Ombudsman was 'te formeel' voor ambtenaren

ROTTERDAM, 18 JUNI. De afgelopen dagen kreeg ze verscheidene opbeurende brieven van 'gewone Rotterdammers'. Medewerkers zorgden voor bloemen op haar kantoor. Als troost, zeggen ze. Een speciaoor haar opgericht comite, het Steuncomite Ombudsman, pleitte de laatste maanden voor een fatsoenlijke en openbare behandeling van haar zaak. Honderdzestig handtekeningen werden door het comite bijeengebracht. Het mocht niet baten.

Afgelopen donderdag besloot de Rotterdamse gemeenteraad ombudsman mr. F. de Boer niet opnieuw te benoemen. Omdat ze te formeel zou handelen, aldus het college van B en W. “Te formeel noemen ze dat”, sputtert ze tegen. “Ik ben gewooen lastige horzel.” Na een ambtsperiode van zes jaar vertrekt De Boer per 1 september. Alleen de VVD en een deel van de PvdA stemden voor herbenoeming.

De Boer zou te formeel zijn en de ambtenaren tegen zich in het harnas jagen. Verder zou ze te weinig managementkwaliteiten bezitten om haar kantoor goed te leiden. Het Rotterdamse college en de raadsleden wijzen daarbij op het feit dat de afgelopen twee jaar drie van haar medewerkers zijn vertrokken.

“Hoe kan ik nu te formeel zijn”, vraagtBoer zich af. “Inderdaad, als ik ergens een kopie bij hoor te doen, zit er een kopie bij. En alles gaat netjes op schrift. Als ombudsman ben ik onder meer aangesteld om gemanipuleer met de burgers te bestrijden. Dan kan ik zelf toch niet manipuleren? Bovendien heb ik een voorbeeldfunctie te vervullen.”

Ook over de personeelsproblemen op haar kantoor is ze kort. “De mensen hebben hier iedere dag te maken met klagers, problemen en onwillige ambtenaren. Je moet bestandn tegen die constante druk.”

De Boer vreest niet voor haar eigen hachje, maar is bang dat het Instituut Ombudsman geweld is aangedaan. Vooral omdat de Rotterdamse gemeenteraad in 1983 een verordening opstelde, waarin de taakomschrijving van de ombudsman werd vastgelegd.

Artikel 3 spreekt van een onafhankelijke positie: 'De ombudsman is niet ondergeschikt aan de raad, het college van burgemeester en wethouders of enig ander gemeentelijkag.'

Aan de andere kant is De Boer een ambtenaar, in dienst van de gemeente. Dit in tegenstelling tot bij voorbeeld haar Amsterdamse collega, die een politieke ambtsdrager is en als lid van een van de hogere colleges van de staat werkt.

“Ik vind dat een ombudsman een onafhankelijke onderzoeksrol heeft. Voor bemiddeling kennen we in Nederland genoeg instanties. Van de zeshonderd klachten die we hier per jaar krijgen, is veertig procent ongegrond en zestig procent gegrond. In die laatste gevallen moetenwe stappen ondernemen.

En dan schop je wel eens ambtenaren tegen de schenen'', aldus De Boer.

Het merendeel van de fracties in de gemeenteraad denkt daar anders over. Raadslid F. Ravestein (D66): “Ze behandelde iedere zaak strikt individueel. Maar daardoor werden de structurele problemen op de afdelingen niet opgelost. Sterker nog, ze joeg veel ambtenaren regelmatig de gordijnen in.”

W. Vleugels (PvdA) was een van de vijf mensen in zijn fractie die voor herbenoeming stemde. “Ik vind het ook bezwaijk dat ze te formeel is. Haar primaire taak is immers bemiddelen en niet voor rechter spelen. Maar om een ombudsman niet opnieuw te benoemen, moeten er zwaarwegender argumenten zijn.”

Raadslid E. ter Kuile (VVD) pleitte, evenals de rest van haar fractie, voor herbenoeming: “Onlangs heeft de raad een motie aangenomen waarin kritiek werd geuit op het bestuurlijke systeem in Rotterdam. Degene die daartegen optreedt, is de huidige gemeentelijke ombudsman. De functie van ombudsman zal altijd een zekere impopulariteit met zich meebrengen.”

Ondertussen vraagt De Boer zich af wie nog ombudsman in Rotterdam wil worden. “Ze zoeken iemand die bemiddelt, die ja en amen knikt. Maar daar is een ombudsman niet voor bedoeld.”

Volgens De Boer loopt Rotterdam kans dat de stad onder de supervisie van de Nationale Ombudsman zal vallen. Zeker als het college niet tijdig een nieuwe gemeentelijke ombudsman vindt.

Maar wie zegt dat De Boer haar baan toind augustus 'uitzit', krijgt de wind van voren. “Uitzitten? Ik ga er voor de volle honderd procent tegenaan. Voor de Rotterdammers heb ik altijd op de bres gestaan en dat zal niet veranderen.”