Warschaupact wilde Blitzkrieg met snelle inzet kernwapens

Op de eerste dag van de Derde Wereldoorlog walst de ene golf tanks en pantservoertuigen na de andere dwars over West-Duitsland. Na door de Westerse frontlinies te zijn gebroken, zwalken ze voort naar de Atlantische Oceaan - chemische en zelfs nucleaire wapens gebruikend om verzetshaarden van de Noordatlantische Verdragsorganisatie uit te schakelen. De eerste golf bestaat uit wat Westerse deskundigen noemen 'wegwerpstrijdkrachten': een mengeling van Sovjet-militairen en Oosteuropeanen, wier gelederen constant worden aangevuld door een stroom van verse divisies uit het Oosten. De Sovjets zorgen dat al hun bondgenoten van meet af aan in de strijd worden betrokken, maar met zorgvuldig beperkte taken. De Polen doen bij voorbeeld mee aan een stormaanval van Sovjets en Oost-Duitsers, ongeer 170.000 man sterk, die doorstoot over de Noordduitse laagvlakte; in vier dagen bereiken ze Kieler Bocht in het noordwesten. De Oostduitsers blijven daar staan, en laten de Polen de rest van Noord-Duitsland en Denemarken veroveren. Parallelle aanvallen gaan in de richting van Nederland, Belgie en Noord-Frankrijk.

Jarenlang hebben NAVO-functionarissen erop gehamerd dat het Warschaupact zich op e dergelijke Blitzkrieg voorbereidde. In het Westen schilderden denktanks en inlichtingendiensten het scenario in stapels rapporten en de vrees voor zo'n aanval vergrootte de steun voor de massale militaire aanwezigheid van de Verenigde Staten in Europa. Het bewijs moest echter wachten tot de eenwording van Duitsland - en pas toen werd enigszins duidelijk hoe angstvallig de Sovjet-Unie geheimen bewaarde, ook voor haar eigen bondgenoten, hoeveel het Oosten over het Westen wist en hoe vastbesloten het Warschaupact was om zijn doel te bereikEP)Westerse militairen deden binnen enkele uren na de formele eenwording, vorig jaar op 3 oktober, een inval bij Oostduitse militaire instanties en troffen daar het materiaal aan waaruit de opzet van de invasieplannen bleek. Ongeveer 25.000 documenten - zeven vrachtwagens vol - werden verzameld en naar Bonn overgebracht. Er waren kaarten van mogelijke invalsroutes en rapporten van Oostduitse officieren over instructie-sessies en oefeningen met hun collega's van het Rodger. “We wisten wat we zochten en we zijn het onmiddellijk gaan halen”, aldus een Duitse defensie-deskundige die bij de beslaglegging betrokken was. De interpretatie van de vondst is overigens geen sinecure. Volgens Duitse militaire onderzoekers is het materiaal verbrokkeld en is nog maar een klein deel ervan nauwkeurig bestudeerd. Ook is er, tot teleurstelling van veel Westerse functionarissen, geen overkoepelend plan aangetroffen waarin staat hoe de Sovjet-Unie een oorlog in Europa dacht te voeren. De vraag rijst zelfs of de Oostduitsers wel toegang hadden tot de Russische topgeheimen. De Sovjet-Unie wilde de kennis bij haar bondgenoten, ook hun kennis over elkaar, beperkt houden. Wat er is gevonden is echter wel voldoende om een globale strategie te reconstrueren en te bewijzen wat menigeen al lange tijd vermoedde - namelijk dat de Warschaupact-landen erop waren voorbereid het Westen met een barrage van troepen en wapentuig aan te vallen. “Deze dorre documenten tonen aan dat de opzet niet verdediging was maar aanval, gericht op de verovering van Westers grondgebied”, aldus een Duitse militaire onderzoeker. En zelfs Sovjet-generaals hebben toegegeven dat hun vroegere militaire doctrine, hoewel die altijd “strikt defensief” werd genoemd, de mogelijkheid van aanvalsoperaties nooit heeft uitgesloten. De NAVO heeft van haar kant nooit het militaire vermogen of de politieke wil gehad om zelf een stormaanval te overwegen; ze had geen vergelijkbare plan klaar om grote stukken grondgebied van Warschaupact-landen te veroveren of door te stoten naar Moskou. De strategische grondgedachte van de NAVO was altijd de vooruitgeschoven verdediging - het zo lang mogelijk gesloten houden van de voorste linie aan de Oost-Westgrens. Het meest offensieve plan in de strategie behelsde aanvallen met vliegtuigen en raketten op de reserves van het Warschaupact om te voorkomen dat die het hoofdstrijdtoneel zouden bereiken. Anderlannen voorzagen in tegenaanvallen op iedere krijgsmacht die doordrong op Westers grondgebied, terwijl de Verenigde Staten overwogen troepen achter de linies te droppen om daar het tweede echelon te bevechten. Volgens onderzoekers die de Oostduitse vondst bestuderen, wilde het Warschaupact al op de tweede dag van een conflict kernwapens gebruiken, en heeft het tot 1989 geduurd voor het pact de moeite nam om eens duidelijk defensieve operaties te oefenen. Uit originele kaarten die nu in handen van het ministerie van defensie in Bonn zijn, blijkt dat de Sovjets de diverse Oostblok-legers stukken Westeuropees grondgebied hadden toegewezen die in het Westen tot aan de Atlantische kust reikten en in het zuiden tot aan Parijs. Aan te nemen valt dat de Sovjets overige gebiedsdelen voor zichzelf hadden gereserveerd. Uit de documenten blijkt verder dat het ongeveer dertig minuten duurde voordat een algemeen alarm op het Oostduitse ministervan defensie was doorgegeven aan alle grote militaire eenheden in het land. Het gevechtsklaar maken van alle zes Oostduitse gronddivisies duurde een dag. Dit soort informatie strookt met de herinneringen van vroegere Oostduitse officieren, van wie sommigen nu bij de Bundeswehr zijn ingelijfd. Oost-Duitsland, met zijn 178.000 man sterke strijdkrachten, was ooit Moskous trouwste bondgenoot in Oost-Europa. Maar na de hereniging wer(Jen 50.000 Oostduitsers opgenomen in de vergrote Bundeswehr. Volgens onderzoekers ging de DDR ervan uit dat haar leger in een tempo van vijftig kilometer per dag over West-Europa heen zou walsen. En er bestaat geen twijfel aan dat Oost-Duitslands voornaamste taak bestond in het bestuur van het veroverde Westduitse grondgebied. De Oostduitse krijgsmacht had bergen Besatzungsgeld ('bezettingsgeld') klaarliggen voor gebruik in West-Duitsland, en had zelfs al Oostduitse spoorwegbeambten aangewezen om de leiding van met name genoemde Westduitse stations op zich nemen. “Mijn grootvader wist precies waar hij na een oorlog zou worden aangesteld: in Hamm”, zo zegt een functionaris van het Duitse ministerie van defensie. Deze onthullingen wekken in Duitsland niet de beroering die menigeen wellicht had verwacht. Bij de overheid, die de betrekkingen tussen de twee helften van het pas herenigde land zoveel mogelijk wil kalmeren, gaat men niet uitvoerig op zulke kwesties in. En veel Duitse burgers, die al die jarwisten dat ze in de frontlinie van de Koude Oorlog woonden, halen als ze de abstracte oorlogsplannen vernemen alleen maar hun schouders op. “Wat er (in Oost-Duitsland) is achtergelaten is een erfenis”, zegt Heinz Schulte, militair deskundige werkzaam bij Jane's Information Group. “We kunnen die documenten gebruiken om af te leiden wat de plannen waren toen de Sovjets nog in Oost-Duitsland zaten. Maar in 1994 zijn ze daar weg.” Nu al is de Sovjet-Unie bezig haar strijdkrachten te rganiseren en uit Oost-Europa terug te trekken, en dat maakt het moeilijk om uitspraken te doen over de toekomstige militaire verhoudingen. Moskou heeft zijn toestemming voor de Duitse eenwording onder meer verbonden aan de voorwaarde dat de Oostduitsers geen geheimen van het Warschaupact naar het Westen zouden laten uitlekken. Volgens bronnen bij de Duitse inlichtingendiensten zijn enorme hoeveelheden Oostduits archiefmateriaal voor de officiele eenwording verdwenen - vernietigd dan wheimelijk afgevoerd. Sommige documenten liggen misschien nog in oostelijk Duitsland opgeslagen op Sovjet-bases waar Westerse militairen geen toegang hebben. “Wat we hebben is een verzameling losse snippers”, aldus een Duitse militaire onderzoeker. “Maar als je die aan elkaar legt, krijg je toch een beeld van het grotere geheel.” Zo zijn veel documenten uit het zuiden van de DDR verdwenen. Maar in het noorden waren de archieven grotendeels intact. Uitnde van de min of meer complete documenten (met daarin gedetailleerde, stapsgewijze plannen voor de invasie in het noorden van West-Duitsland en Denemarken) kunnen de onderzoekers conclusies trekken over de plannen elders langs het front. Verder krijgt men, zij het indirect, een beeld van de filosofie van het Warschaupact. Zo zouden volgens de invasieplannen voor de noordelijke regio Oostduitse, Poolse en Sovjet-troepen vanaf de eerste dag bij de gevechten betrokken zijn. Volgens onderzoekers wit dit erop dat de Sovjets vreesden dat sommige bondgenoten in het Warschaupact een conflict tussen Oost en West zouden trachten te voorkomen. Betrokkenheid van meet af aan zou hun medewerking zeker stellen. Voorts vindt het Westen bevestiging van zijn eigen inlichtingen in de documenten. Een geheime Westerse prognose uit 1986 over de invasie van Noord-Duitsland en Denemarken blijkt bijvoorbeeld vrijwel identiek aan de gevonden plannen. Het enige belangrijke verschil - behalve het feit dat het Westerse rapport spreekt van een “noordelijk front” waar het Oostblok-plan spreekt van “kustfront” - is dat men in het Westen verwachtte dat de stormloop zich later in een conflict zou voordoen en niet al meteen in de eerste dagen. Maar wat de onderzoekers van de documenten ook hadden verwacht, de bereidheid bij het Warschaupact om de gestelde doelen met alle benodigde middelen te bereiken lijkt menigeen te hebben geschokt. De beoogde snelheid van viig kilometer per dag maakt het gebruik van nucleaire en chemische wapens haast onvermijdelijk. “Kernwapens, chemische wapens, conventionele wapens, ze hebben alles op een grote hoop geveegd”, vertelt een Duitse onderzoeker. “Ze zagen het allemaal als zware artillerie om de NAVO-strijdkrachten lam te leggen en doelen te bereiken.” Verder is gebleken dat de Russen niet zo bang hoefden te zijn dat de Oostduitsers geheimen zouden doorgeven. T verbazing van de onderzoekers bleek het beste materiaal dat de Oostduitsers over de Sovjet-troepen hadden, in het Westen te zijn gestolen of te zijn overgeschreven uit openbare Westerse publikaties. Ze hadden niet eens documenten over de aantallen Sovjet-militairen die in de diverse delen van hun eigen land waren gestationeerd. “De Sovjets wilden niet dat behalve zij zelf ook maar iemand een overzicht zou hebben van de militaire situatie of de globale strategische planning”, aldus een militaire atta bij een Westerse ambassade in Bonn. Heinz Schulte van Jane's voegt daaraan toe: “De Sovjets zijn niet bang dat de Oostduitsers uit de school klappen, omdat wat ze ons kunnen vertellen of laten zien voor het grootste deel al bekend is bij onze militaire inlichtendiensten”. De Oostduitsers op hun beurt vertrouwden het merendeel van hun eigen strijdkrachten geen riskante informatie toe en ook veranderden zij cijfers om ideologische redenen. Op een kaart die in de DDR bij de officiersleiding is gebruikt staan bijvoorbeeld langs een niet nader aangeduid stuk oostwestgrens zes Warschaupact-divisies tegenover zestien NAVO-divisies - een flagrante overdrijving van de Westerse troepenmacht. Volgens Duitse deskundigen heeft men met de vervalste cijfers de in het Oostblok verkondigde bewering willen staven dat het Westen agressief was en als eerste een inval wilde doen. In het Warschaupact gold de veronderstelling dat de oorlog zou beginnen met een inval van de NAVO. Daarom concentreerde men zijn planning op de 'tegenaanval' die nodig zou zijn om de NAVO terug te slaan en West-Europa onder de voet te lopen. De overschatting van de NAVO-strijdkrachten zou voorts nodig zijn geweest om de snelle escalatie tot het gebruik van chemische en nucleaire wapens te rechtvaardigen. Op de kaart met de sterkteverhouding van 6:16 laten de negen, netjes boven Westerse posities getekende, paddestoelwolken geen twijfelan de bedoelingen bestaan. De Oostduitse archieven hebben voor het merendeel betrekking op de beginfase van een oorlog, waarin het Warschaupact dacht snel naar de Atlantische kust door te stoten. Wat interessanter zou zijn geweest (maar wat niet is aangetroffen) zijn Russische plannen voor de tweede fase van het conflict en de inzet van hun eigen strijdkrachten. Zo vermoedt men dat de Sovjets plannen voor de invasie van Noord-Italie en andere delen van Europa hebben gehad, maar het in t-Duitsland gevonden materiaal betreft maar een onderdeel van het Westeuropese continent. Bijna even belangrijk voor de NAVO was echter het antwoord op de vraag hoeveel het Oosten over Het westen wist. En dat lijkt nogal wat te zijn. Zo zouden Oostduitse militairen hebben geweten van het streng geheime Westerse 'Algemeen Defensie Plan'. Maar al zeggen militaire onderzoekers dat ze geen kopie van dat plan tussen de papieren hebben aangetroffen, ze hebben wel veelolitieke documenten en rapporten afkomstig van het Westers bondgenootschap gevonden. Sommige aangetroffen analyses van NAVO-documenten worden als beter beschouwd dan de documenten zelf. Uit de papieren blijkt ook nog dat het Oostduitse leger zich bijna tot het laatste ogenblik van zijn bestaan op een oorlog is blijven voorbereiden. De Duitsers hebben plannen aangetroffen voor een commando-oefening (een oor(JHogsspel voor de hoogste officieren) die zou zijn gehouden in september 1990, niet meer dan een maand voor de officiele Duitse eenwording en bijna een jaar na de opening van de Berlijnse muur. Hoewel de oefening nooit is gehouden, is een soortgelijke exercitie een paar maanden eerder, in juni, wel doorgegaan. Volgens Duitse officiele bronnen zal het uitziften van het belangrijkste materiaal een jaar duren. Veel cruciale documenten zijn namelijk in het Russisch gesteld (de taal die het Warschaupact gebruikte voor gezamenlijke operaties) en bestaan uislechte kopieen, zodat alleen de ontcijfering al maanden zal vergen. Dat werk is verdeeld onder de landen van de NAVO; materiaal van bijzonder belang wordt door de Duitsers rechtstreeks aan inlichtingendiensten gestuurd. “Het is belangrijk werk”, aldus een Duitse regeringsfunctionaris die het archief kent. “We doen er jaren over voor we het begrijpen.” The Wall Street Journal (vertaling Rene Kurpershoek)