'Commissarissen Nedlloyd hoeven niet op te stappen'

ROTTERDAM, 18 JUNI. Dat de jaarvergadering van Nedlloyd geen goedkeuring heeft gegeven aan de jaarrekening betekent niet dat de raad van commissarissen moet aftreden. Dit is ding van prof. mr. W.C.L. van der Grinten, emeritus hoogleraar burgerlijk recht aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen.

“Voor zover het afkeuren van de jaarekening als een motie van wantrouwen zou moeten worden opgevat, kan Nedlloyd die naast zich neerleggen. Het is natuurlijk wel een typische toestand dat Nedlloyd zonder goedgekeurde jaarrekening zit. Maar in de jaarrekening over dit jaar kun je de vergelijkende cijfers van het vorige jaar opnemen. Omdat de raad van commissarissen van Nedlloyd de jaarrekerning 1990 heeft ondertekend, kan die gewoon bij het handelsregister worden gedeponeerd”, meent Van der Grinten.

Van der Grinten reageert hiermee op uitlatingen van zijn collega prof. mr. W.J. Slagter, emeritus hoogleraar burgerlijk- en handelsrecht aan de Rotterdamse Erasmusuniversiteit en onder meer adviseur van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). Die zei vorige week in een interview met het ANP dat alle commissarissen van het Rotterdamse trans(Jtconcern hun positie moeten aanbieden.

Volgens Slagter is er geen vertrouwen meer in het bestuur van Nedlloyd. Omdat het onder meer de taak is van de raad van commissarissen daartegen maatregelen te treffen (door bijvoorbeeld topman H. Rootliep naar huis te sturen, red.) en dat nog steeds niet is gedaan, zouden de commissarissen moeten opstappen, aldus Slagter.

Van der Grinten heeft zich vooral verbaasd over de opmerkingen van zijn collega, omdat tijdens de laatstndeelhoudersvergadering van Nedlloyd de positie van de raad van commissarissen noch die van de raad van bestuur aan de orde is geweest. De jaarrekening is ook niet afgekeurd om redenen van onvrede met het gevoerde beleid, maar omdat Nedlloyd niet wil toegeven aan de eisen van de Noor Torstein Hagen. Die vertegenwoordigt onder andere via de Luxemburgse beleggingsmaatschappij Marine Investments een belang van 23 procent in Nedlloyd, vindt dat het bedrijn strategie niet goed uitvoert en wil daarom drie plaatsen in de raad van commissarissen waarvan een voor hemzelf.

De kritiek van Slagter op de gang van zaken bij Nedlloyd richt zich onder meer op de investeringen en acquisities van Nedlloyd. Die zouden steeds op het verkeerde moment zijn gedaan. Bovendien heeft Nedlloyd in 1988 eenmalig een bedrag van bijna 1 miljard gulden afgeschreven, terwijl het bedrijf de afgelopen jaren onbevredigende resultaten zou hebben behaald.

Daarbij komt volgens Slagter dat Nedlloyd Hagen “lomp” heeft behandeld. “Nedlloyd heeft steeds weer gezegd: we willen niet met u praten. Terwijl Hagen toch duidelijk blijk heeft gegeven van kennis van zaken”, zei Slagter in het interview.

De wet voorziet in de mogelijkheid dat de Ondernemingskamer op verzoek van de aandeelhouders een of meer commissarissen tussentijds ontslaat. Bijvoorbeeld als er sprake is van verwaarlozing van taken. Slagter denkt dat de Ondernemingskame aandeelhouders van Nedlloyd in zo'n procedure gelijk zal geven. Van der Grinten deelt die mening niet. “Dat bedrijven, zoals Nedlloyd, verlies lijden en op verkeerde momenten investeren gebeurt herhaaldelijk. Je kunt je in de praktijk op investeringen verkijken. En of Hagen nu wel of niet in de raad van commissarissen moet worden opgenomen heeft te maken met een verschil van inzicht”, zegt Van der Grinten.

Zoals de Ondernemingskamer bij een enquete over eend wanbeleid ook doet, zal zij bij toetsing van de vraag of een commissaris, respectievelijk de hele raad van commissarissen, moet worden ontslagen slechts zeer zwaarwegende gronden in haar beslissing laten meewegen. Van der Grinten geeft aandeelhouders in zo'n procedure dan ook niet veel kans.

“Bovendien”, zegt Van der Grinten, “als er objectief gronden zijn om geen vertrouwen meer te hebben in de raad van commissarissen, kunnen de aandeelhouders bij herbenoeming bezwaar ma(JH”. Commissarissen worden voor een periode van maximaal vier jaar benoemd. Daarna moeten ze voor herbenoeming worden voorgedragen. Wordt daartegen door de ondernemingsraad of de aandeelhouders bezwaar gemaakt, dan kan niet tot benoeming worden overgegaan voordat de Ondernemingskamer daaraan haar fiat heeft gegeven. Van der Grinten: “Voor zover het afkeuren van de jaarrekening als een motie van wantrouwen zou moeten worden opgevat, kan de raad van commissarissen die zonder juridische consequenties naast zich neerleggen. Het nt van herbenoeming is de gelegenheid om het vertrouwen op te zeggen”.

Jhr. mr. F.O.J. Sickinghe stapte kort voor de jaarvergadering van Nedlloyd wel op als commissaris, volgens zijn eigen verklaring omdat hij het niet eens was met het gevoerde benoemingsbeleid van de raad van commissarissen. Van der Grinten zegt daarover dat dit natuurlijk niet hoeft te betekenen dat de hele raad van commissarissen moet opstappen.

“Ik neem aan dat Sickingh vertrokken vanwege een verschil van inzicht met de andere commissarissen, maar dat die overige commissarissen even goed na zorgvuldige overwegingen tot de conclusie kunnen zijn gekomen dat Hagen niet in de raad van commissarissen past.”

De zaak bij Nedlloyd lijkt behoorlijk vast te zitten. Er zijn twee vacatures in de raad van commissarissen. Het bedrijf heeft laten weten geen vertrouwen in Hagen te hebben, maar de aandeelhouderscommissie - met daarin sinds de laatste aandeelhoudersvergadering ertegenwoordigers van zowel Hagen als de VEB - zal de Noor naar voren willen schuiven. Zo'n voorstel kan de raad van commissarissen weliswaar naast zich neerleggen, maar dan moet hij met eigen kandidaten komen.

Daartegen kan de aandeelhouderscommissie weer bezwaar maken, waarna de raad van commissarissen eerst het bovengenoemde fiat van de Ondernemingskamer moet hebben om haar kandidaat te benoemen. Het is de vraag of de raad van commissarissen kandidaten kan vinden dereid zijn zich zo'n procedure te laten aanleunen.

Daarbij komt dat vooral buitenlandse beleggers zich steeds meer verbazen over het feit dat aandeelhouders in een Nederlandse structuurvennootschap zo weinig directe invloed kunnen uitoefenen. Vervreemding van de verschaffers van het eigen vermogen is ook niet iets dat het verlieslijdende Nedlloyd kan gebruiken. Er moet dus wat gebeuren. Maar wat?

Van der Grinten zegt dat hij daarover geen uitspraken kan doen. “Daarvtast je te veel in het duister. Je kent de argumenten niet.”