd.” Ter Beek nu: “Dit is een richtinggevend raamwerk om aan de slag te gaan.”

Ook gisteravond werd de indruk niet weggenomen dat minister Ter Beek, beducht voor de wensen van zijn eigen partij om verder op defensie te korten, bijstelling van de marsorde niet wil uitsluiten. Het woord flexibel lag hem in de mond bestorven. Hij wilde nog wel “internationaal de boer op gaan” om te zien of sommige taken kunnen worden gedeeld en samenwerking mogelijk is, maar had daar weinig vertrouwen in.

De Kamer gaf hem wel het groene licht om zijn nota nu te gaan uitvoe maar het leek meer op een oranje knipperlicht. Voor iedere aanschaf van materieel boven de 25 miljoen gulden zal de Kamer al bij de analyse van de behoeftestelling moeten worden betrokken. Een motie daarover komt donderdag in stemming.

“Wat een handel”, riep een van de opper- en vlagofficieren die het debat korzelig vanuit de toeschouwersbankjes hadden gevolgd. “Ter Beek is duidelijk onder curatele gesteld door de Kamer. Met de pet in de hand moeten we nu maar afwachten wat we mogen bestellen. Zo kun je niet goed werken.”

De Marine is beducht dat in de toekomst wordt besloten orders voor nieuwe schepen ook elders te plaatsen, met name in Duitsland. “Met witte olifanten in onze vloot gaat de kwaliteit van ons produkt hollend achteruit”, concludeerde een lid van de Marinestaf.

Het meest somber was de Landmacht. Daar vallen de komende jaren de grootste klappen. Vijftig procent minder tanks, veertig procent minder pantserinfanterievoertuigen en veertig procent mindartillerie. Al die reducties zijn volgens de bevelhebber wel op te brengen als zijn krijgsmachtonderdeel tegelijkertijd ook wordt aangepast. Wil Nederland zijn mannetje staan en internationaal politiek een vuist maken, dan moet het leger ook ver buiten de landsgrenzen kunnen worden ingezet.

Het paradepaard is nu de luchtmobiele brigade. Nog voordat de NAVO besloot dat dergelijke onderdelen uitstekend passen in de nieuwe strategie, had Nederland de plannen voor zo'n snel inzetbare brigade binnen en buiten het NAVO-verdragsgebied al klaar.

De Kamer zette gisteren opnieuw vraagtekens bij het opzetten van zo'n brigade. Voor PvdA en D66 en minder voor het CDA blijft het een vraag of Nederland de kleine zes miljard gulden die zo'n brigade kost, kan opbrengen. Voor de snel inzetbare eenheid van iets meer dan tweeduizend manschappen zijn zestig a vijfenzestig helikopters nodig. Eerst wordt een deel van die vloot gehuurd. Daarna zal Nederland alle helikopters zelf ahaffen. Waarschijnlijk gaat het dan om een ander toestel (Duits-Italiaans) dan de helikopters die eerst worden gehuurd (Amerikaanse Apaches). Dat brengt extra kosten met zich mee voor logistiek en opleiding en training. Maar over de exploitatiekosten was Defensie ook in het verleden altijd vaag. Pas achteraf vielen alle plannen duurder uit.

Onbeantwoord bleef ook de vraag waarom Nederland, die deze brigade an wil inzetten in multinationaal verband, alles alleen wil doen. In Noord-Irak en enkele maanden geleden in de Golf kon Nederland toch ook met succes samenwerken met Britten en Amerikanen?

De PvdA-fractie kondigde al aan dat zij over de luchtmobiele component van die nieuwe brigade nog een stevig robbertje wil knokken. “En juist dat breekt ons op”, zegt een lid van de Landmachtstaf na afloop van het debat. “Hoe kun je voor de lange termijn een route uitzetten terwijl je het risico loopt dat je onderweg een zijweg moetinslaan omdat het geld op is?”

Minister Ter Beek liet zich niet verleiden uitspraken te doen over verdere bezuinigingen. “Dat hoort u wel op Prinsjesdag.” Hij feliciteerde zichzelf dat zijn nota door het parlement was gekomen. “Verantwoord bezuinigen”, daar bleef hij voorstander van, maar tegelijkertijd bood hij het personeel van de krijgsmacht nu “eindelijk een hoognodig perspectief”.

Of dat bij de krijgsmachtonderdele de vakbonden ook zo wordt verstaan is lang niet zeker. Toen de korporaals de dienstauto's even na elven voorreden bij de dependance van de Tweede Kamer doken generaals en admiraals snel zwijgzaam in de kussens. “Deze nota is geen spoorboekje maar een raamwerk”, had Ter Beek nog gezegd. Juist met een spoorboekje waren zij gewend levenslang te werken. Aan onzekere vertrektijden hebben ze grondig de pest.