Swingen met houterige Paul Simon

Concert: Paul Simon (zang, gitaar) met Armand Sabal-Lecco (bas), Steve Gadd (drums), Vincent Nguini, Ray Phiri en John Selolwane (gitaren), Richard Tee, Tony Cedras (toetsen), Michael Brecker, Barney Rachabane (sax), Chris Botti (drums), Sidinho Moreira, Mingo Aranjo, Dom Chacal, Cyro Baptista (percussie) en The Waters (zang). Gehoord: 17-6 Ahoy Rotterdam. Herhaling: 18-6.

Vijf jaar nadat hij met zijn Graceland-entourage in Nederland optrad, brengt Paul Simon opnieuw een veelkleurig en inter(ationaal gezelschap met zich mee voor zijn twee Ahoy-concerten. Toen draaide het om Afrikaanse muzikanten als trompettist Hugh Masekela en de zanggroep Ladysmith Black Mambaso; nu ligt de nadruk op de ritmische benadering van Simons laatste album The Rhythm Of The Saints. De 48-jarige Newyorker haalde zijn inspiratie ditmaal uit de traditionele ritmes van Brazilie en het Amazonegebied, ongeveer zoals stadgenoot David Byrne het eerder deed. Een groep van vier Braziliaanercussionisten is prominent aanwezig in het 17-koppige gezelschap. Het ruim twee uur lange concert begint en eindigt met een daverend percussiesalvo, zonder twijfel de meest enerverende momenten van een tamelijk wisselvallige avond.

Paul Simon laat zich niet langer overschaduwen door zijn medemuzikanten, zoals de vorige keer, toen hij in het niet viel bij de vocale stormkracht van het a capella-koor Ladysmith. Hij stelt zich nadrukkelijk op als het middelpunteen bruisende muzikale cocktail, waarin elementen samenvloeien van gospel, reggae, popmuziek, latin- en Afrikaanse muziek. Daarbij brengt hij een schat aan songmateriaal met zich mee, opgebouwd in de dertig jaar die hij als liedjesschrijver actief is. De grootste vergissing is dat hij het melodramatische succesnummer van Simon & Garfunkel, Bridge Over Troubled Water, in een nieuw jasje heeft willen steken. Hier wordt zijn vroegere vocale partner Art Garfunkel node gemist, want Simon mist de zuivere toon en hetal charisma om het in de potsierlijke reggaeversie tot een goed einde te brengen. Ook de solohit Kodachrome klinkt ongemakkelijk in een strak blazersarrangement met Afrikaanse juju-gitaren. Beter vergaat het hem in Me & Julio Down By The Schoolyard, een nummer dat zich uitstekend leent voor de muzikale smeltkroes van invloeden van vier verschillende continenten.

Paul Simon werd beschuldigd van cultureel imperialisme, toen hij naar Zuid-Afrika reisde om er inspiratie op te doen voraceland of toen hij Zuidamerikaanse muzikanten inschakelde voor Rhythm Of The Saints. Dat laatstgenoemd album als geheel zwakker is uitgevallen, moet echter vooral worden toegeschreven aan de minder sterke liedjes. Het album kabbelt voort waar Graceland spetterde en bruiste, en de nadruk op drukke ritmes kan niet verhullen dat Simon zelf geen swingende persoonlijkheid is. Op het podium staat hij er houterig bij, in schril contrast met het feestelijk ogende tableau vivant van wild uitgedostevrolijk gebarende en enthousiast rondspringende wereldmuzikanten. Een oubollig jazzrock-intermezzo van saxofonist Michael Brecker is gelukkig snel vergeten, want de Afrikaans getinte arrangementen van het tweemaal achter elkaar gespeelde You Can Call Me Al en de finale met Diamonds On The Souls Of Her Shoes maken veel goed.

Zolang Paul Simon zich echter opstelt als het bloedserieuze mannetje met de dirigeerstok, blijft hij een storende factor op een ium waar verder alles beweegt, swingt en plezier maakt.