Lawine van processen tegen terreur bij muur

Op 22 mei heeft het Openbaar Ministerie in Berlijn bekend gemaakt dat tegen vier leden van de Nationale Verdedigingsraad van de voormalige DDR een aanklacht wegens aanzetten tot moord zal worden ingediend. De voormalige minister-president Stoph en generaal Kessler zijn in hechtenis genomen. Daarmee is een begin gemaakt met een reeks van processen tegen DDR-bewindslieden wegens het bevel dat zij hebben gegeven vluchtpogingen over de muur langs de DDR en Berlijn mete middelen tegen te gaan, inclusief het schieten op vluchtelingen.

Niet alleen de politieke en militaire leiders van de DDR, ook gewone strafrechters, officieren van justitie en soldaten zullen de komende maanden moeten vrezen te worden aangeklaagd.

Niet bekend

In West-Duitsland heeft justitie 28 jaar lang nauwkeurig bijgehouden wat zij aan bewijzen heeft kunnen vergaren. Al kort na de bouw van de muur in 1961 hebben de Westduitse ministers van justitie een documentatiecentrum in Salzgitter ingericht dat bevoegd was elke verdenking soldaten die langs de grens op vluchtelingen hebben geschoten na te gaan. Ook rechters die met hun vonnissen wegens 'republiekvlucht' soms verscheidene jaren gevangenisstraf hebben opgelegd, zijn in het documentatiesysteem opgenomen. Sinds 1963 staan er ook vonnissen in wegens belediging van de staat of belachelijk maken van het socialisme. Dergelijke vonnissen worden wegens de hoge straffe als 'justitiele terreur' beschouwd.

Tot november 1989 heeft de Westduitse justitie 80.000 dossiers met namen en bewijsstukken tegen soldaten en rechters van de DDR verzameld om de verdachten bij een reisje naar de Bondsrepubliek te kunnen aanhouden. In de 28 jaar dat deze documentatie bestond, zijn er echter maar vier aanklachten voor de rechter gekomen. Niemand rekende er meer op dat deze mensen burgers van de Bondsrepubliek zouden worden en daarmee ook in eigen land voor de rechter konden worden agd. De deelstaten met een sociaaldemocratische regering wilden dan ook de laatste jaren aan de financiering van de documentatie in Salzgitter niet meer bijdragen met het argument dat deze een overblijfsel was van de Koude Oorlog. Nu, na de vereniging, is de 'Salzgitter documentatie' onverwachts zeer actueel geworden. Het rapport dat hierover net is verschenen, kan op een bijzondere belangstelling rekenen.

Het is vooral de sociaaldemocratische senator voor justitie in Berlijn die de meeste processen over schending van de mensenrechten bij de muur en bij de rechterlijke macht moet voorbereiden. Bij de 'Arbeitsgruppe Regierungskriminalitat' in Berlijn werken tien officieren van justitie aan de voorbereiding van enkele honderden van zulke processen. Niets staat de lawine van dergelijke processen meer in de weg.

Schietbevel Het rapport maakt de lezer nog eens duidelijk hoeveel terreur van de grensbeveiliging is uitgegaan. Met veel illustraties wordt uitgelegd hoe de schietinstallaties werkten, waar holoopbanen waren aangelegd en hoe de militaire bewakers controleerden dat aan het 'Schiessbefehl' werd voldaan. Het boek geeft een lijst van alle mensen van wie bekend is dat ze bij de muur zijn overleden, het documenteert een aantal van de vluchtpogingen en gaat uitvoerig in op de vier gevallen die al voor de Duitse vereniging voor de strafrechter in de Bondsrepubliek hebben gestaan. Toch geeft het de feiten niet neutraal en sec: taalgebruik en selectie vaninformatie hameren op de schending van de mensenrechten die volgens Westduitse opvatting al zit in de strafbaarstelling van 'republiekvlucht'. De inleiding zet al de toon van de morele verontwaardiging en ook het voorwoord van de laatste DDR-minister-president (na de Wende) De Maiziere, gaat niet in op de vraag waarom het DDR-bewind voor deze brute isolatie heeft gekozen. Onopgemerkt blijft ook dat Honecker in de jaren tachtig bijna vertwijfeld poogde van het isolement af te komen. Zonder verdermmentaar komt bij de documentatie naar voren dat het grootste aantal dodelijke schoten langs de grens vlak na de bouw van de muur in 1961 tot 1966 werd afgevuurd.

Toen was ook het aantal vluchtpogingen onder de soldaten van de DDR vrij hoog; in de jaren zeventig is dit duidelijk afgenomen. Sinds 1983 hebben afspraken tussen de Bondsrepubliek en de DDR ertoe bijgedragen dat in ruil voor hoge kredieten ten minste de automatische schietinstallaties langs de grens wer weggehaald. Gestegen zijn daarentegen in de jaren na 1980 de processen wegens politieke verdenking - het blijft onduidelijk of er daadwerkelijk meer van dit soort politieke processen zijn geweest of dat de documentalisten in West-Duitsland er meer tijd voor over hadden.

Er komen nog andere bedenkingen op bij het lezen van deze gruweldocumentatie. Zo ontbreekt iedere toelichting op het feit dat van de 80.000 men wier namen die in Salzgitter zijn opgeslagen er maar vier in de toenmalige Bondsrepubliek voor de rechter zijn gedaagd. Het zijn mensen die, nadat ze in Salzgitter genoteerd stonden, naar West Duitsland vluchtten en daar - soms tot hun verrassing - voor de rechter kwamen. In twee van deze gevallen is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd, in een geval een voorwaardelijke vrijheidsstraf en een is met een transactie afgedaan. Allen hebben zich zonder succes beroepen op het feit dat een poging tot republiekvlucht in de DDR volgens de wet strafb was en dat het de plicht van een soldaat was, 'republiekvlucht' ook met geweld te verhinderen. Volgens het DDR-staatsrecht heeft de justitie in de bondsrepubliek ook achteraf daarover geen zeggenschap.

Staatsrecht Het staatsrecht van de Bondsrepubliek heeft altijd volgehouden dat DDR-burgers Duitsers bleven en dat ook de wetten van de DDR niet kunnen voorkomen dat ze in de Bondsrepubliek wegens schending van de mensenrechten kunnen worden vervolgd zodra ze in het bereik vae Westduitse rechter komen. In deze theorie gaan de mensenrechten niet alleen voor de wetten van de DDR, maar is er ook een bevoegdheid van de Westduitse rechter deze regel toe te passen. Tot nu toe hebben deze concurrerende staatstheorieen in al hun tegenstrijdigheid naast elkaar kunnen bestaan, omdat er weinig gevallen waren van DDR-burgers die zich aan de Westduitse justitie blootstelden. Door de vereniging echter zullen er enkele honderden van deze gevallen met behulp de documentatie in Salzgitter bij de Duitse justitie terecht komen.

Het materiaal dat in Salzgitter ligt opgeslagen is ook in andere opzichten belangrijk geworden. Door de vereniging zijn 1435 rechters en bijna evenveel officieren van justitie van de voormalige DDR werkloos geworden. Ze mogen bij justitie in de nieuwe deelstaten solliciteren naar hun oude baan. Daarbij zullen zij een onderzoek naar hun politiek en justitieel verleden ondergaan. Tot nu toehebben slechts enkele, meestal jonge rechters, deze toets doorstaan en bijna geen van de voormalige officieren. Bij de toetsing wordt in Salzgitter nagevraagd of er aanwijzingen zijn dat de sollicitant aan vonnissen heeft meegewerkt die nu naar Westerse begrippen als 'onrecht' worden beschouwd. Daarbij zal ook ter sprake komen dat de documentatie in West Duitsland tot stand is gekomen op basis van getuigenissen van vluchtelingen - dus mensen die er belang bij hebben om justitie in de Dzo onrechtmatig mogelijk af te schilderen.

Het blijft afwachten in hoeverre advocaten duidelijk kunnen maken dat DDR-soldaten en zelfs sommigen van de DDR-rechters niet helemaal vrijwillig hebben meegewerkt aan de wetten van de DDR. Menig soldaat zal nu willen bewijzen dat hij heeft gepoogd naast te schieten, en veel rechters zullen trachten aan te tonen dat zij hebben gepoogd de dienst bij strafkamers die over republiekvlucht vonnisten, te ontlopen. Er zijn gevallen bed van soldaten die disciplinair zijn gestraft omdat ze opzettelijk mis hebben geschoten. Er zijn ook gevallen van rechters die hebben geweigerd aan politiek gevoelige strafzaken mee te doen. Het is duidelijk dat zij hiervoor nadelen in hun carriere hebben moeten slikken, maar ook niet veel meer dan dat. Aan degenen die de moed tot deze weigering hebben opgebracht, legt de Westduitse rechter nu achteraf een plicht tot verzet op. Wie aan deze verzetsplicht tegede wetten van de DDR niet heeft voldaan, staat dus in het verenigde Duitsland nu voor de strafrechter.

Zonder twijfel zullen de Westduitse rechters er op letten dat daarbij het procesrecht en de rechten van de verdediging niet worden geschonden. Toch blijft de toepassing van een bovenwettelijk 'natuurrecht' een politieke afrekening met justitiele middelen. Helaas gaat het Salzgitter rapport op deze problematiek niet in.