'Nederlander leverde Irak mosterdgas'

AMSTERDAM, 18 JUNI. Een groot deel van het arsenaal aan mosterdgas in Irak is vervaardigd uit door de Nederlander Frans van A. naar Irak gesmokkeld thiodiglycol. Dat stelt D. Bass, senior special agent van de douane in de Amerikaanse stad Baltimore en belast et opsporen van illegale export van chemicalien vanuit de Verenigde Staten. Bass beweert zijn beschuldiging te kunnen staven “met stapels dossiers”.

Van A. schakelde voor de levering van het thiodiglycol het Amerikaanse bedrijf NU Kraft Mercentile Corporation uit New York in, dat in 1987 en 1988 538 ton thiodiglicol zou hebben gekocht bij het bedrijf Alcolac in de Amerikaanse stad Baltimore. De chemic zouden via Antwerpen naar de Jordaanse stad Aqaba zijn verscheept en vandaaruit over de weg naar Irak. De directie van NU Kraft heeft inmiddels schuld bekend en is veroordeeld tot lichte gevangenisstraffen en boetes.

Wegens zijn vermeende betrokkenheid bij de illegale export van chemicalien naar Irak werd Van A. op verzoek van de officier van justitie in Baltimore in januari 1989 in Milaan gearresteerd.

Pag. 3:

Leverancier mosterdgas Irak zou in Bagdad zijn

De rechtbank aldaar legde het Amerikaanse verzoek om uitlevering naast zich neer maar die beslissing werd in februari 1990 door het Italiaanse hooggerechtshof vernietigd.

Op dat tijdstip was Van A., in 1942 te Den Helder geboren, echter al weer vrijgelaten.

Volgens het weekblad Nieuwe Revu dat deze week een artikel brengt over Van A., zou deze nu idad verblijven waar hij werkzaam is voor het Iraakse ministerie voor militaire industrie. In een via een satelliettelefoon tot stand gekomen verbinding ontkent Van A. tegenover het weekblad iedere betrokkenheid bij de produktie van Iraaks mosterdgas.

In juli 1989 vaardigde de officier van justitie in Baltimore een - nog steeds geldig - arrestatiebevel uit tegen Van A.

“Als we in s zijn om hem te arresteren, dan doen we dat onmiddellijk”, zegt D. Bass van de douane in Baltimore.

“Deze man is geen kleine handelaar maar een van de belangrijkste leveranciers van de grondstoffen van Iraaks zenuwgas en hoogstwaarschijnlijk ook van andere chemische wapens. Het wordt tijd dat deze zaak in Europa onder de aandacht komt.”

Het ministerie van justitie in Den Haag bevestigt dat in september 1990 een signaleringsverzoek van Interpol is binnengekomen. Als Van A. nog altijd in Bagdad zou verblijven, kan Nederland niet om zijn uitlevering vragen want er bestussen Nederland en Irak geen uitleveringsverdrag. Mocht Van A. in Nederland opduiken dan kan hij ook voor elders begane delicten in Nederland worden veroordeeld als zijn daden tenminste ook volgens Nederlands recht strafbaar zijn.

Als de Verenigde Staten om zijn uitlevering vragen kan Nederland dat verzoek honoreren onder de conditie dat hij zijn gevangenisstraf in Nederland uitzit en de strafmaat niet uitgaat boven het maximum dat daarvoor in Nederland geIn de Verenigde Staten bedraagt de maximumstraf voor de door Van A.

gepleegde delicten twintig jaar gevangenis en 500.000 dollar boete.