Schorsing treft Melia, Bobel en Chamotte hard; Commissaris Kraaijeveld van Hemert beraadt zich over zijn positie

AMSTERDAM, 18 JUNI. Een kruik gaat zo lang te water tot hij barst. Dat ondervonden gisteren de beursfondsen Melia International, Bobel en Chamotte Unie, die de laatste jaren met enige regelmaat opdoken in het netwerk van de Italiaanse zakenlieden Giancarlo Parretti en Florio Fiorini. Na vijf jaar lijkt het duo niet langer ongestoord gebruik te kunnen maken van hun fciele pied a terre aan het Damrak.

De Amsterdamse beurs heeft besloten actie te ondernemen tegen de jarenlange opeenstapeling van ondoorzichtige transacties en spectaculaire plannen waarin de Zwitserse holding Sasea van Fiorini de eens slapende beursfondsen wist te betrekken. De officiele noteringen zijn geschorst, waarmee de beurs niet langer verantwoordelijk gesteld kan worden voor de handel.

oewel het niet geheel duidelijk is wanneer de beurs deze strafmaatregel ongedaan zal maken, zal er volgens ingewijden bijzonder weinig haast mee gemaakt worden.

Sinds het Italiaanse zakenduo twee jaar geleden steeds vaker in de schijnwerpers van de internationale pers kwam te staan is de verbazing over hun achtergrond en de bronnen van hun kapitaal alleen maar groter geworden. Parretti werd na een reeks van kleinere aanvaringen met justitie eerder dit jaar veroordeeld tot bijna vier jaar gevangenisstraf wegens fraude.

Fiorini als financieel directeur van de Italiaanse petroleumgigant ENI direct betrokken bij de ondergang van de Banco Ambrosiano.

Beiden onderhielden contacten met een bonte reeks van personen die de afgelopen jaren waren betrokken bij financiele en politieke schandalen, varierend van de dictators Moammar Gaddafi (Libie), Samuael Doe (Liberia) en Albert Rene (Seychellen) tot Antonio Lefebvre (Lockheed-schandaal) en de Italiaanse christendemocrraziano Verzotto (banden met de Siciliaanse maffia). Het meest raadselachtige blijft evenwel de herkomst van de honderden miljoenen guldens die de Italianen benutten voor hun plannen.

Dat geld verdween voor een belangrijk deel in de spectaculaire overneming van de filmstudio MGM-UA door Pathe Communications (de vroegere Cannon Group) voor 1,3 miljard dollar vorig jaar november. De beursmaatregelen komen voor Fiorini, Parretti en hun huisbankier Credit Lyonnais Bank Nederland (CLBN) op een uitermate ongelegeent, nu de Italianen en hun bank zich ernstig vertild blijken te hebben aan dit financiele huzarenstukje. CLBN had uiteindelijk een bedrag van zeker 1,4 miljard gulden tegoed en onderdelen van de kwijnende filmstudio MGM-Pathe worden nu dan ook door de bank verkocht.

De Amerikaanse beurscommissie SEC is inmiddels een onderzoek gestart naar de vele raadsels bij de overneming.

Daar kon de Amsterdamse beurs, beducht voor zijn internationale reputatie, niet bij achterblijven dus werd vorige maand gevraagd wat een en ander voor financiele gevolgen kan hebben voor de uiteindelijke houdstermaatschappij van MGM-Pathe, Melia International. Melia (stand halverwege vorig jaar: vermogen 81 miljoen gulden en verlies 42 miljoen gulden) is op zijn beurt weer in handen van de Luxemburgse houdstermaatschappij Comfinance van Parretti en het Zwitserse Sasea van Fiorini. Het antwoord op de vragen van de beurs bleef Melia vooralsnog schuldig,wijl eveneens de jaarrekening voor 1990 nog niet beschikbaar is. Reden voor de beurs voor een verwijzing naar het strafbankje.

Hoewel een en ander vooralsnog onduidelijk blijft, is het zeer wel mogelijk dat ook de problemen rond het beursfonds Bobel (een meerderheidsbelang van Fiorini's Sasea) zijn verbonden met het filmdebacle van Parretti en Fiorini. Bobel zou twee jaar geleden na een fikse kapitaalinjectie wordenevormd tot een bioscopenbedrijf van Europese allure, maar dit plan leed schipbreuk toen de Italianen en de begeleidende bank CLBN niet in staat bleken tijdig een prospectus te leveren.

Bobel verloor bij wijze van strafmaatregel in oktober 1989 zijn officiele notering (tot dan toe een unicum op het Damrak) en zou pas 14 maanden later weer terug mogen keren. Eind vorig jaar was 172 miljoen gulden (praktisch het complete vermogen van het fonds) uitgeleend aan zustermaatschappij Sasea Financiere en bedroeg de winst slechts 9 miljoen gulden.

De Vereniging van effectenbezitters (VEie de handelingen bij Bobel met meer dan gebruikelijke belangstelling volgt in verband met de mogelijke aanvraag van een bedrijfsenquete, heeft al het vermoeden uitgesproken dat het geleende geld wellicht eveneens is verdwenen in de bodemloze put van het Amerikaanse filmavontuur. Sasea heeft zich volgens de (overigens niet door een accountant gecontroleerde jaarrekening over 1990 van Bobel) voor deze lening garant gesteld, maar bij de waarde van deze ing door een houdstermaatschappij die zelf in de problemen verkeert wordt door de VEB vraagtekens gezet.

In ieder geval is er van de vorig jaar december gepresenteerde investeringsstrategie van Bobel (“Uitgangspunt is niet alleen de investering op zich, maar ook het weer (nieuw) leven inblazen van een onderneming”) tot op heden niet bijster veel terecht gekomen. En bij de jaarrekening ontbrak de toelichting op de nieuwe plannen die de beurs had gevraagd. Exit Bobel derhalve.

Het ha komen de klappen aan bij Chamotte Unie, tot voor kort de houdstermaatschappij waar Sasea zijn belangen in een aantal Italiaanse verzekeraars had onderbracht. Chamotte kwam in april met een plan dat qua omvang (verhoging maatschappelijk kapitaal tot 2,5 miljard gulden) en inhoud (radicaal omvormen van een beursfonds) sterke overeenkomst vertoont met de plannen die in 1989 voor Bobel werden gepresenteerd. Een gelijkenis die nog eens wordt versterkt nu ook Chamotte door het verlies van dficiele notering zijn ambities bedreigd ziet.

In april werd de markt verrast met de mededeling dat Chamotte een houdstermaatschappij zou worden waarin de onroerend goed belangen van ondermeer Sasea en de Cabassi-groep (een oude zakenrelatie van Parretti en Fiorini) werden ondergebracht.

Het moeilijk controleerbare en onoverzichtelijke geschuif met belangen binnen hun eigen zakelijke netwerk of met goede bekenden is de laatste jaren een wezenskenmerk geweest de activiteiten van Parretti en Fiorini. Veel enthousiasme kon het beursbestuur dan ook niet opbrengen voor de nieuw te vormen vastgoedgigant. Dat zal er niet beter op zijn geworden toen uit de weinig verhelderende toelichting bleek dat de meeste dochters die onder Chamotte terecht zouden komen lelijk in de rode cijfers zitten.

Opmerkelijk is de aanleiding die de beurs heeft gevonden voor het schorsen van Chamotte. Naast het uitblijven de jaarrekening zou het beurslid die de omvorming begelei-) huisbankier CLBN - zich niet onvoorwaardelijk hebben gecommiteerd aan de voorgenomen plannen. Chamotte-directeur P.

Meerloo en ook commissaris-voorzitter ir. J.J. Kraaijeveld van Hemert beweren desgevraagd dat de bank dit vorige week wel degelijk heeft gedaan door middel van een brief.

In financiele kring beschouwt men dit voor de Rotterdamse bank - die overigens ieder commentaargert - in korte tijd het zoveelste gezichtsverlies in deze kwestie. Ondanks de onzalige ervaring in 1989 met Bobel was de bank bij Chamotte kennelijk wederom niet voldoende op zijn hoede, zo luidt de redenering.

Dat CLBN tot over zijn oren in de financiering van het Italiaanse zakenduo zit en ook de Nederlandsche Bank heeft laten doorschemeren dat deze kwestie de volle aandacht heeft, maakt de zaken er niet beter op.

Weinig reden tot vreugde ook voor commissaris Kraaijeveld van Hemert. In de eerste schorsing van Bobel die hij als commissarisvoorzittemeemaakte, zag geen reden om op te stappen bij het Sasea-fonds. Integendeel: hij volgde eind augustus vorig jaar de thans eveneens veelgeplaagde J. Fentener van Vlissingen van de Noro-groep op als commissarisvoorzitter van Chamotte. Kraaijeveld van Hemert kwam daardoor vorige maand al in aanvaring met de Vereniging van effectenbezitters (VEB) die hem vanwege zijn bemoeienis met de Sasea-fondsen verweet ongeschikt te zijn voor zijn funktie.

Hoewel hij het beursoptn als “onzorgvuldig” omschrijft en zich verbaasd toont, zegt Kraaijeveld van Hemert desgevraagd zich nu te beraden op zijn positie bij Chamotte en Bobel. Eind volgende week zijn de aandeelhoudersvergaderingen van Chamotte en Bobel en de commissaris vertrouwt er op dat hij dan in staat zal zijn de vereiste toelichtingen te verstrekken. “Ik zal dan ook mededelingen doen over mijn eigen positie”, aldus Kraaijeveld van Hemert.