Verplichtingen explicieter vastgelegd; Positie allochtonen bij NOS versterkt

De verplichting van de NOS om programma's voor minderheden te maken wordt binnenkort explicieter in de wet vastgelegd, omdat nu in de praktijk over de hoeveelheid zendtijd voor allochtonen en de invulling daarvan nogal wat onduidelijkheid bestaat. Programma's voor minderheden komen nog te snel in het nauw zodra bij de NOS sprake is van reorganisatie, en gaaoncurreren met andere programma's op het vlak van de 'aanvullende programmering'. Over de notitie Media en Minderheden van minister d'Anconna (WVC), waarin dit voornemen is vastgelegd, werd vrijdag in de ministerraad overeenstemming bereikt.

Volgens mr H. Kramer, hoofd van de directie Media, letteren en bibliotheken van het ministerie van WVC, hoeven de makers van programma's voor allochtonen zich straks geen zorgen meer te maken over hun aandeel in het NOS-uitzendaanbod. Vrijdag bepleitte Kramin Utrecht op het congres Media & Minderhedenbeleid, georganiseerd door de Stichting Omroep Allochtonen (STOA), dat culturele minderheden een grotere invloed moeten krijgen op de programma's. Nu is het nog zo, zegt STOA-secretaris Ilhan Akel, dat geen enkele allochtoon bij de omroep een beleidsbepalende functie heeft: “De makers van programma's voor uit het buitenland afkomstige Nederlanders zijn allemaal free-lancer. De eindredacteuren van die programma's, de mensen die hecht voor het zeggen hebben, zijn autochtoon. Het lijkt mij goed als ook allochtonen het bij de omroep voor het zeggen krijgen.” Het is volgens Akel een stap voorwaarts dat de NOS-taakstelling met betrekking tot minderheden bij algemene maatregel van bestuur duidelijker wordt bepaald, maar volledig tevreden is hij niet. Bij het mediabeleid, zo werd ook door Kramer bevestigd, is (nog) geen sprake van specifieke stimulering van uitzendingen voor speciale doelgroepen. Topambtenaar Kramer bevestigde vrijdag nog eens, dat het voorstel van de STOA, om uit de omroepmiddelen geld beschikbaar te stellen voor uitzendingen van de MTV (Migranten-televisie), haaks staat op de Mediawet. Het liefst zag STOA-secretaris Akel een erkenning in de Mediawet van minderheden als doelgroep: “Bij zo'n wijziging van de Mediawet zouden wij een nog sterkere positie ten opzichte van de NOS kunnen innemen. Wij zouden bovendien graag een regelgeving wil op het gebied van de omvang van de zendtijd in relatie tot de financiering ervan. Nu lopen we het risico dat we herhalingen moeten uitzenden, omdat er wel voldoende zendtijd, maar niet genoeg geld is.” Als het aan Ilhan Akel ligt, zullen er in de toekomst meer vertegenwoordigers van etnische minderheden op de televisie te zien zijn dan nu het geval is: “Met uitzonderingen als Noraly Beyer van het Journaal en Rocky Tuhuteru van Langs de Lijn, zijn wij in onze multi-culturele samenleving wel heel erg ondervertegenwoordigd. Gelukkig stond een aantal Kamerleden vrijdag op het congres ook op dat standpunt. Er waren vertegenwoordigers van de BBC, waar men de integratie daadwerkelijk ter hand heeft genomen. Zij stelden, dat je de ontwikkelingen niet moet afwachten, maar als omroep ook echt zelf initiatieven moet ontplooien met het in dienst nemen van allochtonen. Het antwoord uit Hilversum is altijd: 'Daar zien we onder druk van van reorganisaties geen kans toeWij vinden dat de omroep hier desondanks prioriteiten moet stellen, anders kunnen allochtonen weer tien jaar wachten voor er misschien een plaatsje is.” De migrantenomroepen die nu in de vier grote steden via de kabel uitzenden krijgen nu nog een kwart van hun kosten door het ministerie van WVC vergoed. Het ziet ernaar uit dat 1992 het laatste jaar is dat de MTV's op die wijze een basisfinanciering krijgen: het ministerie is slechts bereid de subsidiering voort te zetten tot het moment dat de mogelijkheid voor reclame voor de lokale omroep is geregeld. Het verdriet de STOA dat hierdoor de uitzendingen op lokaal niveau onder druk komen te staan. Volgens Akel is deze aanvullende programmering juist uiterst noodzakelijk, omdat de radiozenders nu al bewijzen dat ze van de 'officiele' regionale omroep niet veel behoeven te verwachten: “Wij vinden dat er van representativiteit nu in het geheel geen sprake is. Daarom hebben we het Commissariaat voor de Media gevraagd hie toezicht te houden. In de grote steden in de Randstad bestaat de bevolking voor 20 procent of meer uit allochtonen. Terwijl er bij voorbeeld bij Radio West geen een programma voor minderheden af kan. De daar wonende allochtonen betalen ook gewoon hun omroepbijdrage.”