Oranje-Nassau wil expansie Duitsland; Oliebelangen Nedlloyd zouden interssant kunnen zijn voor Franse Groep

AMSTERDAM, 18 JUNI. De oliebelangen van Nedlloyd zouden goed passen bij de Oranje-Nassau Groep. Dit bevestigt directievoorzitter jhr mr. G.F. Boreel van de Oranje-Nassau Groep desgevr Al laat hij daar bezwerend op volgen dat zijn bedrijf jaarlijks wel naar tachtig interessante proposities kijkt. Daarvan komen er maar een paar tot stand.

De Amerikaanse effectenbank Goldman Sachs zoekt kopers voor de energiebelangen in het kader van het 800 miljoen gulden grote desinvesteringsprogramma waar Nedlloyd mee bezig is.

Oranje-Nassau loert samen met Nationale-Nederlanden, ABN, Delta Lloyd en nog enkele beleggers op aantrekkelijke investeringen ie- en gasvelden. Een jaar na het aantrekken van nieuw kapitaal hebben de partners nog meer geld over dan velden om dat geld in te steken. Begin 1990 werd het kapitaal van dochter ONEPM (35 procent Oranje-Nassau) nog uitgebreid van 115 naar 196 miljoen gulden, maar tot op heden hoefde nog geen 100 miljoen gestort te worden. Een belangrijk deel van de nieuwe investeringen van 51 miljoen kon uit de kasstroom worden gefinancierd.

In ONEPM brengt Oranje-Nassau cerende olie- en gasvelden in. Een deel van de kasstroom die deze opleveren wordt weer gebruikt voor exploratie, waarbij Oranje-Nassau boven het gemiddelde in de branche scoort. Twee van de drie vorig jaar uitgevoerde exploratieboringen hebben commerciele gasvelden aangetoond.

Ondanks de oer-Hollands klinkende naam is Oranje-Nassau al bijna een eeuw eigendom van een Franse investeringsmaatschappij, CGIP, gecontroleerd door de in ijzer- en staal groot geworden familie De Wendel. Deze aan de beurs van s genoteerde CGIP, heeft verder onder meer een 25 procent belang in het grote verpakkingsconcern CMB, een 28 procents belang in het grote software huis Cap Gemini en deelnemingen in cementfabriek Cedest en Bio-Merieux, een biotechnologie-onderneming. Franse bedrijven die zich onderscheiden door grote internationale acquisities.

Via de door de familieholidng Marine Wendel geconrtoleerde CGIP heeft de familie De Wendel toegang tot de beurs. Iets wat Oranje-Nassau echter nog geen voordeelt opgeleverd. De Fransen hebben sinds de aankoop nooit meer genvesteerd in Oranje-Nassau dat het helemaal van de eigen kasstroom - en op basis daarvan geleend geld - moet hebben. Desondanks heeft Oranje-Nassau, dat behalve in de olie ook expansieplannen heeft in het onroerend goed, geen haast hoeven maken met het zoeken van beursnotering. Iets wat voor een onroerend goed fonds toch welhaast onontbeerlijk is. Boreel bevestigt dat daar met enige regelmaat wordt gedacht, maar dat nu het beursklimaat voor onroerend goedfondsen niet aangenaam is.

Om te kunnen expanderen in energie en onroerend goed met niet meer dan de eigen middelen, heeft Oranje-Nassau enkele jaren geleden wel moeten besluiten te stoppen met de activiteiten in venture capital en financiele dienstverlening. Het venture capital is verzelfstandigd en Halder Holding geworden. De financiele dienstverleningspoot Bank Itec is verkocht aan de Zwitserse Bank Cantrade.

Energie en onroerend goed zijn de zaken wde 44 medewerkers van het ongeveer 600 miljoen gulden grote Oranje-Nassau verstand van pretenderen te hebben. Een sterk gecondenseerde kennis, want tot het begin van de mijnsluitingen in 1967 had Oranje-Nassau wel 11.000 mensen werken in haar vier mijnen bij Heerlen.

Oranje Nassau bleek aanvankelijk een tegenvaller voor de familie De Wendel. Een Duitse mijningenieur, een railslegger en de Amsterdamse Bank waren een mijn begonnen te graven en net in die waren voor de nieuwe procede's in de staalfabieken cokes nodig. De Wendel kocht de mijn, maar toen die in produktie kwam bleken er geen gasrijke cokes, maar harde antracietkolen uit te komen. Niet geschikt voor de staalfabriek, wel voor de particuliere consumptie.

Zo werd Oranje-Nassau nooit als toeleverancier hecht onderdeel van de De Wendel-staalfabrieken, maar bleef de onderneming een ongewilde diversificatie. Oranje-Nassau bleef een buitenbeentje, ook toen De Wendel zichzelf terugtrok uit het staal en investeringsmaatschappij werd.

Oranje-Nassau dat in de energiesector goede jaren heeft gekend en een gevestigde reputatie heeft opgebouwd, hoopt zich nu ook in de onroerend goed sector, waar de oude portefeuille van de hand is gedaan, te ontwikkelen als een deskundige partner voor beleggers. Oranje-Nassau richt zich vanuit haar positie op de Nederlandse markt voor expansie vooral op de Duitse markt.