Basisvorming (1)

Wat is het toch dat de politiek in betrekkelijke rust en zonder veel hoorbaar gemor van de onderwijsgevenden in staat stelt om een wangedrocht in elkaar te knutselen dat 'de basisvorming' wordt genoemd? Als dit onderwerp ter sprake komt tijdens gesprekken met ouders dan constateer ik alleen maar berusting. Enollega die er met althans een zweempje enthousiasme over kan praten moet ik nog ontdekken.

Neem nu eens een gewone leraar aardrijkskunde of geschiedenis die een volledige betrekking heeft van 28 uur per week. Om aan zijn aantal uren te komen zal hij 12 klassen van elk 30 leerlingen onder zijn hoede moeten nemen. Twaalf maal dertig is driehonderd zestig leerlingen (de omvang van een behoorlijke basisschool) ziet hij wekelijks aan zich voorbijtrekken. Nu al wordt er van alles wacht aan begeleiding en individuele aandacht. Met de invoering van de basisvorming wordt de leraar geacht te differentieren in klasseverband, op kerndoelen af te stevenen en, in een later stadium, schoolkritische momenten te passeren.

Er worden nieuwe vakken ingevoerd zoals bijvoorbeeld keuzebegeleiding. En dat voor leerlingen die nauwelijks het stadium ontgroeid zijn van: “Ik wil brand(JHman worden”.

Welk een verspilling van geld en eneregie. Er zijn eenvoudigere en effectievere maatregelen te bedenken. Morrel niet te veel aan het bestaande systeem maar geef een leraar kleinere klassen en een minder volbezette baan. Dergelijke beslissingen worden wel gedragen door onderwijsgevenden en komen de leerlingen ten goede.