Hansons drijfjacht op chemiereus ICI

Chemiegigant ICI wordt belaagd door Lord Hanson. Een man die bedrijven in nood 'verdooft', annexeert en vervolgens reanimeert. De jachtopziener van het Britse bedrijfsleven.

The Sun - Engelands grootste krant - noemt hem Lord Moneybags.

Zij vijanden noemen hem een asset-stripper. Zijn vrienden-analisten ide City spreken liever over een asset-masseur. Maar Lord Hanson zelf kan zich goed vinden in de beschrijving van “een modern soort jachtopziener: iemand die een verdovingsschot afvuurt op een dier in nood, dat vervolgens woest tegenspartelend en luid brullend voor geneeskrachtige behandeling wordt binnen gehaald.”

Het schot dat Hanson drie weken geleden heeft afgevuurd op Imperial Chemical Industries - een van de weinige Britse bedrijven van wereldformaat - heeft zijn verdovende effect maar kort uitgeoefend. Aanvankelijk ICI en de financiele wereld met stomheid geslagen over zoveel durf. Had die Hanson werkelijk het lef om zijn vingers uit te steken naar een bedrijf dat weliswaar in een periode van recessie sterk terugliep in winstgevendheid, maar dat alleen al door zijn omvang algemeen als 'on-overneembaar' werd beschouwd?

Inmiddels heeft Hansons deelneming van 2,5 procent in de aandelen van ICI, op het slachtoffer van zijn attenties meer het effect van peper in ale uitgang gehad.

In ICI's hoofdkantoor aan de oever van de Theems is het een komen en gaan van bankiers en overname-specialisten, die koortsachtig bezig zijn het bestaande rampenplan voor eventualiteiten van dit soort aan te passen en te versterken, teneinde Hanson buiten de deur te houden. Daarnaast overziet ICI's topman, Sir Denys Henderson, persoonlijk de al eerder begonnen reconstructieplannen voor het bedrijf. Die moeten nu niet alleen een eind maken aan de winstdaling (met meer dan een derde, 560oen pond, tot 977 miljoen pond in 1990 en opnieuw met meer dan de helft in de eerste drie maanden van 1991), maar ze moeten ook een spijkerharde garantie voor de ICI- aandeelhouders worden dat ze met de bestaande leiding van het bedrijf het beste af zijn.

Hoe de avances van Hanson plc uiteindelijk ook aflopen (en niemand dan Hanson zelf weet of hij inderdaad op overname uit is): met de relatieve gezapigheid van een bedrijf dat zich on-overneembaar noemt, is het bij ICI in elk geval voor lange tijd afgelopen.

“Weet je wat het is”, zei Hansons 'andere ik', zijn vriend en partner Lord Gordon White onlangs nog tegen de Financial Times, “ managers van bedrijven zijn soms zo verdomde arrogant. Het is een soort 'wij'-complex: wij weten 't het beste, wij willen het op onze manier doen”. En hij beschreef zijn minachting voor het soort dikzakken waartoe Sir Denys Henderson althans uiterlijk behoort: “Zoveel van die topmensen te dik, ze eten, drinken en roken te veel en als ze eenmaal in de zestig zijn, kunnen ze niet meer.” White zelf is na drie huwelijken aan zijn zoveelste spectaculaire vriendin toe. De laatste heeft van hem een fitness-fanaat gemaakt en White gaat er volgens ingewijden prat op dat hij - tegen zijn zeventigste verjaardag - nu weer “het lichaam van een 30-jarige” bezit.

Hanson plc bestaat uit en James Hanson en Gordon White, al wordt dalaatste door de naamgeving van het Hanson-imperium wel eens al te vlug over het hoofd gezien. De hechte vriendschap en de innige zakelijke binding van de twee gaat bijna veertig jaar terug. En al heeft James Hanson zijn jet-setterige imago zoveel mogelijk afgelegd door zowel zijn feestjes als zijn huwelijksleven zoveel mogelijk buiten de publiciteit te houden, de vrijgezel 'Gordy' kan zich in Amerika wat meer sociale vrijheden permitteren. Met een vermogen van respectievelijk honderd miljoen pond (Hanson) en 75 miljoen pond (White) hoeft van beiden zich enige genieting te ontzeggen.

pag. 16:

Hanson: voor de vergetelheid nog een meestercoup

Het duo James Hanson-Gordon White dateert van 1954. Dat was het jaar dat James Hanson zijn 29-jarige broer Bill, zakelijk en affectief de voorganger van 'Gordy', zag overlijden aan maagkanker. Bill was de oudere broer, oogappel van de familie en leidsvan James.

Toen de regering Attlee in 1948 het vervoersbedrijf van Hanson Sr. in Yorkshire genationaliseerd had en daarvoor een bedrag van drie miljoen pond compensatie had neergeteld, was het Bill die James onder de arm nam om in Canada hun deel in de buit produktief te maken, opnieuw in een bedrijf voor vrachvoer.

Toen Bill stierf liet hij vrijwel zijn hele vermogen (380.000 pond) na aan James. Bill's weduwe moest het doen met twintigduizend pond.

Sommige ingewijden van de familie zeggen dat James vanaf dat moment zijn hele leven bezig is geweest zijn vader te bewijzen dat hij net zo goed was als Bill. In Gordon White, Bills vriend en ook een Yorkshireman, vond hij een gelijkwaardige partner.

De twee begonnen met het in Engeland importeren van felicitatiekaarten uit de Verenigde Staten. Beiden figureerden in die tijd in de society-kolommen: White giit met Grace Kelly en Ava Gardner, James Hanson maakte Jean Simmons en Audrey Hepburn het hof. Sporen van de banaliteit van het luxe leventje dat Hanson toen leidde, zijn er, veertig jaar later, nog altijd te vinden. Afgezien van de vier huizen (twee in Engeland, twee in de Verenigde Staten), het vergulde bestek en de zakelijk te verdedigen prive-helicopter, “is er nog altijd teveel van dat gouden schakelarmband-geflits om hem heen”, meent een City-analist.

Die uitspraak slaat op de Rolls Royce persoonlijk nummerbord, de feestjes voor old pal Frank Sinatra en de voorkeur voor een speeltje als Melody Radio. Dat is een radiostation voor easy listening-muziek dat Hanson vorig jaar startte, omdat er op de bestaande stations naar zijn smaak teveel gekletst wordt. Nu klagen bezoekers van Hansons kantoor soms dat ze eindeloos getracteerd worden op de achtergrondmuziek van Melody Radio.

Herkenningsmelodie? Hansons lievelingslied: 'Tenderly'. In de jaren zestig legden Hanso White de grondslagen voor hun imperium. In 1964 kochten ze zich met de winst van de wenskaarten in in een bedrijf voor kunstmest en zakken, de Wiles Group. Hun manier van opereren kreeg daar haar primeur.

De kunstmest-sectie werd (met winst) doorverkocht, de zakken-fabricage werd behouden en een bedrijf in afvalverwerkende machinerieen werd aan de Wiles Group toegevoegd.“Ik ben niet genteresseerd in het van de grond af aan opbouwen van bedrijven'zou Hanson later zeggen.

Bijna tien jaar na dat eerste begin besloot het duo Hanson-White (“bijna een tweeling”, zeiden ze zelf, toen ze weer eens met dezelfde stropdas om kwamen opdraven), dat het grote geld op dat moment niet in Engeland, maar in Amerika lag. Met drieduizend pond op zak reisde White af naar de VS en legde daar de basis voor wat vandaag heet: Hansons Industries.

Dat omvat een pakket bedrijven met wijd uiteenlopende belangen: van hot dogs tot gezondheidsschoeisMet de basis van het Hanson-conglomeraat in Groot-Brittannie hebben de bedrijven gemeen dat ze geen van alle technologisch hoogwaardig zijn.

Wat Hanson zo succesvol heeft gemaakt is zijn vermogen om kosten te drukken en winsten op te krikken uit het soort bedrijven, dat vooral Gordon White voor hem wist uit te zoeken. Doelwit waren altijd uitgebluste, gevestigde bedrijven met een sterke marktpositie en de mogelijkheid om - contant - geld te genereren.

Het voorbeeld dat in dit verbantijd met bewondering wordt genoemd, is Hansons overname van de noodlijdende batterij-fabriek Berec (van de Ever Ready-batterijen). Daar vlogen 475 van de 550 personeelsleden op het hoofdkantoor en bij marketing en verkoop de deur uit, de negen lagen management werden teruggebracht tot drie en het personeelsbestand in de Engelse fabrieken werd teruggebracht met zestig procent.

Nu is Ever Ready in Groot-Brittannie de belangrijksteer van batterijen en, als sponsor, de naamgever aan de traditionele Derby. De machtspositie van het bedrijf kan daarbij vooral afgelezen worden van het feit dat Hanson er waarschijnlijk in zal slagen de dag waarop de Derby traditioneel wordt gehouden, te verplaatsen naar zaterdag. Dat, heeft hij uitgerekend, levert de rennen meer inkomsten op.

Er zijn analisten die speculeren dat Hanson - ook al kan hij zeven miljard pond van de koopprijs van ICI (circa twaalf miljard) contant op tafel leggen - zich aen bod op ICI zal vertillen. Maar anderen zeggen dat Hanson niet het lot zal ondergaan van tycoons als de Australier Alan Bond of de Turks-Cyrpiotische Asil Nadir die van de het-kan-niet-op-mentaliteit van de jaren tachtig hebben geprofiteerd. Hanson, zegt deze factie onder de analisten, heeft zich nooit rijk gerekend op papier, maar is bij zijn aankopen altijd uitgegaan van het slechtst mogelijke scenario.

Dat heeft betekend dat aankopen die achteraf buitenkansjes bleken (51 procent vAvis, de Amerikaanse autoverhuurmaatschappij, was volgens White in 1974 voor Hanson te koop voor zeventien miljoen dollar) aan zijn neus voorbij zijn gegaan.

De andere kant van die voorzichtigheid is dat Hansons aandeelhouders zesentwintig achtereenvolgende jaren van steeds hoger dividend achter zich hebben. De denkbeeldige investeerder die in 1964 honderd pond in Hanson-aandelen stak, kon zich in 1986 eigenaar noemen van aandelen met een waarde van zeventigdui pond. Op een dergelijk record kunnen niet veel meer fondsen prat gaan.

Hanson en White hebben hun verheffing tot edelman-voor-het-leven beiden te danken aan die voorvechtster van de vrije markt, ex-premier Margaret Thatcher. Zoals Hanson in de loop der jaren vanwege het lot van broer Bill kapitalen heeft overgemaakt aan de kankerbestrijding, zo heeft hij de kas van de Conservatieve Partij in tien jaar gespekt met 600.000 pond. Hij liet er geen geheimzinnigheid over bestaan waarom hit deed: Thatcher was goed voor het land, schreef hij eens in een begeleidende brief. Nu de grote belangenbehartigster voor het bedrijfsleven van haar troon is gestoten, spant Hanson zich in voor de Thatcher Foundation, een waardig monument waarvoor naar verluidt een beginkapitaal van tien miljoen pond wordt gezocht.

Hanson gaat graag prat op zijn goede contacten. 'Men' wist van zijn aanzitten aan het diner op Chequers, het buitenverblijf van de Britse eerste minister. 'Men' wist ook van zijn nooit na aangeduide betrekkingen met Buckingham Palace, die vooral worden gesuggereerd door het feit dat Hanson de vroegere persvoorlichter van de koningin tot hoofd van zijn PR-bureau heeft gemaakt. De helicoptervlieglessen aan Sarah Ferguson, Duchess of York, de bruid van Prins Andrew, waren een wel-gepubliceerde 'gift' van het bedrijf. Gezien de reputatie van de dame, die sinds haar huwelijk ongeveer elke voet verkeerd zet, is dat achteraf mogelijk een uitglijder van Hanson geweest.Mocht de bijna zeventig-jarige Hanson met een overnamebod op ICI komen, dan heeft hij zijn politieke vrienden in de Conservatieve Partij hard nodig. Gezien de schaal van de operatie is een verwijzing door de regering naar de Monopolies and Mergers Commissie niet denkbeeldig, ook al overlappen de activiteiten van ICI en Hansons conglomeraat elkaar nauwelijks. Indien Hanson meent Major in zijn zak te hebben, zal hem er alles aan gelegen zijn de creatie van, pakweg, Imperial Hanson Industries nog voor komende verkiezingen (uiterlijk juni 1992) haar beslag te laten krijgen. Sir Denys Henderson moet zenuwachtig afwachten wat het roofdier Hanson - “een kannibaal, maar wel met goede manieren” - in de beslotenheid van zijn kantoor met Gordon White bedenkt. Hanson en Henderson hebben na de deelnemings-operatie van Hanson in ICI een gesprek gehad, dat althans de ICI-topman niet veel verder heeft gebracht. Hanson houdt zich vermoedelijk gewoon als altijd bij zijn lij, voor hij besluit hoe Gordy en hij de overgang naar de vergetelheid van de oude dag met nog een meestercoup zullen markeren. Dat lijstje ziet er al veertig jaar hetzelfde uit: 1) het belang van de aandeelhouders. 2) het belang van de klanten. 3) het belang van de werknemers. Ofwel: het gaat in zaken om opbrengst per aandeel en niet om sociale verant(woordelijkheid. Rijkdom creeert werkgelegenheid.

Margaret Thatcher, diep betreurd, had het niet beter kunnen zeggen.