Dreyfus: ruil schadeclaim tegen VS voor handelsakkoord; Nicaragua buit voordeel uit

DEN HAAG, 18 JUNI. De Nicaraguaanse minister van buitenlandse zaken, Enrique Dreyfus, bezocht vorige week Den Haag. Hij waar aanwezig bij de hoorzitting van het Internationale Gerechtshof over de baai van Fonseca, een inham waar El Salvador, Honduras en Nicaragua sinds mensenheugenis hun grensgeschillen uitvechten.

Vijf jaar geleden, in 1986, boekte het sandinistische Nicaragua bij hetzelfde Hof een grote overwinning toen de Verenigde Staten veroordeeld werden tot het vergoeden van de schade die door hun steun aan de contras was veroorzaakt. De regeringgan ontkende de jurisdictie van het Hof in deze zaak; de sandinisten koesterden de morele overwinning maar kwamen nooit met een concrete schadeclaim. Wel circuleerde in Managua enige tijd het onrealistische bedrag van 12,2 miljard dollar.

De regering-Bush beseft nu dat het negeren van het Haagse vonnis contrasteert met haar retoriek van een Nieuwe Wereldorde, gebaseerd ot internationale recht. Volgens minister Dreyfus is daarom de tijd rijp om door onderhandelingen de sandinistische schadeclaim in te ruilen voor betere handelsvoorwaarden met de Verenigde Staten, bij voorkeur voor de status van meest begunstigde handelsnatie.

Enrique Dreyfus (60), afkomstig uit de zakenwereld van Managua, denkt dat Nicaragua na tien jaar burgeroorlog vooral behoefte heeft aan economisch herstel. Medewerkers van de Nicaraguaanse ambassade geven hun minister een overzicht van artikelen over Nicaragua in de Nederlandse pers. Ze discussieren enige tijd over de krantekop 'Nicaragua is weer gewoon een arm land'. “Dat is zo”, zegt Dreyfus ten slotte bedaard. “Maar we zijn niet gewoon arm, we zijn het armste land van Latijns Amerika na Hati. De werkloosheid is hoger dan vijftig procent, het gemiddeld inkomen is minder dan 300 dollar per jaar en we hebben de hoogste staatsschuld per hoofd van de bevolking ter wereld: 11,3 miljard dollar op een bevolking van 3,7 miljoen mensen. We're in a hell of a mess.”

Het vonnis van het Internationale Gerechtshof lijkt met het aantreden van de regering-Chamorro alleen nog van historisch belang. De sandinisten namen evenwel tussen hun verkiezingsnederlaag van 25 februari 1990 en de instelling van het nieuwe parlement een wet aan die toekomstige regeringen de 'nationale plicht' oplegde schadevergoeding van de Verenigde Staten te blijven eisen. Die wet werd twee weken geleden door het parlement weer ingetrokken. Maar volgens Dreyfus betek dat allerminst dat Nicaragua nu ook van de schadeclaim afziet: “In onderhandelingen zijn Nicaragua en de Verenigde Staten zoiets als David en Goliath. Wij moeten daarom zuinig zijn op onze voordelen, en ze zeker niet zonder slag of stoot overboord gooien in dit stadium van het spel.” Dreyfus ontkent dat de Verenigde Staten van hun kant de ontwikkelingshulp van 540 miljoen dollar, die ze icaragua in het laatste jaar hebben toegezegd, gebruiken als drukmiddel in de onderhandelingen over de schadeclaim bij het Internationale Gerechtshof.

Niet bekend

Dat schijnt niemand op te vallen. Omstreeks 22.000 contras hebben vrijwillig de wapens opgegeven op het woord van een vrouw - een president weliswaar, maar nog steeds een vrouw.

Het leger is binnen een jaar terug(ebracht van 93.000 tot 28.000 man en heeft twee derden van zijn budget ingeleverd. We hebben een parlement waar gematigde sandinisten en UNO-leden vaak samenwerken tegen de extremisten van beide vleugels. We hebben een overleg-economie, waarin werkgevers, bonden en regering om het half jaar om de tafel gaan zitten. Iedereen heeft het recht te klagen, te staken en zijn mening te geven.

Ontevreden contras zouden alleen niet met wapens moeten zwaaien, maar met agenda's voor een dialoog.P)Nederland kan volgens Dreyfus ook bijdragen aan de pacificatie van Nicaragua. Hij hoopt dat Nederland geld beschikbaar stelt voor een fonds om wapens terug te kopen van de burgers. Volgens de minister zijn er in Nicaragua nog 45.000 handwapens in omloop.

“M 16's en kalasjnikovs; gewone jachtgeweren reken ik niet eens mee.”