Milieufederatie: industrie Rijnmond loost onverminderd

ROTTERDAM, 18 JUNI. Industrieen in de Rijnmond lozen nog volop schadelijke afvalstoffen in het oppervlaktewater. Deze conclusie trekt de Zuidhollandse Milieufederatie uit recent eigen onderzoek.

In een rapport, dat vanmiddag is gepresenteerd,at dat tientallen grote ondernemingen, waaronder raffinaderijen, op- en overslagbedrijven, producenten van bestrijdingsmiddelen, kunstmest en grondstoffen voor plastics, dagelijks giftige stoffen als kwik, cadmium, lood, fosfaat, olie, gechloreerde koolwaterstoffen en aromaten lozen in de Rotterdamse havens.

Twintig jaar na inwerkingtreding van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater (WVO) stelt de milieugroep vast dat lanet alle betrokken bedrijven over een passende WVO-vergunning beschikken. Enkele grote chemische industrieen als ICI, Dow Chemicals, Matex Botlek en Paktank Europoort hebben helemaal nog geen vergunning.

De milieufederatie wijt deze achterstand vooral aan personeelsgebrek en een tekort aan kennis bij de directie Zuid-Holland van Rijkswaterstaat. “De dienst”, zo staat in het rapport, “heeft geen overzicht van de lozingen in Rijnmond op basis waarvan prioriteiten kunnerden gesteld. Het ontbreekt aan een structurele aanpak. Er is geen geschreven beleidsplan, geen geschreven vergunningenplanning en geen geschreven handhavingsplan.”

Er worden ook een paar 'lichtpuntjes' genoemd: vlak voor verschijning van het rapport ontwaarde de milieufederatie de eerste tekenen van een nieuw beleid bij Waterstaat. Gedoeld wordt op inspanningen om te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in het Rijnactieplan en het Noordzee-actieplan.

Daarbij gaat om een halvering van de lozing van een reeks schadelijke stoffen in 1995 ten opzichte van 1986.

De milieugroep betwijfelt echter sterk of het nagestreefde doel nog kan worden gehaald: “Bijna tweederde van de grote bedrijven in Rijnmond moet nog beginnen aan de sanering. Wil men op tijd klaar zijn, dan vereist dat een wereldprestatie.”