Oppositie kritisch over opvangbeleid voor buitenlanders

DEN HAAG, 18 JUNI. De opvang van buitenlanders die legaal naar Nederland komen, schiet volgens VVD-fractie in de Tweede Kamer pijnlijk tekort. Ook D66 hekelt het opvangbeleid: het gaat te langzaam, te bureaucratisch en er is te weinig geld.

Beide fracties leverden hun kritiek op het opvangbeleid gisteretijdens een commissievergadering in de Tweede Kamer over onderdelen van het actieprogramma minderhedenbeleid 1991.

“Het opzetten van een sluitend opvangstelsel voor immigranten - ruim 50.000 per jaar - moet een kernpunt zijn van het kabinetsbeleid”, zei het Tweede-Kamerlid Wiebenga (VVD).

“Wat moet bijvoorbeeld een 22-jarige Marokkaanse jongen die geen woord Nederlands spreekt, die terechtkomt in een probleemwijk in een grote stad en det meer leerplichtig is, hier beginnen als hij niet behoorlijk opgevangen wordt? De minister van WVC, ik moet zeggen het kabinet, schuift hiervoor de verantwoordelijkheid op de gemeenten. Er zijn een paar proefbijdragen, maar als je nagaat hoeveel immigranten daarmee bereikt worden, blijkt dat misschien maar tien procent te zijn van het totale aantal dat opgevangen zou moeten worden. De rest dreigt sloos in het vangnet van de uitkeringen te blijven hangen.”

Minister d'Ancona (WVC), verantwoordelijk voor de opvang van immigranten, kwalificeerde de opmerkingen van Wiebenga als “behoorlijk impertinent”. “Wij zijn begonnen met de uitvoering van een zeer ambitieus opvangprogramma met de middelen die wij hebben. De heer Wiebenga doet alsof de instroom van legaal van legaal hier verblijvenden de laatste anderhalf jaar begonnen is.”

Wiebenga wees erop dat er voor de opvang van vreemdelingen 5 miljoen beschikbaar is, terwijl volgens de betrokken organisaties 80 miljoen gulden en volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid 230 miljoen per jaar nodig is.

“Vijf miljoen per jaar kan dus echt niet”, aldus het Tweede-Kamerlid Groenman (D66).

Een goede opvang van nieuwkomers is preventief en kan in die zin voorkomen dat de voorspellingen van de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie Nordholt uitkomen, aldus Groenman. Nordholt waarschuwde begin deze maand dat in de grote steden rassenrellen dreige illegale vreemdelingen niet sneller het land worden uitgezet. De Kamer vond het nog te vroeg voor paniek, maar meende dat de waarschuwing van Nordholt ter harte moest worden genomen. Wiebenga: “Een grootscheepse beleidsinspanning nu kan een rampsituatie a la Belgie nog voorkomen.”

Minister Dales (binnenlandse zaken), die het minderhedenbeleid cordineert, reageerde kort op de commotie die de uitlatingen van Nordholt teweeg hebben gebr. “Toen ik nog lid van de Tweede Kamer was, en zelfs nog even daarvoor - het gaat dan om een periode van tien jaar - was al bekend dat de situatie is zoals de hoofdcommissaris heeft geschetst. Ik ben eerlijk gezegd verbaasd dat wat de hoofdcommissaris heeft gezegd nu zo'n opzien baart.”