Akkoord deelnemers energieplan-Lubbers

LUXEMBURG, 18 JUNI. De ministers van buitenlandse zaken van de Europese Gemeenschap hebben gisteren eindelijk overeenstemming bereikt over het aantal landen dat zal worden uitgenodigd om deel te nemen aan het energiehandvest, het op initiatief van premier Lubbers tot stand gekomen plan om de Sovjet-Unie in staat te stellen enorme energievoorraden tot exploitatie te brengen.

Frankrijk keerde zich er tot dusver tegen dat ook niet-Europese landen als de VS en Japan daaraan zouden meedoen, landen die volgens Lubbers onmisbaar zijn om de nodige know how en het kapitaal te verschaffen.

De overweging van Lubbers, die zijn plan vorig jaar lanceerde op de Europese top in Dublin, was dat de Sovjet-Unie potentieel zo'n grote voorraad aan aardgas en olie heeft, dat het eenvoudig gemakkelijk zmoeten zijn om aam harde deviezen te komen. Het probleem was vooral om voldoende belangstelling te krijgen voor energie-investeringen in de Sovjet-Unie.

Besloten is nu, op voorstel van Italie, dat alle 24 landen die lid zijn van de OESO, de organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling, zullen deelnemen aan het energiehandvest, waarvoor op 15 juli in Brussel een eerste voorbereidende vergadering wordt gehouden. Eind dit jaar zal het handvest officieel in Den Haag ten doop worden gehouden, in aanwezigheid van president Gorbatsjov.

Bovendien zullen organisaties als de Wereldbank, de Europese Investeringsbank, het internationaal atoomagentschap in Wenen en het Internationaal energieagentschap in Parijs als waarnemers toetreden, evenals de EBRD, de Europese bank voor wederopbouw en ontwikkeling. Het secretariaat van de in Londen gevestigde bank zal worden toegevoegd aan het secretariaat van het energiehandvest. Daarmee lijkt het Europese karakter van hnergiehandvest een extra Franse verankering te krijgen: de president van die bank is immers Jacques Attali, de intimus en beschermeling van de Franse president. Mitterrand had al laten weten dat Frankrijk zich niet “dogmatisch” zou opstellen bij de vraag wie er aan het energiehandvest zou kunnen deelnemen.