Leven en lijden

Maarten 't Hart kan maar beter over literatuur schrijven dan over filosofie. Zo schrijft hij onder de titel 'Het doel van het leven' (NRC Handelsblad, 12 juni): “Oud worden is een toenemende kans op pijn lijden, op aftakeling, op ziekte. Die zaken kunnen toch nooit 'het doel van het leven zijn'. Schopenhauer zei het al: Het komt in het leven niet aan op het bereiken van zoveel mogk geluk, maar op het vermijden van pijn ...”.

Voorzover dit citaat bestaat, wordt dat hier wel in een zeer misplaatste context gebracht. Wie van Schopenhauers werk goed doordrongen is, weet dat deze filosoof het lijden in eerste instantie als doel van het leven ziet omdat het de mens tot het inzich kan brengen dat de wil, waarvan hijzelf een afspiegeling is, dit lijden veroorzaakt, resulterend in het hoogste eeindelijke doel: de negatie van die (levens)wil. In zijn aphorimsen schrijft Schopenhauer inderdaad over het vermijden van pijn, maar dan alleen onder voorbehoud voor diegenen die de komedie of tragedie van het leven moeten of willen meespelen (P.P. IV, 525). Het zijn adviezen voor het leven 'alsof', want het werkelijke doel blijft, zoals in de inleiding van de aphorismen wordt benadrukt, de ontkenning van het leven. In metafysisch-ethische zin (doel van het leven) is pijn voor Schopenhauer dan ook positief, geluk negatief.

Uit dit voor Schopenhauer fun(JHentele standpunt waardeert hij oud worden dan ook anders dan 't Hart suggereert. Uit de wereld een hel: “alleen wie oud wordt kan zich een volledige en adequate voorstelling van het leven vormen, omdat hij het leven nu in zijn totaliteit en in zijn natuurlijk verloop kan overzien, maar vooral omdat hij het leven niet alleen van de kant van de ingang, maar ook van de kant van de uitgang uit kan kan bekijken, zodat hij in het bijzonder van de nietigheid ervan is doordrongen, tel alle anderen steeds in de waan verkeren dat het echte nog komen moet” (pagina 187, 188).