'Halleluja, amen, apartheid is voorbij'

ROTTERDAM, 18 JUNI. Het besluit van het Zuidafrikaanse parlement, gisteren, om de wet op de bevolkingsregistratie af te schaffen komt voor Jac Rabie, lid van kleurlingenparlement, als een waar godsgeschenk.

“Ik kan alleen maar zeggen: Halleluja, amen, het is voorbij”, zei hij vorige week tijdens de behandeling van het voorstel tot intrekking van de wet, de moeder van alle apartheidswetten die de Zuidafrikaanse bevolking indeelt in blanken, kleurlingen, indiers en zwarten.

Rabie is zijn leven lang achtervolgd door de wet op de bevolkingsregistratie. In een emotionele rede beschreef hij hoe zijn grootmoeder en oom met behulp van de potloodtest als zwarten werden ingedeeld: De ambtenaar stak een potlood in hun haar en omdat het potlood er niet uitviel waren ze zwart.

Rabies moeder werd op basis van de wet eerst ingedeeld als 'blanke', later als 'kleurlinge'. Rabie zelf was eerst 'indier', vervolgens 'kleurling'. Een van zijn broers was officieel 'zwart', de ander officieel ('k'. Twee van zijn ooms zijn 'blank'.

“Afschaffing van de wet betekent dat mijn blanke ooms en ik nu hetzelfde zijn”, zo zei Rabie. “Ik ben gedoopt als kleurling, maar als het parlement de wet schrapt zegt het tegen mij: ik doop u als mens.”

De familie van Jac Rabie moet de afgelopen veertig jaar hopeloos verdeeld zijn geweest, verdeeld op basis van huidskleur, verdeeld op basis van alle plichten en privileges die aan die huidskleur kleven.

Om bij de drie broers te blijven: de 'blanke' broer van Jac Rabie genoot aprivileges waar blanke Zuidafrikanen recht op hebben. Hij was vrij om te gaan en te staan waar hij wou, werd waarschijnlijk aan de juiste baantjes geholpen, verdiende meer dan zijn zwarte collega's en kon kiezen en gekozen worden in parlement en regering.

Voor Jac zelf, eerst 'indier' en later 'kleurling', was de bewegingsvrijheid aanmerkelijk kleiner, al kreeg hij halverwege de jaren tachtig wel het recht om aan parlementsverkiezingen mee te doen - overigens wer een eigen 'kleurlingenkamer'.

Rabies 'zwarte' broer kwam er bekaaid af, zoals alle zwarten in Zuid-Afrika. Hij mocht officieel niet in de grote steden wonen, mocht officieel alleen in de stad komen om voor blanken te werken, liep grote kans om naar een zwart thuisland te worden gedeporteerd, had decennialang niet of nauwelijks recht op eigen bezit, op een eigen bedrijf of op eigen grond, had minder kans op scholing en medische voorziening echt niet kiezen en gekozen worden.

Pag. 4:

Laatste steunpilaar van de apartheid wordt neergehaald

Voor Jac Rabie heeft de afschaffing van de wet op de bevolkingsregiie geen onmiddellijke gevolgen. Want alleen de nieuwgeborenen zullen niet langer naar ras en huidskleur worden ingedeeld. De bestaande rassen-classificatie blijft onverkort gehandhaafd totdat er een nieuwe non-raciale grondwet is aangenomen. Een grondwet die ook zwarte Zuidafrikanen het recht geeft om te kiezen en gekozen te worden.

De wet op de bevolkingsregistratie is de laatste steunpilaar van apartheid die omver wordt gehaald. De belangrijkste steunpilaar, want als de bevolkings niet langer naar ras wordt ingedeeld hebben de overige apartheidswetten die aan bepaalde rassen bepaalde plichten en privileges toekennen, geen enkele zin meer. De bordjes 'slegs blankes' bijvoorbeeld die je zo nu en dan nog aantreft in uiterst conservatieve dorpjes op het platteland verliezen hun bestaansrechts zonder de indeling in blanken, indiers, kleurlingen en zwarten.

Met de wet op de bevolkingsregistratie valt de laatste dominosteen in het lange rijtje van apartheidswetten. Eerder al sneuvelden de landwet die 87 procent van de grond reserveert voor de blanke minderheid, de groepsgebiedenwet die de niet-blanken onderbrengt in eigen veelal verpauperde woongebieden, de wet op de gescheiden voorzieningen die openbare gelegenheden zoals parken, toiletten en zwembaden naar ras indeelde ('slegs vir blanke')e wet die huwelijk en seks tussen de verschillende rassen verbiedt.

“Nu behoort apartheid tot het verleden”, verklaarde president De Klerk gisteren opgetogen nadat het Zuidafrikaanse parlement met overgrote meerderheid van stemmen akkoord was gegaan met intrekking van de wet op de bevolkingsregistratie.

Volgens het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) is apartheid echter pas dood indien de huidige grondwet, die de zwarte meerderheid kiesrecht onthoudt, vervangen is door een non-raciale constitutie. Het ANC drian ook aan op handhaving van de internationale sancties tegen de blanke minderheidsregering in Zuid-Afrika.

De Klerk wordt in het buitenland afgeschilderd als de grote hervormer, als de Sterke Man die apartheid ontmantelt.

Een verhelderende kijk op de ontwikkelingen geeft John Kane-Berman, directeur van het gezaghebbende en onafhankelijke Institute of Race Relations in Johannesburg. Volgens hem zijn het niet zo zeer de politici die het einde van apartheid hebben gebracht, alsde grote massa's van de zwarte bevolking, goed voor bijna 30 miljoen van de totaal 37 miljoen inwoners van Zuid-Afrika.

Kane-Berman spreekt in dit verband van Zuid-Afrika's 'Stille Revolutie'. Hij illustreert de omwenteling met een aantal opmerkelijke cijfers. Hij schetst de geleidelijke maar gestage emancipatie van de zwarten tegen alle verdrukking in. Een emancipatie die onherroepelijk moest leiden tot de ontmanteling van apartheid, een em dat oorspronkelijk bedoeld was om strikt gescheiden samenlevingen te creeeren voor de verschillende rassen, maar dat in praktijk veelal neerkwam op een door de wet gesanctioneerde uitbuiting van zwart door blank.

Enkele cijfers van Kane-Berman. Ondanks de groepsgebiedenwet, die tot vort kort voorschreef dat alleen blanken in de grote steden als Johannesburg, Kaapstad en Durban mogen wonen, maken de zwarte Zuidafrikanen nu al 50 procent van de stedelijke bevolking uit en zal dit percentage tegen de eeuwwisseling zpgelopen tot ruim 75.

Bestond de universiteitsbevolking in 1967 voor slechts zeven procent uit zwarten, nu is dat meer dan 40 procent. Bestond het middednkader in 1965 voor 20 procent uit zwarten, nu is dat meer dan 40 procent. Beschikte de zwarte meerderheid in 1970 over slechts 32 procent van het totale inkomen van Zuid-Afrika, in 1985 was dit gegroeid tot 45 procent en in het jaar 2000 zal het naar verwachting zijn opgelopen tot 57 procent. Was zwart huindom tot 1978 wettelijk verboden, in 1983 waren de zwarten goed voor 13 procent van de nieuw te bouwen woningen, in 1985 voor 33 procent en in 1987 voor 57 procent.

Deze cijfers zijn niet bedoeld om aan te tonen dat de zwarten het inmiddels zo goed hebben gekregen in Zuid-Afrika. Want dat is niet zo. Nog steeds bestaan er grote ongelijkheden tussen blank en zwart. Nog steeds heeft de blanke minderheid verreweg het overgrote deel van de grond in eigendom. Nog steeds bestaan de raden van bestuur van de grote bedrijven uit alleen maar blanken. Nog steeds besteedt de overheid vier keer zoveel geld aan onderwijs voor een blanke dan voor een zwarte.

De cijfers zijn slechts bedoeld om de kracht van de stille revolutie aan te geven, een revolutie die de belangrijkste kracht vormde achter de beeindiging van apartheid. Kane-Berman vergelijkt de afschaffing van apartheid met het schillen van een ui. Apartheid is de ui. De 'kleine apartheid', zoals het vroegere verbod voor zwarten om sterke drank te drinken, vormt dtenste schil van en de wet op de bevolkingsregistratie vormt de kern van de ui die alle schillen bijeen houdt.

Elke keer als je er een schil afhaalt, stel je de schil die er direct onder komt bloot aan erosie, aldus de redenering van Kane-Berman. De intrekking van de gehate pasjeswetten bijvoorbeeld, die werd afgekondigd na massale protesten en moedwillige overtredingen, leidt onherroepelijk tot erosie van de groepsgebiedenwet. Want omdat er geen pasjeswetter zijn zullen zwarten er minder moeite mee hebben om de overvolle zwarte 'townships' in te ruilen voor de blanke woonwijken. En afschaffing van de groepsgebiedenwet bijvoorbeeld leidt volgens Kane-Berman tot aantasting van de rassenscheiding op scholen.

Vraag is nu hoe snel de afschaffing van de apartheidswetten ook daadwerkelijk leidt tot minder discriminatie en meer gelijke kansen voor zwarten. Wettelijke gelijke behandeling betekent niet perse meer gelijkheid. Want de enorme astand die zwarten hebben opgelopen door jarenlange gesanctioneerde discriminatie kan niet alleeen door afschaffing van bestaande wettelijke hindernissen worden overwonnen. Neem de afschaffing van de landwet. In het kader van deze wet zijn in de loop van de decennia naar schatting 3,5 miljoen zwarten van hun land gehaald om veelal plaats te maken voor blanke boeren. Met alleen de afschaffing van de landwet krijgen de zwarten hun land niet terug. En geld om de grond terug te kopen hebben ze in de epoc apartheid niet kunnen sparen.