Hoger onderwijs trekt 2.400 studenten meer

ROTTERDAM, 18 JUNI. Komend studiejaar zullen waarschijnlijk zo'n 2.400 studenten meer aan een universitaire of hogere beroepsopleiding beginnen dan vorig jaar. Het hoger beroepsonderwijs neemt verreweg het grootste deel (1.700) van de groei voor zijn rekening.

De in 1989 begonnen groei van het aantal leerlingen in het basisonderwijs zet door: in september gaan er ruim 1.450.000 n de basisschool, ruim 20.000 meer dan in 1988, toen het leerlingental een dieptepunt bereikte.

Dit blijkt uit de 'Referentieraming 1991' die minister Ritzen (onderwijs) heeft gepubliceerd. Het is de eerste keer dat alle prognoses van leerlingen- en studentenaantallen zijn samengevoegd. De nota is opgesteld door de 'Kantitatieve analyse-eenheid' van het departement. Ritzen wil zo nauwkeuriger ramingen krijgen voor zijn begroting. Uit de nu gepubliceerde raming blijkt overigens dat de oude ramingsmethoden al zeeruwkeurig waren: de afwijkingen bedragen een tot twee procent.

In de jaren negentig zullen scholieren volgens de raming steeds vaker eerst gaan werken of naar het buitenland gaan voordat zij gaan studeren. Halverwege de jaren negentig zullen aan de hogescholen evenveel vrouwen als mannen studeren.

Ook het leerlingental in vooral het algemeen voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs zal het komende decennium toenemen. Voor het lager beroepsonderwijs voorziet de nota eer tot 2000 een gestage daling van het aantal leerlingen.

De opstellers erkennen dat geen rekening is gehouden met het effect van tal van beleidsmaatregelen. De werkgroep die het rapport heeft beoordeeld, vindt daarom dat er aan de cijfers geen al grote waarde mag worden toegekend. Voortaan moeten waarschijnijke beleidseffecten wel worden aangegeven, vindt de werkgroep, die niet uitsluit dat zich afwijkingen van de ramingen voordo“die forse gevolgen voor de onderwijsbegroting hebben”.