Sikhs richten bloedbad aan bij aanslagen

DELHI, 17 JUNI. Gewapende Sikh-militanten hebben zaterdagavond bij de stad Ludhiana vlak na elkaar twee treinen overvallen. Ze openden het vuur op de inzittenden en lieten ten minste 76 doden en 26 gewonden achter. De aanslagen zijn de bloedigste sinds extremistische sikhs tien jaar een campagne voor afscheiding van India begonnen.

Het tijdstip van de twee goed voorbereide en op het eerste gezicht gecoordineerde aanslagen wijst op een politiek motief. Volgende zaterdag zijn in Punjab verkiezingen, zowel voor het nationale als het provinciale parlement. Sinds 1987 staat Punjab onder presidentieel bestuur, een soort noodtoestand die een normaal democratisch proces uitsluit. Het gevecht tussen seperatisten en federalisten i daardoor meer een militaire dan een politieke kwestie geworden. Door de guerrilla-oorlog heeft de bevolking in Punjab haar vertrouwen in de Indiase democratie grotendeels verloren.

Seperatisten zien dat als een goede voorbereiding op een onafhankelijk Khalistan. Ze willen dat de verkiezingen worden afgelast. De aanslag op de treinen van zaterdagnacht is een nieuwe poging de vastberadenheid va de minister van binnenlandse zaken Soboth Kant Sahay, die de verkiezingen wil laten doorgaan, te breken. Sahay is kandidaat voor een parlementszetel in de stad Ludhiana, waar de aanslagen plaatshadden. In de verkiezingscampagne zijn tot vandaag twintig kandidaten vermoord. Bij een aanval op een trein die op het punt stond de stad Ludiahana binnen te rijden vielen zaterdagnacht 51 doden. Een half uur later bracht een groep van zeven Sikh-strijders een trein tot stilstand die op weg was van Ludiahana naar Jumma. Ze drongen dewagons binnen en dwongen Sikhs de trein te verlaten. De achterblijvers waren overwegend hindoes, maar er zaten ook Sikhs tussen.

Bij deze aanslag werden 24 passagiers gedood.