Kabinet wil gebruik van chemicalien in landbouw halveren

DEN HAAG, 18 JUNI. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw moet in 1995 met 35 procent zijn afgenomen en in 2000 zijn gehalveerd.

Dat is het doel v het meerjarenplan gewasbescherming, waarover het kabinetsbesluit gisteren bekend werd gemaakt door staatssecretaris Gabor (landbouw) en minister Alders (milieu).

Het plan werd eind augustus als voornemen gepresenteerd en is, nadat ongeveer 60 organisaties van de mogelijkheid tot inspraak gebruik hebben gemaakt, in zijn definitieve vorm op hoofdlijnen ongewijzigd gebln. Naar schatting zullen agrariers tot 2000 ongeveer 2,3 miljard gulden moeten investeren om op produktiemethoden over te gaan die het milieu minder belasten.

Ongeveer 10 procent daarvan is te financieren via overheidssubsidie.

In de land- en tuinbouw in Nederland wordt naar schatting jaarlijks 21 miljoen kilo chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt, waarvan de helft voor grondontsmetting. Dat is veel meer dan in het buitenland. De kleinschalige opzet van de bedrijven en hetintensieve en sterk gespecialiseerde gebruik van de grond zijn daarvan enkele oorzaken.

Volgens het meerjarenplan is het noodzakelijk dat de land- en tuinbouw over chemische bestrijdingsmiddelen blijven beschikken, zeker in de periode waarin zij op andere methoden moeten omschakelen. In die periode moet wel worden bereikt dat de sector veel minder afhankelijk wordt van de chemicalien.

De regering heeft besloten de toelatingscriteria voor beschermingsmiddelen specifieker te maken. Middelen die uit het oogpunt van volkndheid, milieubeheer en arbeidsveiligheid niet verantwoord zijn, zullen worden verboden of in gebruik beperkt, zij het dat uitzonderingen mogelijk blijven. Deze uitzonderingen, middelen die uit landbouwkundig oogpunt onmisbaar worden geacht, worden vermeld op een aparte lijst die elke twee jaar moet worden bijgesteld. Het kabinet wil ook door middel van heffingen het gebruik van bepaalde middelen tegengaan.

De grondontsmetting wordt aan speciale regels gebn. Dat mag met ingang van 1993 niet vaker dan een keer in de vier jaar worden gedaan en na 2000 een keer in de vijf jaar. Tot 1995 zijn op deze regeling nog uitzonderingen mogelijk. In 1995 geldt verder dat natte grondontsmettingsmiddelen nog slechts op recept verkrijgbaar zullen zijn.

De vraag is of de Nederlandse regels niet te streng zijn in vergelijking met een toekomstige richtlijn van de EG. Daarover wordt met 'Brussel' onderhandeld. Het Nederlastandpunt is dat afzonderlijke landen de bevoegdheid hebben eigen, strengere eisen te stellen. Dit betekent dat een middel in het ene EG-land kan zijn toegestaan en in een ander land verboden.